Etty en de persoonlijke aanval

“Zelden is het adagium 'Beperk vermijdbaar lijden' zo letterlijk van toepassing (en zo direct te verwezenlijken) als bij specifieke vormen van erfelijke borstkanker”, aldus Etty in het NRC (3.6.08). “Toekomstige gevallen kunnen worden voorkomen door de toepassing van preïmplantatie genetische diagnostiek”.
Bussemaker heeft echter een fout gemaakt, weet Etty. “Ze is ervan uit gegaan dat de politici van de ChristenUnie rationele en humaan denkende mensen zijn. En dat er normaal met hen te werken valt. Een vergissing: het zijn geen rationele politici, het zijn fanaten, fundamentalisten en tirannen. De woordvoerder van de ChristenUnie in de Tweede Kamer, Esmé Wiegman, merkte in de Volkskrant op: ‘Gezondheid is belangrijk, maar moet niet overgewaardeerd raken. De kwaliteit van leven hangt niet enkel van gezondheid af.’ Dit kan waar zijn, maar wat geeft haar en minister Rouvoet het recht de gezondheid van ándere mensen als onbelangrijk te bestempelen en ondergeschikt te maken aan hún religieuze overtuiging? Waar halen zij deze overmoed vandaan? Zij beroepen zich op hun God, die wil dat de mensen lijden en dat zij kanker krijgen omdat het in zijn grote plan met ons past. Fundamentalisten zijn doof voor argumenten. Hoe valt er dan met hen te regeren? Zij missen het vermogen hun keuzes democratisch te verantwoorden, aangezien zij alleen aan hun God verantwoording schuldig zijn.”
Roel Kuiper, Eerste-Kamerlid voor de CU, wijst Etty’s verwijten van de hand (NRC, 7.6.08). “Ik ben geen christenfundamentalist en wil me dat verwijt niet laten maken. Ik ben verontwaardigd over de gemakkelijke beelden die worden opgeroepen over hardvochtige christenen die een soort 'Befehl ist Befehl'-ethiek hanteren, omdat ze zich op de Bijbel beroepen.” Christenen die de Bijbel gezag toekennen hebben sinds eeuwen dit land bevolkt en zouden zich nu als christenfundamentalist buiten de orde moeten laten verklaren? Waarom zou de discussie over de grenzen van het technisch-instrumentalisme, dat op alle plaatsen in de wereld en in de wetenschap wordt gevoerd, moeten worden versmald tot een gekibbel over vormen van fundamentalisme? Zijn we dan binnen onze kleine samenleving 'moral strangers' voor elkaar geworden, niet meer in staat tot een wezenlijke dialoog?
Kuiper, die ook hoogleraar reformatorische wijsbegeerte aan de EUR is, verwijst in dit verband naar Martin Heidegger (1889-1976), die in zijn werk techniek als onderdeel van een moderne levenshouding heeft geproblematiseerd. “Techniek als instrument in handen van mensen schept niet alleen een afstand tot de natuur, maar reduceert die natuur tot een object, een ding onder de dingen. De vertechniseerde verhouding tot de wereld, ontdoet die wereld van de waarde die ze in zichzelf heeft en maakt het tot een 'bestand' dat tot onze beschikking staat. Zo eigent de mens zich via de wetenschap een wereld toe, die zich oorspronkelijk als een geschenk of als een 'tegenover' aandient. De techniek eist de wereld op en geeft het een nieuw bestaan.”
Hoe wordt binnen het christelijk denken positie betrokken in dit debat? Laat ik proberen de basisassumpties te schetsen die op een of andere manier in dit denken tot uitdrukking worden gebracht.
Kuiper opteert voor een verantwoordingsethiek.
Die ethiek wordt volgens hem onder meer gekenmerkt door een respectvolle verhouding tot de natuur, waarbij de mens niet exploiteert, maar antwoordt. Er bestaat een diepe scepsis met betrekking tot de utopische projecten van de moderniteit. Wetenschap en techniek zijn scheppingsgaven, maar kunnen ontsporen als ze worden losgemaakt van morele kaders. Een door de techniek herschapen wereld past niet bij deze ethiek. Ik doe Kuiper ongetwijfeld onrecht met deze summiere samenvatting, maar ze geeft wel een beeld van zijn opvatting.
Kuiper beschouwt democratie niet louter als een manier om via meerderheden tot machtsvorming te komen. “Democratie is er om een pluraliteit aan opvattingen tot uitdrukking te brengen. Aan de democratie ligt de idee ten grondslag dat het de kwaliteit van de besluitvorming ten goede komt als er verscheidenheid van opvattingen is. Die verscheidenheid moet tot klinken worden gebracht. Alleen wie overtuigd is van eigen gelijk zal hier geen behoefte aan hebben. Wordt democratie louter als middel tot machtsvorming, dan kan zij ook gaan functioneren om opvattingen van anderen uit te schakelen. Dat is de 'knock-out-democratie', die erop gericht is stemmen tot zwijgen te brengen. Wanneer democratie verwordt tot een instrument van een zelfbenoemde elite om politieke opvattingen te disciplineren, wordt het onmogelijk een open dialoog te voeren in de samenleving. Een dergelijke disciplinering is kenmerkend voor een samenleving waarin alleen nog maar gevochten wordt om posities en belangen. Als we het debat over embryo-selectie inderdaad niet willen politiseren, moet er ruimte zijn voor een echte ethische dialoog.”
Analyse. Na een fikse reeks persoonlijke aanvallen van de kant van Etty (fanaten, fundamentalisten en tirannen, doof voor argumenten), vertekent zij bovendien de argumenten van CU-politici waar prof. Kuiper er één van is: zij willen dat mensen lijden en kanker krijgen omdat dit in het grote plan past.
Feitelijk wil Etty deze mensen uitsluiten van het debat, omdat zij een ethiek hanteren die Etty niet passend vindt. Deze politici zijn in haar ogen irrationeel.

© 2008 R.G.M. Ritzen