Van den Bergh en het argumentum ad populum

Wouter van den Bergh, vice-president van de rechtbank van Amsterdam, is een voorstander van lekenrechtspraak. In Pauw & Witteman (6.5.08) mocht hij nog eens uitleggen waarom deze vorm van rechtspraak wenselijk is. Hij stelde onder meer dat juristen niet beter dan leken zijn toegerust als het om zindelijk denken gaat. Ironisch genoeg bewees hij die stelling door vervolgens zelf een joekel van een argumentatiefout te maken. “U moet niet vergeten dat wij met Luxemburg het buitenbeentje in Europa zijn. Zo’n beetje de enige westerse samenleving waarin geen vorm van lekenrechtspraak bestaat.” (ong. 33:00 min.)
Analyse. Iedereen in Europa heeft lekenrechtspraak…. Is dat relevant? Nee, want het gaat niet om de vraag hoeveel landen in Europa deze vorm van rechtspraak kennen, maar om de vraag of er goede redenen zijn te bedenken waarom zo’n systeem te prefereren is boven het systeem zoals we dat in Nederland kennen. Zijn argumentatiefout: een argumentum ad populum.
Van den Bergh paste dezelfde retorische truc als Rita Verdonk toe: de man in de straat is toch niet dom. Dat is helemaal geen vooronderstelling van tegenstanders van lekenrechtspraak. Men kan ook argumenteren dat rechters beter in staat zijn een oordeel te vellen dan leken. Leken zijn dan niet per definitie dom. (Of dat empirisch klopt is een andere vraag.)

© 2008 R.G.M. Ritzen