Van Maanen en de autoriteitsdrogreden

Het stoort prof. Van Maanen (UM) dat de ondertekenaars van de petitie (waarin gevraagd wordt de zaak Lucia de B. te heropenen) hun academische en maatschappelijke status gebruiken (NJB, 4.1.08).
Rechtsfilosoof Kaptein bestrijdt die kritiek. “Strafrechters en juristen in het algemeen”, stelt Kaptein “zijn nu eenmaal niet beter (opgeleid) in vaststelling van feiten dan anderen (zoals al zo vaak opgemerkt, ook in deze kolommen). Maar Van Maanen trekt de geloofwaardigheid van de petitie nog eens in twijfel omdat de meeste ondertekenaars geen juristen zouden zijn. Gelukkig maar (als hij tenminste goed heeft geteld). Nogal wat niet-juristen (onder wie nogal wat ondertekenaren) zijn namelijk wél goed opgeleid in vaststelling van feiten, toepassing van statistiek en de logica van bewijs, en daarom ging en gaat het hier. Niet om juristerij. Wat een testimonium paupertatis trouwens: als zakelijk niets meer tegen een standpunt is in te brengen, dan maar ad hominem geredeneerd: wat u zegt klopt niet, alleen al op grond van wie en wat u bent. Alsof de ondertekenaren zo brutaal zijn iets te beweren waarvan zij eigenlijk niets weten. Dat riekt naar vooronderstelling van kwade trouw.”
Analyse. Van Maanen verwijt (veel) ondertekenaars een autoriteitsdrogreden (argumentum ad verecundiam). Het gaat dan om schermen met een expertise die in dit verband, het juridische domein, niet relevant is. Veel ondertekenaars zijn dan ook in de ogen van Van Maanen niet ter zake kundig.
Kaptein bestrijdt op zijn beurt die vaststelling. Het gaat juist niet om de juridische aspecten van de zaak, maar om de vraag in welke mate zaken als logica, deductie en statistiek correct zijn toegepast. En dat is nu juist iets waar de ondertekenaars wel voor opgeleid zijn. (Hoewel Kaptein in zijn stuk niet verwijst naar Broeders, hoogleraar criminalistiek Universiteit Leiden, wijst ook hij er meer dan eens op dat rechters niet zijn toegerust om wetenschappelijke rapporten en deskundigen adequaat te begrijpen (NRC, 17.9.07).)
De discussie over Lucia de B. is zeker niet louter een kwestie van juridische procedures, die men alleen op basis van het dossier kan en moet beoordelen. Het rapport van leiding van prof. Buruma, het boek van prof. Derksen en het stuk van Jaspers in NWT over de statistiek (september 2007, p. 34 e.v.) maken dat overduidelijk. Dus Kaptein heeft zeker een punt.
Het verwijt aan het adres van Van Maanen (hij maakt zich schuldig aan een persoonlijke aanval) is dan inh het verlengde hiervan eveneens terecht. Overigens, kent Van Maanen de overwegingen en expertise van de ondertekenaars?

© 2008 R.G.M. Ritzen