Van Dijk over de Enschedese ontuchtzaak

In de Enschedese ontuchtzaak werden een vader, een moeder en een broer respectievelijk tot 8 jaar en TBS, 5 jaar en 7 jaar veroordeeld, onder meer wegens ontucht met hun dochters. De Commissie Evaluatie Afgesloten Strafzaken (CEAS) heeft inmiddels geadviseerd deze zaak te heropenen. Vier deskundigen (drs. Emmelkamp, prof. Crombag en twee specialisten van de CRI) hebben destijds vernietigende kritiek geuit op de verhoorstrategieën van de politie. De kwaliteit van de verhoren waren zeer slecht: er werden suggestieve vragen gesteld, er werd informatie weggegeven, de dochters (11 en 13 jaar) werden meer dan twintig keer verhoord, ect. Hun conclusie was dat de verhoren als bewijs volstrekt onbruikbaar waren en dat werd de rechters ook meegedeeld. Maar die rechters kenden geen twijfel en veroordeelden desondanks de verdachten op basis van deze verhoren.
In de uitzending van Reporter (KRO, 20.8.08) gaf mr. Van Dijk, president van het gerechtshof Arnhem, tekst en uitleg over deze veroordeling. De rechters en raadsheren, zo stelt hij, hadden het probleem dat er “deskundigen waren die uitdrukkelijk verklaarden dat deze verklaringen van de kinderen betrouwbaar waren en dat het zo (de verhoren, RR.) goed gegaan was” en dat er deskundigen waren die twijfelden aan de verklaringen. De rechters moesten een lastige keuze maken tussen “ene type deskundige en de andere.” In het vonnis staat dan ook dat er onder deskundigen onenigheid bestaat over het verhoren van jonge kinderen.
De andere deskundige was mevr. Lamers, die in zijn algemeenheid stelde dat het mogelijk is wat de kinderen verklaard hadden. Lamers had zich niet specifiek over de verhoren uitgelaten. Ze verklaarde tegenover de CEAS dat ze helemaal niet de pretentie had om iets over die verhoren te zeggen. Prof. De Roos, lid van de CEAS, vond het onmogelijk om de kritiek van Emmelkamp, Crombag en de CRI-specialisten terzijde te schuiven.
Van Dijk werd met dit gegeven geconfronteerd. Zijn commentaar was als volgt: “Het kan best zijn dat iets met de verhoormethoden aan de hand was, maar betekent dat nou dat – als je als commentaar kunt hebben – dat de verklaring als zodanig onbetrouwbaar is. De raadsheren zijn tot de conclusie gekomen dat dat niet zo is. Zo zit het natuurlijk toch in Nederland. Op enig moment moet iemand het woord uitspreken en in geval is dat het hof in Arnhem geweest.”
De Roos, die overigens ook plaatsvervangend rechter is, vond dit onbegrijpelijk. De drie rapporten van de deskundigen wijzen namelijk in precies dezelfde richting. Hij zou dan ook hebben vrijgesproken
Aan het oordeel van De Roos had Van Dijk echter geen boodschap: “Eerlijk gezegd zegt me dat niks. Wat mij wat zegt, is wat in het rapport staat. In het rapport staan (sic, RR.) een aantal dingen waar je van kunt zeggen: ‘inderdaad, dat klopt’. Het rapport constateert eigenlijk wat ik zelf ook wel snap in dit soort zaken, dat het hartstikke lastig is om in dit soort zaken een goede afweging te maken. En als deze commissie, dat zijn dus drie mensen die overigens geen rechter zijn, tot de conclusie komen dat je erover kunt discussiëren, dan zeg ik ‘ja, dat kan’. Het zou heel goed kunnen zijn dat als drie andere mensen er naar laat kijken, dat die tot de conclusie zouden komen dat er wel een veroordeling zou moeten volgen.”
Analyse. Van Dijk maakt zich schuldig aan een aantal drogredenen. De eerste is het vertekenen van een standpunt. Het is helemaal niet zo dat er onder deskundigen onenigheid bestond over de verhoren. Er waren drie vernietigende rapporten van specialisten en een oordeel van een deskundige die enkel in algemene termen sprak, maar die zich niet uitliet over de afgenomen verhoren. Van een onenigheid was dan ook geen sprake. Ook vertekent Van Dijk de conclusies van de CEAS. Anders dan Van Dijk stelt, zegt de CEAS dat de feitelijke basis van de veroordelende uitspraken uiterst fragiel is. Daarover kun je volgens de commissie helemaal niet discussiëren.
De tweede drogreden is de irrelevante argumentatie. Dat rechters op een gegeven moment de knoop moeten doorhakken, is in dit verband helemaal niet aan de orde. Wat wel aan de orde is, is dat de rechters geconfronteerd werden met drie vernietigende rapporten over de verhoorstrategieën. De door de rechters aangehaalde onenigheid onder deskundigen bestond eenvoudigweg niet. In dit verband hoefde er geen knoop te worden doorgehakt.
De derde drogredenen is de persoonlijke aanval. Van Dijk merkt tussen neus en lippen even op dat de leden van de CEAS zelf geen rechter zijn. Dat is volstrekt irrelevant. Ze hebben een oordeel geveld over de verhoorstrategieën. Dat is geen voer voor rechters.
De vierde drogredenen is het hanteren van een immuniseringsstrategie. Die zien we terug in Van Dijks laatste opmerking (“als je drie andere mensen er na laat kijken, dan komen die misschien wel tot een veroordeling”). Kennelijk is het maar net hoe je er tegen aankijkt en wie er naar kijkt. Wie een dergelijk standpunt hanteert, kan inderdaad alle kritiek terzijde schuiven.
Verder bagatelliseerde Van Dijk de bevindingen van de specialisten, die een vernietigend oordeel over de verhoorstrategie velden. Van Dijk verwoordt deze kritiek als: “het kan best zijn dat er iets aan de hand is met de verhoren…”.

© 2008 R.G.M. Ritzen