Mees en de overhaaste generalisatie (2)

“Frauderende bedrijven keren tot achtmaal meer opties uit aan hun bestuurders” zegt NRC-columniste Heleen Mees (NRC, 18.4.08). “De topmanagers van frauderende bedrijven laten zich financieel goed bedienen, concluderen Fennema en Heems­kerk (in hun boek Nieuwe Netwerken, RR.). Maar volgens mij is de causa­liteit precies andersom: de varia­bele beloningen lokken de fraude uit. Kijk maar naar het boekhoud­schandaal bij grootgrutter Ahold. Eind jaren 90 liep Cees van der Hoeven onafgebroken te water­tanden bij de gedachte aan de tientallen miljoenen euro's die zijn aandelenopties hem zouden opleveren. Tenminste, als de koers van het aandeel Ahold zou blijven stijgen. Toen de groeibelofte niet vol te houden bleek begon het ge­knoei met de sideletters."
Analyse. Volgens Mees "is de causaliteit" andersom: variabele beloningen lokken de fraude uit. Dat impliceert dat Fennema & Heemskerk kennelijk stellen dat fraude variabele beloningen uitlokt? (Dat is onbegrijpelijke bewering, maar dit terzijde). De auteurs schrijven echter alleen maar dat de topmanagers van frauderende bedrijven zich financieel goed laten bedienen. Zeggen de auteurs hiermee dat fraude variabele beloningen uitlokt?
Los daarvan geeft Mees welgeteld één voorbeeld waaruit blijkt dat de variabele beloningen fraude uitlokken. (Een ongelukkig voorbeeld, want de officier van justitie zei in de rechtzaak Van der Hoeven dat “niet is komen vast te staan dat verdachten hebben gehandeld om persoonlijk financieel voordeel te behalen”. Mees noemde deze officier van justitie naïef.