Wilders en de ontkenning van een vooronderstelling

Wilders schrijft dat hij een belangrijk verschil tussen de islam en moslims maakt. “Ons probleem is de ideologie, niet de mensen.” (VK, 22.3.08)
Analyse. Ontkent Wilders een presuppositie die wel degelijk in zijn kritiek opgesloten ligt, namelijk dat het hem ook om de moslims zelf gaat? De uitspraak: “ik zou niet graag willen dat een groeiend aantal mensen, wellicht in de toekomst een meerderheid van de Nederlandse bevolking of het kabinet, uit moslims bestaat” (Nova, 6.9.07) impliceert niet zonder meer dat hij hier mensen op het oog heeft. Stel dat hij zegt dat hij niet hoopt dat een meerderheid van het kabinet uit socialisten bestaat. Maar is daarmee dan gezegd dat hij iets tegen socialisten als mens heeft? Dat ligt niet voor de hand, temeer omdat de islam in zijn ogen een ideologie is, net als bijvoorbeeld het socialisme.
Maar in relatie met de uitspraak “stop de immigratie uit moslimlanden” (kamerdebat, 9.5.05) komt die relativering op de tocht te staan. Hij wil niet (alleen) het gedachtegoed stoppen, maar ook mensen weigeren die uit een bepaalde cultuur komen. Ik geef een vergelijking ter verduidelijking van mijn standpunt. Stel dat Iran Rouvoet of Balkenende zou weigeren omdat zij uit een westerse decadent land komen? Kun je dan zeggen dat het om de ideologie en niet om de mensen gaat? Mijn antwoord is ontkennend.

© 2008 R.G.M. Ritzen