De Bruin en de contradictie

De Nederlandse vrouwen zijn met meer medailles uit Peking teruggekomen dan de Nederlandse mannen, vragen veel mensen zich af hoe het toch komt dat onze vrouwen beter waren. Uit de Olympische Spelen rijst volgens NRC-redacteur Ellen de Bruin weer het beeld op dat al ten minste sinds de Gouden Eeuw bestaat: de Nederlandse man is een sul, een watje, terwijl zijn vrouw de broek aanheeft. “Maar wie even verder denkt, ziet dat de Nederlandse vrouwen helemaal niet beter hebben gepresteerd op de Spelen dan Nederlandse mannen. Je kunt dat althans niet zeggen. De Nederlandse mannen en vrouwen hebben niet tegen elkaar gesport.” (NRC, 25.8.08)
Het wordt ook heel verleidelijk om te zeggen: Nederlandse vrouwen hebben het zo goed, ze hebben zoveel vrijheid om te doen wat ze willen, ze zijn zo gelukkig - dus daarom presteren ze zo goed. Volgens De Bruin is dat een onjuist idee.
Analyse. De Bruin beweert (1). dat de vrouwen niet beter hebben gepresteerd en (2). dat je niet kan weten of de vrouwen beter gepresteerd hebben. Tegelijkertijd (1) én (2) beweren leidt tot een contradictie. Wie (1). beweert, vergelijkt vrouwen en mannen, maar wie (2). beweert, zegt dat zo’n vergelijking onmogelijk is. Dat is een contradictie.
Overigens is een vergelijking wel degelijk mogelijk, ook zonder dat de Nederlandse vrouwen tegen de Nederlandse mannen gesport hebben. Er kan bijvoorbeeld gekeken worden naar het percentage Nederlandse vrouwen met een medailles in relatie tot de hoeveelheid Nederlandse vrouwen dat meedeed. Dat percentage kan vergeleken worden met het percentage Nederlandse mannen met een medailles in relatie tot de hoeveelheid Nederlandse mannen dat meedeed.
Verder voert De Bruin met haar “…het wordt dan heel verleidelijk…” een fictieve tegenstander op.

© 2008 R.G.M. Ritzen