Ankersmit en de compositiedrogreden

Is Wilders (mede)verantwoordelijk voor de gevolgen van zijn film? Deze intrigerende vraag stond centraal in een artikel van Sandra Kooke (Trouw, 8.3.08). Zij liet vier filosofen aan het woord over de wijze waarop Wilders gebruik maakt van zijn recht op de vrijheid van meningsuiting. Thomas Mertens, hoogleraar rechtsfilosofie, meent van wel. Het recht op vrije meningsuiting is geen absoluut recht, maar gekoppeld aan verantwoordelijkheden. Joachim Duyndam (UvH) is het daarmee mee eens. De vrijheid van meningsuiting is een groot goed, maar kan volgens hem niet los gezien worden van verantwoordelijkheid. Procee, hoogleraar wijsbegeerte (UT), meent dat het ook weer niet zo eenvoudig is om de verantwoordelijkheid van de gevolgen van de film bij Wilders te leggen. Ankersmit, die als hoogleraar aan de Universiteit van Groningen verbonden is, wijst het verband tussen ‘vrijheid’ en ‘verantwoordelijkheid’ rigoureus af.
Voor elk wat wils, lijkt het. Daarom is het interessant eens te kijken welke argumentatie de vier filosofen hanteren. Vandaag bekijken we eerst die van prof. Ankersmit. “Je bent alleen verantwoordelijk voor iets dat je (mede) veroorzaakt hebt. Als er geen causaal verband is tussen het gebeurde en jouw daden, kun je er onmogelijk verantwoordelijk voor worden gesteld. Dat betekent dat je niet altijd moreel of politiek verantwoordelijk bent voor wat je bewerkstelligd hebt. Je kunt geheel onbedoeld iets gedaan hebben. De rechter zal je het dan niet moeilijk maken.” Maar het is volgens Ankersmit beter om te zeggen dat er geen enkele duidelijke en herkenbare relatie bestaat tussen de begrippen ‘vrijheid’ en ‘verantwoordelijkheid’. “Beide begrippen hebben hun zin en functie in geheel verschillende contexten en discussies.”
Analyse. Het is een beetje wonderlijke argumentatie. De bewering ‘als er geen causaal verband is, kun je onmogelijk verantwoordelijk gesteld worden’ is nog wel te begrijpen, maar vervolgens stelt Ankersmit dat dit betekent dat ‘je niet altijd politiek en moreel verantwoordelijk bent voor wat je bewerkstelligd hebt’. Die tweede bewering volgt, anders dan Ankersmit (enkel) poneert, absoluut niet uit de eerste bewering.
Dat je politiek en moreel niet altijd verantwoordelijk bent voor wat je bewerkstelligt, blijkt (kennelijk) uit het feit dat je geheel onbedoeld iets gedaan kunt hebben. De rechter, zo stelt Ankersmit, “zal het je niet moeilijk maken”. Nu blinkt die bewering ook al niet uit in helderheid (wat is moeilijk maken?), maar los daarvan kijkt een rechter toch anders tegen deze problematiek aan. Dat blijkt uit het longembolie-arrest (NJ 1979,60). De bestuurder van een bestelauto verleende op een kruising geen voorrang en kwam daardoor in botsing met een andere auto. De bestuurder van de andere auto werd in het ziekenhuis opgenomen met zwaar lichamelijk letsel. Zij overleed uiteindelijk aan een letale longembolie. De Hoge Raad zei in dit arrest niet dat het optreden van een longembolie een redelijk te verwachten gevolg van de botsing was, maar wel dat het gevolg redelijkerwijs kon worden toegerekend aan de bestuurder die geen voorrang verleend had. (Deze leer is sindsdien het uitgangspunt van de Hoge Raad.) Dat de rechter je het niet moeilijk maakt als je iets onbedoeld gedaan hebt, is juist vanuit een juridische optiek dan ook volstrekt onjuist. De rechter legt dan ook een gevangenisstraf aan de bestuurder op, ook al was zowel de botsing als het overleden van de vrouw onbedoeld.
Terug naar Ankersmit. Hij maakt een categoriefout door een begrip uit de filosofische context over te hevelen naar de juridische context.
Nadat Ankersmit eerst een negatief verband tussen ‘vrijheid’ en ‘verantwoordelijkheid’ heeft vastgesteld, gaat hij vervolgens verder met de vaststelling dat er geen enkele duidelijke en herkenbare relatie bestaat tussen de begrippen ‘vrijheid’ en ‘verantwoordelijkheid’. De reden is dat deze begrippen hun zin en functie in geheel verschillende contexten en discussies hebben. Maar die conclusie had Ankersmit al veel eerder moeten trekken, namelijk toen hij beide begrippen overplantte naar de juridische context.
Vervolgens maakt Ankersmit zich schuldig aan een compositiedrogreden. Hij schrijft dat Wilders de gehele Nederlandse bevolking vertegenwoordigt en hij zal dan ook aan de Nederlandse bevolking verantwoording moeten afleggen over het gebruik van zijn bevoegdheden. Dat staat in de Grondwet, aldus Ankersmit.
Een compositiedrogreden bestaat erin dat eigenschappen van een geheel worden toegekend aan een onderdeel van dat geheel. In art. 50 van de Grondwet staat dat de Staten-Generaal het gehele Nederlandse volk vertegenwoordigt. In de gedachte van Ankersmit wordt de eigenschap van een geheel (de Staten-Generaal) volledig toegekend aan één onderdeel (elk lid vertegenwoordigt de hele Nederlandse bevolking). Onjuist. Art. 67 lid 3 Grondwet impliceert juist dat er géén vertegenwoordigingsrelatie bestaat tussen kamerleden en hun kiezers. Art. 50 Gronwet heeft overigens staatsrechtelijk een heel andere betekenis dan Ankersmit meent. Het geeft een historische wending aan, namelijk dat de Staten-Generaal niet meer de belangen van de provincies vertegenwoordigden, maar die van de hele Nederlandse bevolking.

© 2008 R.G.M. Ritzen