Moorkamp over vooroordelen van intellectuelen over Wilders

Jansen: Wilders voorstel om de Koran te verbieden is barbaars
De psycholoog Matthijs Moorkamp is laaiend enthousiast over Martin Bril (Volkskrant, 3.4.08). Die laatste vindt namelijk dat Wilders wel een punt heeft en dat getuigt volgens Moorkamp van een diepe wijsheid en grote moed. Maar Bril is echter een uitzondering. “Stel dat het gilde van opiniemakers een redelijke afspiegeling is van de samenleving. Dan zou toch op z'n minst 9/150ste deel van hen het eens moeten zijn met de idee en van Geert. Hoe kan het dan dat je dat niet erg vaak hoort? De ene na de andere publicist haast zich bij het geven van een mening over Wilders eerst te melden dat hij het toch echt niet eens is met diens standpunten.”
Maar de intellectuele elite is volgens Moorkamp helemaal niet zo eensgezind. Er zullen best prominenten zijn die het op een of meer punten eens zijn met de PVV, psychologiseert hij verder. Het probleem is alleen dat Wilders er met zijn ongenuanceerde meningen en opruiende taal zelf voor heeft gezorgd dat de meeste prominenten afstand nemen van zijn standpunten. “Wanneer zij zich voor een standpunt van Wilders uitspreken dan zou de rest van het intellectuele gilde zich immers wel eens tegen hen kunnen keren.”
“Wat is nu het belangrijkste? Dat er over het mogelijke probleem dat Wilders aansnijdt, wordt gedebatteerd of dat 9/150ste deel van intellectueel Nederland zijn imago hoog houdt?”
Moorkamp gooit er nog een gratis adviesje tegenaan: als Wilders zijn draagvlak in de samenleving wil verhogen, zal hij zich toch echt wat genuanceerder moeten uitlaten. De “heren en dames opiniemakers” worden ook nog even bestraffend toegesproken: “laat eens wat vaker je eigen mening blijken zonder angst voor gezichtsverlies of imagoschade.”
Analyse. In het stuk van Moorkamp komt een bonte stoet aan drogredenen voorbij.
1. Argumentum ad hominem. Een aantal journalisten is het op een aantal punten eens met Wilders, maar die groep is bang voor gezichtsverlies of imagoverlies. En dus komen die journalisten daar niet voor uit. Moorkamp maakt hun motief verdacht.
2. Ignoratio elenchi. Moorkamp begint zijn betoog met “stel dat….”. Daar koppelt hij dan een hypothese aan: “in dat geval moet 9/150ste…..”. In de loop van zijn betoog wordt het hypothetische karakter echter losgelaten, als hij de retorische vraag stelt of het belangrijk is, dat 9/150ste deel van intellectueel Nederland….. Wat eerst wordt ingevoerd als hypothese (stel dat 9/150ste…), verandert vervolgens in de loop van het betoog in een feit (9/150ste…).
3. Compositiedrogreden. Zelfs in die hypothese zit een drogreden verpakt. Ook al stemt 9/150ste deel van de kiezers op de PVV, dan is daarmee nog steeds niet gezegd dat 9/150ste deel van de intellectuelen op de PVV zou moeten stemmen.
De juiste redenering ‘deze stoel is helemaal wit, dus de poten zijn wit’ is van een ander kabiler dan de redenering ‘9/150ste deel van de kiezers stemt PVV, dus 9/150ste deel van de intellectuelen stemt PVV’. De eigenschap ‘wit’ is een absolute eigenschap die overdraagbaar is. Voor de politieke voorkeur geldt dat echter niet. (Uit onderzoek blijkt dat meer dan de helft (57 procent) van de PVV-achterban als hoogst genoten opleiding middelbaar algemeen voortgezet onderwijs of middelbaar beroepsonderwijs heeft. Als je de respondenten met alleen het lager onderwijs daaraan toevoegt, dan bestaat 76 procent van de huidige aanhang van de PVV uit lager- en middelbaar opgeleiden. Dat beeld is niet representatief voor de groep van intellectuelen.)
Een tegenvoorbeeld. Volgens het CBS is 5.5 % van de Nederlandse bevolking moslim. Is het dan logisch dat 5.5 % van de stemmers op de PVV moslim is?
4. Contradictie. Een aantal intellectuelen ziet volgens Moorkamp wel iets in de standpunten van Wilders. Curieus is de volgende toevoeging: “Wilders heeft er met zijn ongenuanceerde meningen en opruiende taal zelf voor gezorgd dat de meeste prominenten afstand nemen van zijn standpunten.” Is het mogelijk achter Wilders’ ideeën te staan en tegelijkertijd afstand te nemen van die ongenuanceerde meningen? Bij ‘opruiende taal’ zou je nog kunnen verdedigen dat het louter om de vorm en niet om de inhoud gaat. ‘Mening’ heeft echter betrekking op de inhoud. Moorkamp stelt echter dat je je van een mening kan distantiëren en tegelijkertijd kan onderschrijven. Dat is een sterk staaltje.
Een voorbeeld. Hans Jansen, hoogleraar hedendaagse islamitisch denken, is niet bepaald een verdediger van het islamitische gedachtegoed te noemen. Maar hij is daarmee allerminst een aanhanger van de PVV. Wilders’ voorstel om de Koran te verbieden, noemt hij barbaars (in Islam voor varkens, Amsterdam 2008, p. 128).
Onlangs verscheen in de nieuwsmonitor een analyse van de berichtgeving over Wilders' film (Fitna). Slechts vijf procent van alle nieuws betrof negatief geladen evaluaties van Wilders.

© 2008 R.G.M. Ritzen