Blokker en de irrelevante argumentatie

Volgens de Bond tegen het vloeken wordt op televisie steeds meer gevloekt. “Dat is maar goed ook: zo haal je mensen uit hun lethargie en zet je ze aan tot nadenken. De animatie-serie South Park geeft het goede voorbeeld”, meent Bas Blokker (NRC, 18.7.08).
“Paardneukende sloerie”, “hou je vuile jodensmoel” en “bloedspuwende vagina” zijn regelmatig terugkerende scheldwoorden in de tv-serie South Park. Ook de talkshow van Jensen doet het goed wat schelden betreft. Dat blijkt uit onderzoek in opdracht van de Bond tegen het vloeken.
Blokker vindt de media-aandacht voor dit onderzoek een verontrustende trend. “Dat betekent dat de hoeders van de religieuze moraal in de 21ste eeuw aan invloed winnen. Terwijl het er eind vorige eeuw toch even op leek dat we de zedenprekers voorgoed de baas waren geworden. Af en toe stapten ze naar de rechter als ze zich gekwetst of beledigd voelden. Daar verloren ze doorgaans hun zaak.”
Maar nu winnen ze aan invloed. “Aangemoedigd door de moderne rancune jegens de 68'ers, de bereidwillige aandacht van de pers en de onveranderlijke onverschilligheid van de massa, beginnen ze weer ijverig de maatschappelijke bewegingsruimte in te perken. Niet alleen voor gelovigen, ook voor mensen die zich niets aantrekken van om het even welke god en hun denken niet bij voorbaat laten begrenzen door religieuze leefregels die hun onder de neutrale term 'fatsoen' worden voorgehouden. De zelfbeperking rukt op. South Park is volgens de kijkwijzer geschikt voor kinderen vanaf zes jaar. Maar iemand (?) heeft op de dvd, nog vóór het icoontje van de kijkwijzer in beeld komt, knalrode koeienletters met 'WAARSCHUWING' gezet: ‘Dit programma is alleen geschikt voor volwassen kijkers. Het bevat grof taalgebruik’.”
Vervolgens gaat Blokker in op de vraag waarom mensen op tv vloeken. “In de jaren tachtig hield de eminente en gereformeerde historicus A. Th. van Deursen een lucide lezing waarin hij twee soorten kwetsers onderscheidde, wier gedrag hij samenvatte met het begrip hedonisme: de VPRO- en de Veronica-hedonisten. De eerste groep beledigde doelbewust, uit opstandigheid tegen de moraal. De tweede groep beledigde onbewust, uit lompheid.
De VPRO-hedonisten waren het eerst op tv. Die kwamen uit de betere milieus, waren hoger opgeleid en kregen eerder toegang tot de media. Daar zetten ze een blote mevrouw voor de camera, lieten een koningin spruitjes schillen en vloekten wat af. De Veronica-hedonisten denderden later over dat gebaande pad heen. Hun belangrijkste wapens zijn de boer, de scheet en de brutale bek. In deze laatste categorie vinden wij Robert Jensen en die is volkomen oninteressant.
In de andere categorie zitten mensen als Wim T. Schippers en Hans Teeuwen, en ook de makers van South Park, Matt Stone en Trey Parker. Die zijn wel interessant. Niet omdat ze vloeken, maar omdat ze een reden hebben om te vloeken. In South Park, gemaakt door Canadezen maar vooral bedoeld voor de Amerikaanse markt, wordt elke vorm van hypocrisie en domheid aangepakt. En soms moet daarbij gevloekt worden, zoals je voor een betonnen muur soms even de onverdraaglijk luide klopboor moet inschakelen.”
Vloeken is harder nodig dan ooit, meent Blokker. “Aan alle kanten staan mensen die onwrikbaar in hun eigen gelijk geloven en niet de minste tolerantie kunnen opbrengen voor andersdenkenden. Dan hebben we het niet alleen over christenen, moslims of andere gelovigen, maar ook over racisten en antiracisten, asfaltlobbyisten en milieupolitie, Wilders en Verdonk.”
Het vloeken gaat om de noodzaak mensen uit hun lethargie te halen, ze te ontregelen om ze tot nadenken aan te zetten en tot waarlijk eigen, vrije meningen te brengen. “De makers van South Park kennen geen genade voor mensen die tot keurige standpunten komen, alleen maar omdat die standpunten keurig zijn. Het gaat erom dat niemand standpunten moet huldigen enkel en alleen omdat ze zich hebben laten zeggen dat die de juiste zijn.”
Blokker geeft een voorbeeld. “Er is een aflevering van South Park waarin een schoolkok Chef, een grote neger met de stem van Isaac Hayes, meent dat de vlag van South Park racistisch is. Hoezo, vraagt de burgemeester, nadat haar medewerkers de vlag hebben uitgerold en wij vijf witte poppetjes zien dansen om een galg waaraan een zwart poppetje hangt. “Verdomme”, brult de chef, “zie je dat dan niet?” En wij lachen omdat wij het meteen met hem zien, afgericht als we zijn door jaren van antiracistische opvoeding. Na een heleboel misverstanden en bloedige gevechten tussen voor- en tegenstanders van de vlag, mogen de kinderen van Cartmans klas beslissen. Tot verbijstering van hun steun en toeverlaat Chef, vinden de meeste kinderen de vlag niet racistisch, omdat hun niet eens was opgevallen dat de poppetjes verschillend gekleurd waren. Chef schaamt zich en de vlag wordt aangepast: poppetjes van alle rassen dansen nu om de galg. “South Park zet het in een ander daglicht dan je vooraf had gedacht.”
Zijn conclusie luidt: “Daar is kunst voor bedoeld. En als het moet, dan zijn 51 vloeken in drie weken tijd een kleine prijs om daarvoor te betalen.”
Analyse. Het betoog ondersteunt zijn stelling (‘vloeken is hard nodig, omdat schelden een wapen tegen de zedenprekers is’) in het geheel niet. Sterker nog, zijn betoog is irrelevant. Dat blijkt uit meerdere punten. Zo gaat het in het voorbeeld met de schoolkok helemaal niet om het vloeken. Het motief van de makers van South Park (mensen moeten autonoom denken) heeft evenmin iets met vloeken te maken. Vloeken is ook geen noodzakelijke voorwaarde om autonoom te denken.
Blokkers slotconclusie onderstreept zijn irrelevante betoog nog het beste: “Daar is kunst voor bedoeld. En als het moet, dan zijn 51 vloeken in drie weken tijd een kleine prijs om daarvoor te betalen.” Het gaat er om dingen in een ander daglicht te kunnen zien en dan moeten we het vloeken maar op de koop toe nemen. Met andere woorden, het gaat niet om het vloeken. Dat is slechts een bijverschijnsel.

© 2008 R.G. M. Ritzen