Truijens en de vertekening van een standpunt

President Yahya Jammeh van Gambia zal homo's die zijn land niet binnen 24 uur verlaten, het hoofd afsnijden, weet Aleid Truijens te melden (VK, 27.5.08). Gambia, zo stelt het staatshoofd, is een land van gelovigen en voor zondige praktijken als homoseksualiteit is in zijn islamitische land geen plaats. “Er lijkt een onmetelijk verschil in beschaving te bestaan tussen ons tolerante Nederland en deze achterlijke keelafsnijder. Maar het is een gradueel verschil. Wij verbieden discriminatie bij wet, maar bij ons werden imams vrijgesproken die homoseksuelen verachtelijke zieken vinden, of die meenden dat ze gerust van een dak mochten worden gesmeten. Het antidiscriminatiebeginsel geldt dus niet voor gelovigen”, aldus een verbouwereerde Truijens.
Analyse. Werden imams vrijgesproken die homoseksuelen verachtelijke zieken vinden? Ik weet niet wie Truijens allemaal op het oog heeft, maar ik ken alleen de zaak El Imoumni. Voor zover ze die zaak op het oog heeft, vertekent Truijens het standpunt van HR. In die zaak zei het hof ( Hof 's-Gravenhage 18 november 2002, LJN: AF0667): “Gezien de in de grondwet en internationale verdragen verankerde vrijheid van godsdienst stond het verdachte vrij zijn op zijn geloofsovertuiging stoelende opvattingen omtrent homoseksualiteit uit te dragen.” Vervolgens keek het hof naar de wijze waarop de imam die opvatting uitdroeg. Die viel naar het oordeel van het hof binnen de grenzen van het aanvaardbare.
Bij dit oordeel liet het hof meewegen dat het woord ‘marat’ in de visie van E-Moumni niet moest worden vertaald met ziekte (zoals dat in de Nova-uitzendig gebeurde), maar met ‘afwijking’ of ‘opvoedingsziekte’. De getuige-deskundige Peters zei tijdens de zitting dat het woord ‘marat’ niet moet worden vertaald met ziekte. Dat woord moest in overdrachtelijke zin worden opgevat.
Bovendien zei de verdachte in een niet uitgezonden gedeelte van het beruchte Nova-interview ook dat de islam verbiedt anderen lastig te vallen en dat de moslim respect moet geven aan iedereen, dient de verdachte tevens te worden vrijgesproken van de tenlastelegging voor zover inhoudende dat de verdachte -kort omschreven- heeft aangezet tot haat en/of discriminatie van homoseksuelen.” De vrijheid van godsdienst is geen vrijbrief om alles te kunnen zeggen. Het hof benadrukt dat de wijze waarop El-Moumni zijn uitspraken deed binnen de grenzen van het aanvaardbare viel. Truijens vertekent het standpunt van de rechtbank.
(Dat geloven nooit veroordeeld worden, is evenmin juist. De Goerees werden wél destijds veroordeeld voor het beledigen van Joden. Ook de vorm waarin ze dat deden was nodeloos kwetsend.)

© 2008 R.G.M. Ritzen