BON en de persoonlijke aanval

Tussen onderwijsgevend Nederland en mij wil het maar niet boteren. Ook mijn schrijfsel in Trouw (25.7.08) viel niet in goede aarde. In dit stukje mocht ik in 750 woorden een overzicht geven van relativerende opmerkingen over de kritiek op de kwaliteit van het onderwijs van – onder meer – minister Plasterk en de commissie-Dijsselbloem. De verwijzing naar de oorspronkelijke auteurs (prof. Borghans, prof. Lock, prof. Scheerens, prof. De Glopper en dr. Bronnenman) in mijn eerste versie moest ik achterwege laten, want die namen zeggen de lezers niets (vond de redactie van Trouw terecht). Mijn argument was (en is) dat die huidige kritiek niet ondersteund wordt door wetenschappelijk onderzoek. Voorzover er al cijfers zijn, geven die doorgaans een positief beeld. En, heel bizar, niemand doet zich ook maar enige moeite om het begrip ‘kwaliteit’ te omschrijven. De commissie-Dijsselbloem hanteerde dit concept 150 keer en definieerde het… 0 keer.
Op die site van BON, de vereniging Beter Onderwijs Nederland, werd er weer – net als eerder - lustig op los gescholden. Hieronder een klein overzicht van ongetwijfeld grootse inzichten:

Ron Ritzen *was* docent en *is* 'pratend hoofd'? Maarten 't Hart schreef ooit: ‘Filosofen zijn warhoofden die niet kunnen rekenen, niet kunnen schrijven en [knip]’.” Pratend hoofd is – denk ik – een manager. Door mij als manager te omschrijven, zijn mijn motieven per definitie verdacht. En dat uitgerekend de schrijver Maarten ’t Hart wordt aangehaald, spreekt boekdelen. Als de anonieme auteur dan toch iets onaardigs had willen zeggen, had hij naar Williamsons ‘The Philosophy of Philosophy’ kunnen verwijzen. (Overigens is BON-voorman Verbrugge een filosoof. Maar dit terzijde.)

“Voor zijn meningen heb ik geen enkele waardering. Al die meningen zijn hier op het forum in verschillende draden al tegengesproken, dus dat ga ik niet nog eens overdoen.” Hiermee wordt de bewijslast ontdoken. De bewering klopt overigens niet helemaal, maar los daarvan is met een reactie een opvatting niet per definitie weerlegd. De meest inhoudelijke reactie op het interview van Bronneman kwam van de hand van Willem Smit: “Bronneman schreef het zwakste deelrapport. Ik heb me er destijds met groeiende tegenzin doorheen geworsteld. Het bevat niets dat de krantenlezer niet al wist en is beroerd geschreven bovendien. (…) Belachelijk amateuristisch. Terecht besteedde Dijsselbloem er in het eindrapport pijnlijk weinig aandacht aan.” Is dit een weerlegging?

BON-bestuurder Presley Bergen deed ook een duit in het argumentatieve zakje: “Ik heb ooit in een debat ergens in het land een opponent gehad die dezelfde argumenten hanteerde als de heer Ritzen om te bewijzen dat wij helemaal niet konden aantonen dat de kwaliteit van het onderwijs niet overhoudt. Ik vergeleek hem vervolgens met de minister van voorlichting van Irak die riep dat er geen Amerikanen in Irak waren (niemand door de paspoortcontrole geweest, niemand had zich gemeld, er waren geen cijfers, etc. :)) terwijl de tanks op de achtergrond voor een ieder zichtbaar langs denderden. Die zogenaamde lijstjes noemde ik in navolging van Co Adriaanse (ex-trainer AZ) lijstjes die een "scorebordkwaliteit" aangaven (cijfers die een ieder blij maken maar niet de werkelijkheid weergeven). Wanneer het grootste deel van onderwijsgevend Nederland, ouders en studenten aangeeft dat er iets mis is met ons onderwijs, moet je wel erg sterk ergens in geloven om zo'n stuk te schrijven. Dat deze redeneringen niet voorzien zijn van echt hoogstaande argumenten geef ik toe. Maar daarom zijn ze niet minder geldig, steekhoudend of waar.” Leuk stukje, maar dat zijn argumenten niet voorzien zijn van echt hoogstaande argumenten, is de understatement van de eeuw. Het is eenvoudig niet relevant wat het grootste gedeelte van onderwijsgevend Nederland aangeeft. Het gaat om de vraag wat waar is en dat is geen kwestie van ‘de-meeste-stemmen-gelden’. Bergen bezondigt zich aan een populariteitsdrogreden. Ook de vergelijking met de Iraakse minister is een persoonlijke aanval: een door een dictator betaalde stroman die mensen op een heel domme manier een rad voor de ogen probeert te draaien. Eigenlijk ben ik dus nog dommer, want ik doe het onbetaald. Maar wie de Bon-site al eerder geraadpleegd had, wist hoe dom ik ben.

Vervolgens werd deze site ook nog even op de korrel genomen. Niet dat het stukje in Trouw en deze site inhoudelijk iets met elkaar te maken hebben, maar op de een of andere manier moest mijn intellectuele onbetrouwbaarheid en onbenul in een breder verband geplaatst worden.“Don Quichote?”, vroeg een anonieme schrijver zich af. “Vecht tegen drogredenen; (…); ontkent onwelgevallige verschijnselen door zich selectief te verstoppen achter een quasi wetenschappelijke 'informale logica' die op zichzelf genomen al een contradictio in terminis is.” Grappig is samentrekking tussen ‘informele logica’ en ‘informal logic’, maar de kritiek is niet houdbaar. Zo is een cirkelredenering (als a en a, dan a) formeellogisch gezien geldig. Maar het is wel degelijk een drogredenering.
Drie dagen later was de anonieme schrijver nog steeds boos. “Pedanterie”, brieste hij. “Op de site van R.R. is een groot aantal commentaren op de ‘drogredenen’ van anderen te lezen. Daarin worden personen en argumentaties onderuit gehaald op grond van het feit dat er één of meerdere drogredenen in hun stukken zijn te vinden.” (Wat had de schrijver dan verwacht op een site als deze? Cakerecepten?) “Dat doet me denken aan iemand die een boek afkraakt op grond van één of meerdere drukfouten; iemand die een muziekuitvoering veroordeelt op grond van enkele dissonanten.” Pardon? Is de ongeldigheid van een redenering slechts een dissonant? Is een drogredenen te vergelijken met een fout geplaatste komma? “Het is geen kunst om onvolkomenheden aan te wijzen (dat klopt dan weer wel; de site van BON stikt ervan); het is moeilijker om de waardevolle elementen in een redenering af te wegen tegen de minder geslaagde elementen en op grond daarvan tot een oordeel te komen (klopt alweer, vooral als die waardevolle elementen volledig ontbreken). Leerlingen afkraken op grond van het feit dat ze dingen verkeerd doen is een doodzonde voor pedagogen.” (Er is in mijn beleving een klein subtiel onderscheid tussen een leerling en een hoogleraar, maar ik kan me ook hierin natuurlijk weer vergissen.) ”Maar R.R. gebruikt alleen de informatie die hem sterkt in zijn eigen standpunten en speelt ad hominem bij informatie die hem onwelgevallig is.” Dan zou het toch simpel moeten zijn om één enkel voorbeeld te geven. Hegeliaans volhardt hij in zijn antithese en de synthese is hem vreemd.” Hegel? Toch niet die Hegel die, toen hij geconfronteerd met het feit dat de werkelijkheid niet overeenstemde met zijn theorie, zei: “Um so schlimmer für die Wirklichkeit.”
De anonieme auteur rept overigens met geen woord over de persoonlijke aanvallen op de BON-site die op mij gericht zijn: ik ben leugenaar, opschepper, marjonet, kan niet schrijven, rekenen en argumenteren etc. Dat mag volgens de auteur allemaal, maar hij verwijt mij vervolgens dat ik me schuldig maak aan persoonlijke aanval. Overigens geeft hij niet één voorbeeld waar dat uit blijkt (en aangezien mijn webstek inmiddels zo’n 270 voorbeelden bevat, moet dat dan toch niet zo moeilijk zijn.)
Nogmaals, wat dit allemaal met mijn stuk in Trouw te maken heeft, is mij volstrekt onduidelijk.

© 2008 R.G.M. Ritzen