Ellian en de contradictie

Ellian springt in zijn column in de bres voor de vrijheid van meningsuiting in zaak Hoeiboei (Elsevier, 7.7.08). Op de site Hoeiboei was een bericht geplaatst, waarin stond dat Enver Varisli, vertegenwoordiger van het Amsterdamse Meldpunt moslimdiscriminatie aan de internetprovider van website van Gregorius Nekschots gevraagd had om enkele cartoons van Nekschot te verwijderen. Die zouden namelijk discriminerend en beledigend zijn en tot haat aanzetten, en daarom mogelijk strafbaar zijn volgens art. 137 lid c t/m e Wetboek van Strafrecht.
De provider verzocht de beheerder van Hoeboei om binnen 24 uur de naam Enver Varisli van de site te verwijderen. Als Hoeiboei daaraan geen gehoor zou geven, dan zou de site (tijdelijk) uit de lucht gaan. In eerste instantie gaf Hoeiboei geen gehoor aan dat verzoek, maar in tweede instantie koos de redactie eieren voor haar geld..
Hoieboei opende echter tegelijkertijd een nieuwe weblog, hoeiboei.blogspot.com, bij een andere provider. Opnieuw werd de oorspronkelijke tekst geplaatst, zodat de Hoeiboei-bezoeker op de hoogte kon blijven. Andere sites namen het bericht over en op een enkele site werden zelfs adresgegevens van Varisli gepubliceerd.
Dat gegevens van Varisli zonder toestemming openbaar werden gemaakt, is volgens Ellian geen punt. “Was de heer Enver Varisli een particulier en onbekende persoon? Nee. Varisli gaf eerder een interview af aan Elsevier (Bericht uit De Baarsjes, 2 december 2006). Ook komt hij, vermoedelijk sinds 2005, voor op de adreslijst van De Baarsjes (internet). Tevens is hij te vinden op schoolbank.nl.”
Verder weet Ellian te melden dat voor de ambtenaren, ook die van censuurinstanties, geldt “dat ze door de burgers en media moeten worden gecontroleerd. Dat betreft natuurlijk activiteiten die met hun ambt te maken heeft. Daarbij is het niet onvoorstelbaar of juridisch onjuist dat hun namen ook weleens wordt genoemd.”
Een dag later gaat Ellian verder in op deze kwestie. Hij ondersteunt, ongeachte inhoudelijke meningsverschillen, het recht van een ieder op vrije meningsuiting. Inhoudelijke overwegingen, zo stelt hij, zijn irrelevant. “Het principe van openbaarheid geldt voor allen die aan het maatschappelijke debat deelnemen. Door dit principe kunnen verwerpelijke ideeën als racisme, fascisme en islamisme worden weerlegd.”
Analyse. Ellian maakt twee argumentatiefouten. Enerzijds meent hij dat Varisli niet moet zeuren dat zijn persoonlijke gegevens bekend werden gemaakt. Die gegevens zijn al op internet te vinden (het adres ook?); er is ooit een interview met hem in Elsevier verschenen; hij is ambtenaar en die moeten door burgers gecontroleerd worden. Anderzijds wijst Ellian op het belang van de vrijheid van meningsuiting.
De eerste argumentatiefout is dat hij zich schuldig maakt aan een tegenspraak. Het plaatsen van persoonlijke gegevens op internetsite als die van Hoeiboei en GeenStijl.nl kunnen feitelijk dezelfde werking als censuur hebben (denk aan anonieme bedreigingen en scheldpartijen). Inhoudelijke overwegingen zijn volgens Ellian echter irrelevant. Dat standpunt is niet houdbaar als individuen de facto door dreigementen monddood worden gemaakt. Een triest voorbeeld hiervan is de rechtsfilosoof Paul Cliteur, die zich uit het maatschappelijk debat heeft teruggetrokken.
De tweede argumentatiefout is de irrelevante argumentatie. Controle van lieden in een openbare functie is te verdedigen, maar wat heeft die controle te maken met het openbaar maken van privégegevens als het adres van de betrokken ambtenaar?
Ellian profileert zich als de grote voorvechter van de vrijheid van meningsuiting. Maar toen imam Budak bij een hogeschool ontslagen werd vanwege uitingen op een website die volledig losstond van die hogeschool, wist Ellian enkel te melden dat Budak in de lijn dacht van de Taliban. Nog los van het feit dat dit een volstrekt absurde bewering is, repte hij met geen woord over de vrijheid van meningsuiting.

© 2008 R.G.M. Ritzen