Etty en selective pleading

Liesbeth van Tongeren, het boegbeeld van Greenpeace, werd in het NRC (27.9.08) in het zonnetje gezet. In de inzet bij het interview van Etty kwam de kwestie ‘Brent Spar’ aan de orde, het olieplatform dat begin jaren negentig overbodig werd. Shell wilde het platform afzinken. “Maar de drijvende Spar kon natuurlijk gewoon worden weggesleept en in de Atlantische Oceaan tot zinken gebracht en dat vond de Britse regering in 1995 een goed idee. Greenpeace vreesde echter dat 'dumpen' de norm zou worden voor álle platforms en protesteerde. Greenpeace wist zelfs actievoerders op de Brent Spar af te zetten terwijl die al door sleepboten naar het graf in de Atlantische Oceaan werd getrokken. Zelfs meenden de actievoerders te constateren dat de Spar nog grotendeels gevuld was met olie, wat later een vergissing bleek te zijn waarvoor zij zich verontschuldigden. Het protest van Greenpeace werd overgenomen door spontaan optredende actievoerders in Duitsland en Nederland (die slangen van benzinepompen doorsneden) en zelfs een Nederlandse minister zei Shell door dit milieu-onvriendelijke gedrag te boycotten.; Shell haalde bakzeil en bracht de Spar over naar een fjord in Noorwegen. Jaren later is hij netjes gesloopt.”
Analyse. Etty geeft de standpunten eenzijdig weer. Greenpeace maakte een rekenfoutje en bood vervolgens haar verontschuldigingen aan. Nog afgezien dat daar toch een behoorlijke rel aan voorafging, wordt het standpunt van Shell niet of nauwelijks toegelicht.
Wat merkte Etty dan niet op? Dat de olieproducent liet zestien studies verrichten alvorens tot afzinken te besluiten. Dat de overwegingen waren dat afzinken geen noemenswaardige milieuvervuiling met zich zou brengen en dat ontmanteling aan land tot een hoog risico op ongelukken betkeent (0,1 per werknemer). En dat bij ontmanteling aan wal er wel een risico voor het milieu bestond, omdat het platform kon breken. Het residu betond weliswaar voor 90% uit zand, maar voor een klein gedeelte ook uit vervuilende metalen. Bij een breuk zouden deze metalen dan vrijkomen.
De beslissing tot afzinken was vanuit die optiek gezien de beste oplossing.
Het argument van Greenpeace, dat in het afzinken een precedent zag, was bovendien niet sterk. Brent Spar heeft een totaal andere constructie als de andere platforms, die bebouwd zijn om aan land te worden ontmanteld (zie foto).
De protesten kwamen dan ook van niet- of slechtgeïnformeerde lieden en de berichtgeving door – onder meer – Etty maakt de zaak er niet beter op.
Brent Spar is geen voorbeeld van het handelen van een milieu-onvriendelijke onderneming, maar van een onderneming die slecht communiceerde. (In Trouw (28.6.1995) schreef ik eerder over deze kwestie.)

© 2008 R.G.M. Ritzen