Knoops en de butlerzaak (2): irrelevante argumentatie

“De butlerzaak leert dat het medisch oordeelsvermogen en het juridisch oordeelsvermogen ver weg van elkaar liggen”, aldus prof. A.E. Becker, prof. C.J. van Boxtel, dr. H.M. Laane, prof. mr. G.J. Knoops en mr. P. Acda in de Volkskrant (17.6.08).
Zij geven een opsomming van de misvattingen. (1). Een nieuwe (sic!) onderzoek van de teruggevonden hartpreparaten door het NFI (Nederlands Forensisch Instituut) toonde aan dat de vrouw van de butler aan een natuurlijke dood strief. (2). Het Hof kwam destijds namelijk tot de conclusie dat de vrouw “was overleden aan de combinatie van alcohol en het geneesmiddel chloorpromazine (een middel tegen psychosen). De toenmalig patholoog-anatoom van het Gerechtelijke Laboratorium (Zeldenrust) had in 1983 ten onrechte over het hoofd had gezien dat het hier niet chloorpromazine betrof, maar het relatief veilige anti-allergicum promethazine. Ook werd wetenschappelijk onderbouwd dat de aan de orde zijnde hoeveelheden bij de vrouw geen dodelijke concentraties met zich meebrachten. Bovendien werd door meerdere deskundigen nadien vastgesteld dat van de combinatie alcohol en promethazine in de gevonden hoeveelheden geen letale effecten bekend zijn. Op grond van deze medisch-wetenschappelijk onderbouwde feiten, valt het fundament weg onder de oorspronkelijke veroordeling wegens moord.”
(3). Zeldenrust zag in zijn verslag het hartinfarct over het hoofd. Justitie berichtte in 1990 dat de hartpreparaten niet meer beschikbaar waren.
(4). Ook zagen Zeldenrust en justitie over het hoofd dat de vrouw leed aan een potentieel dodelijke ziekte, te weten het syndroom van Conn. De werkelijke doodsoorzaak, de acute hartstoornis, kan zeer wel kan passen bij een ritmestoornis van het hart dat weer past bij het syndroom van Conn.
(5). “Dat volgens de strafrechters door Van Leeuwerden medische hulp had moeten worden ingeroepen, zodat het overlijden had kunnen worden voorkomen, is een misvatting van leken. Volgens verscheidene medische experts was directe medische hulp niet levensreddend geweest.”
De eindconclusie van het illustere vijftal is dan ook niet mals. De fouten - zowel op het gebied van de geneeskunde als die van de zijde van justitie - werden volgens de drie hoogleraren, de huisarts en de advocaat stelselmatig door de strafrechters tot en met de Hoge Raad niet op juiste medische waarde geschat. “De strafrechters weten de medisch-wetenschappelijke feiten niet te transformeren naar een evenwichtige rechtspraak en dat is niet alleen voor medici onbegrijpelijk, maar doet ook afbreuk aan het maatschappelijk draagvlak van een strafrechtelijke uitspraak”. En met een “….zolang strafrechters niet genegen zijn medische interpretaties serieus te nemen, zal de hier beschreven kloof blijven bestaan….” kunnen deze rechters het doen.
Analyse. Wat een merkwaardig en rommelig stuk! Uit de genoemde redenen (1–5) moet dus blijken dat er een kloof is tussen het medisch en juridisch oordeelsvermogen, maar uit de eindconclusie blijkt dat de auteurs bedoelen dat de rechters “de medische interpretaties niet serieus nemen”.
Wat namen de rechters niet serieus? Ik zal de punten één voor één nalopen.
(1). Het eerste punt heeft betrekking op onderzoek dat in 2006 werd uitgevoerd. De weergave van de auteurs is sowieso volstrekt onbegrijpelijk: “Opmerkelijk was dat tijdens de laatste herzieningsprocedure in 2006 het Nederlands Forensisch Instituut op verzoek van de verdediging aanvullend onderzoek deed naar de Amsterdamse Butlerzaak” (sic!). Die bewering rammelt aan alle kanten. Wat was opmerkelijk? En werd het onderzoek tijdens de herzieningsprocedure gedaan? De auteurs bedoelen natuurlijk dat uit recent onderzoek van het NFI blijkt dat de vrouw van de butler enkele uren voor haar dood een klein hartinfarct kreeg. Bij (en dus niet tijdens) het laatste herzieningsprocedure waren de resultaten van dit onderzoek bekend. (Maar volgens de Hoge Raad deed dit onderzoek niet af aan het feit dat de butler geen medische hulp had ingeroepen. Dit nalaten leidde tot de dood van zijn vrouw.)
(2). Het Hof ging af op de bevindingen van Zeldenrust. Het Hof treft dus geen blaam. En wat het oordeel van de Hoge Raad betreft, kan enkel geconstateerd worden dat de wetenschappers onderling van mening verschillen.
(3). Dit punt is geen verwijt aan het adres van de rechters. Het OM en Zeldenrust schoten tekort.
(4). Ook dit punt is geen verwijt aan de rechters. Het is een fout die Zeldenrust aan te rekenen is.
(5). De butler had volgens de strafrechters hulp moeten inroepen. Onzin, menen de auteurs. “Volgens verscheidene medische experts was directe medische hulp niet levensreddend geweest.” Dat zal ongetwijfeld zo zijn, maar wist de butler dat destijds ook toe zijn vrouw, die inmiddels tweeënzeventig jaar oud was, onwel was? Wat in het artikel niet vermeld wordt, is dat de vrouw alcoholiste was en (soms?) twee flessen wijn achteroversloeg.
De fouten die de auteurs opsommen, komen in elk geval niet voor rekening van de rechters. De conclusie van de auteurs is dan ook op drijfzand gebaseerd. Ik hoop voor de butler dat het herzieningsvoorstel wat beter doordacht is.

© 2008 R.G.M. Ritzen