Ellian over Budak en zijn verkrachtingsadvies

Imam Bahaeddin Budak blijft de gemoederen bezighouden. Prof. Ellian van de Leidse universiteit stelt dat de imam met zijn “verkrachtingsadvies de Taliban” volgt (Elsevier, 18.6.08).
Ellian introduceert Imam Bahaeddin Budak als de man die een zeventienjarig moslimmeisje die door haar neef was verkracht adviseerde haar mond te houden en hem te vergeven. Budak beweerde nu in een interview in het AD dat hij verkeerd is begrepen. Hij wilde het meisje enkel hoop geven. Ellian zet daar vraagtekens bij.
Vervolgens analyseert Ellian wat de imam bedoelt met de volgende zin: ‘Je doet je zelf goed om niet in een gesloten ruimte te verblijven met een man waar een derde niet makkelijk binnen kan komen. Voorzichtigheid geldt niet alleen tegen onbekenden maar ook tegen bekenden’.
Dat levert de volgende argumentatie op:
1. Ellian vraagt zich eerst af wat deze voorzichtigheid betekent. “Iemand die overgevoelig is voor geld, moet niet bij een bank werken? Is een mens van het vrouwelijke geslacht bij voorbaat de oorzaak van hevige opwinding bij mannen waardoor ze tot misdrijven (bijvoorbeeld verkrachting) worden gedwongen?”
2. In de tweede stap introduceert Ellian een conditie: als de eerste premisse waar is... Deze conditie zit verpakt in de implicatie “als dit waar is, dan moeten de vrouwen een burka dragen”.
3. De conclusie is dan dat dit de redenering van de Taliban is.
4. Die conclusie wordt in de titel van zijn stuk weergegeven als: “Imam volgt Taliban in verkrachtingsadvies.”
Analyse. Laten we de premissen van deze argumentatie nog eens nalopen. De eerste premisse heeft de vorm van een vraag. Budak zelf heeft overigens niets gezegd over een oorzaak van verkrachtingen, maar waarschuwt het meisje dat ze gevaar loopt als ze alleen met een man in een afgesloten ruimte verkeert. En Ellian heeft nog niets beargumenteerd.
In de tweede premisse introduceert Ellian de conditie ‘…als dit waar is…’. Vervolgens ontspoort de argumentatie volledig. De vooronderstelling van Budak wordt nu tot immense proporties opgeblazen: de imam blijkt nu ineens voorstander te zijn van de burka. Die burka komt volledig uit de lucht vallen, want Budak zelf heeft het nergens over de burka. Maar Ellian gaat verder en stelt dat dit de redenering van de Taliban is en vervolgens dat Budak met zijn advies de Taliban volgt. Let wel, de Leidse hoogleraar begon eerst met een vraag, waarop hij geen antwoord gaf (eerste premisse).
De retorische truc bestaat erin dat eerst een vraag gesteld wordt en dat het conditionele karakter van die vraag in Ellians argumentatie vervolgens volledig verdwijnt. Daarna koppelt hij met het door hem gelegde verband (over de oorzaak) met de burka en met de Taliban en dan zou uit deze ijzeren logica blijken dat Budak met zijn advies de Taliban volgt. De koppeling van Budak aan de Taliban is dodelijk. Maar feit blijft dat de koppeling volledig voor rekening komt van Ellian.
Dat Budak letterlijk zegt dat het meisje geen schuld treft, wordt door Ellian ‘vergeten’. Bovendien vertekent hij het standpunt van Budak door slechts één aspect uit het betoog van de imam te lichten.

© 2008 R.G.M. Ritzen