Lange en het ontbreken van het bewijs

“De aidsepidemie in Afrika is bedrog”, meent Dr. Christian Fiala (NRC, 13.9.08). “Ons wordt nog steeds voorgehouden dat Afrika gebukt gaat onder een ernstige aidsepidemie. Die reusachtig hoge cijfers leveren reusachtige hoeveelheden publieke fondsen op voor aidsresearch en dus voor onderzoekers. Maar wat voor wetenschappelijk oordeel mogen we verwachten van experts die opkomen voor een breed gedragen overtuiging die borg staat voor hun inkomen?”
Fiala, specialist obstetrie en gynaecologie en onderzoeker van aids in Oeganda en Thailand, wijst erop dat de VN-organisatie UNAIDS al in december 2007 heeft toegegeven dat het aantal met hiv-besmette mensen in de wereld niet veertig maar drieëndertig miljoen was. UNAIDS heeft de te hoge cijfers jarenlang met veel succes had gebruikt om fondsen te werven, stelt Fiala. Maar volgens de arts James Chin - de man die vroeger bij UNAIDS juist voor deze gegevens verantwoordelijk was - is het aantal hiv-besmette mensen nog lager: vijfentwintig miljoen. Fiala haalt nog een aantal gezaghebbende lieden aan die twijfels hebben over de omvang.
Fiala wijst in zijn artikel onder meer op het feit dat in landen die ‘getroffen’ zouden zijn door een dodelijke hiv/aidsepidemie, de bevolkingsgroei hoog blijft of zelfs toeneemt.
Hij neemt Oeganda als voorbeeld. “Dat land werd ooit het ‘epicentrum van een wereldwijde epidemie’ genoemd. Het blad Newsweek schreef in 1986: “Nergens grijpt de ziekte feller om zich heen dan in de regio Rakai in zuidwestelijk Oeganda, waar naar schatting 30 procent van de bevolking seropositief is.”
In 1995 bevestigde de WHO dat “halverwege 1991 naar schatting anderhalf miljoen Oegandezen, ofwel 9 procent van de bevolking als geheel, en 20 procent van de seksueel actieve bevolking, met hiv besmet was.”
In latere ramingen van het aandeel hiv-positieve Oegandezen was zelfs sprake van 15 procent van de bevolking. Men nam aan dat de meesten van hen vroegtijdig zouden overlijden, met rampzalige gevolgen voor hun gezinnen en het land. “Het is dan ook een hele schok als je het huidige Oeganda onder de loep neemt en geen spoor vindt van de voorspelde vroegtijdige dood van miljoenen mensen. Integendeel: Oeganda kampt met een spectaculaire bevolkingsgroei. Het groeicijfer is er altijd al hoog geweest, maar de laatste vijftien jaar is het een van de snelst groeiende landen ter wereld. Het sterftecijfer is gelijk gebleven of zelfs gedaald, terwijl de vruchtbaarheid hoog en stabiel is gebleven.”
Ondanks de aangekondigde dodelijke epidemie groeide de bevolking jaarlijks met 3,4 procent. En dat is merkwaardig, meent Fiala, want de bevolking van Oeganda zal dan in 21 jaar verdubbeld zijn. Kennelijk zijn de meeste mensen die vijftien jaar geleden hiv-positief waren zijn niet, zoals verwacht, vroegtijdig overleden, maar zijn ze een normaal leven blijven leiden. “Het fundamentele uitgangspunt in het hiv/aidsparadigma - namelijk dat een positieve hiv-uitslag leidt tot aids en dus tot vroegtijdig overlijden - is door het voorbeeld van Oeganda weerlegd. De overduidelijk - zoals men nu ook toegeeft - te hoge cijfers waren gebaseerd op verkeerde aannames, ongefundeerde ramingen en elementaire epidemiologische fouten.” Zo zijn hiv-tests in Afrika zeer onnauwkeurig, de statistische analyses ondeugdelijk en werd er in 1986 een nieuwe definitie van aids heeft ingevoerd, die alleen gold voor arme landen en die berustte op niet-specifieke symptomen. (Volgens die zogeheten Bangui-definitie heeft iemand aids als hij gewichtsverlies, koorts en hoest vertoont. Maar dat zijn de typische symptomen van tuberculose, die in arme landen veel voorkomt.)
Zoals gezegd, de reden voor dit bedrog is dat de voorstellingen van zaken de betrokken instanties veel fondsen, dus veel geld opleverden.
Fiala’s kritiek schoot prof. Lange, hoogleraar inwendige geneeskunde (UvA), in het verkeerde keelgat. “De argumentatie van de auteur van het desbetreffende artikel, dr. Christian Fiala, klopt niet. Hij gebruikt alle trucs die er bij een onwetend en goedgelovig publiek goed ingaan”, meent Lange (NRC, 20.9.08).
Maar wat deugt er dan niet aan het stuk van Fiala? “Veel”, meent Lange, die zelf ooit als arts in Oeganda werkte. Onder meer het selectief en tendentieus gebruik van (non-)informatie; het aanroepen van James Chin, die vooral gedreven wordt door verbittering over het feit dat hij de officiële cijfers niet meer produceert; het negeren van informatie die zijn verhaal ondergraaft (zo weten we heel goed waarom Afrika ten zuiden van de Sahara kampt met een heteroseksuele epidemie); het koketteren met het wetenschappelijke gezag van mensen die zijn hypothese lijken te ondersteunen, terwijl dat van serieuze aidsonderzoekers niet telt; het leggen van valse verbanden, zoals dat van de 'onverenigbaarheid' van de hoge hiv-prevalentie in Oeganda begin jaren negentig en de huidige bevolkingsgroei van dat land; en het hanteren van leugens, gebaseerd op anekdotiek. Er zal een enkeling zijn die 15 jaar geleden hiv-positief bevonden werd en nog in leven is (waarschijnlijk dankzij hiv-remmers), geeft Lange toe, maar de meeste mensen die 15 jaar geleden hiv-positief waren, zijn nu dood. Daarover heeft Lange harde gegevens uit Oeganda.
Fiala's bewering dat al het geld voor hiv/aids ‘gezondheidssystemen’ en andere ontwikkelingsprioriteiten (zoals sociale fondsen, onderwijs- en gezondheidsprojecten, infrastructuur en agrarische ontwikkeling) ondermijnt, is volgens Lange dan ook “baarlijke nonsens”. Het probleem in sub-Sahara Afrika is niet dat er teveel geld gaat naar de bestrijding van hiv/aids, maar dat er te weinig geld is voor gezondheidszorg in het algemeen.
“Ten slotte iets over de geloofwaardigheid van Fiala. Hij blijkt nauwe banden te hebben met de moleculair bioloog Peter Duesberg, die jarenlang strijd voerde tegen de connectie tussen hiv en aids. Zijn stellingname heeft ertoe geleid dat president Mbeki van Zuid-Afrika de aanpak van het immense probleem in dat land jarenlang heeft kunnen vertragen. Inmiddels zijn in Zuid-Afrika 6 miljoen mensen met een hiv-infectie.”
Analyse. Laten we de kritiek van prof. Lange eens op een rij zetten. Hij wijst onder meer op:
1. het selectief en tendentieus gebruik van (non-)informatie (maar welke informatie missen we dan?);
2. het aanroepen van James Chin, die vooral gedreven wordt door verbittering over het feit dat hij de officiële cijfers niet meer produceert. (Lange maakt Chins motief verdacht, maar dat is nog steeds geen weerlegging van de cijfers);
3. het negeren van informatie die zijn verhaal ondergraaft. (Maar Lange geeft niet aan welke informatie genegeerd wordt);
4. het koketteren met het wetenschappelijke gezag van mensen die zijn hypothese lijken te ondersteunen, terwijl dat van serieuze aidsonderzoekers niet telt. (Lange geeft niet aan wie wel en niet meetelt en evenmin gaat hij in op de criteria om te bepalen wie betrouwbaar is);
5. het leggen van valse verbanden, zoals dat van de ‘onverenigbaarheid’ van de hoge hiv-prevalentie in Oeganda begin jaren negentig en de huidige bevolkingsgroei van dat land. (Op zich kan de groei van Oeganda nu (3,603%) goed samengaan met de mortaliteit in eerdere jaren. Maar waarom is het verband vals? Welke cijfers kloppen niet?);
6. het hanteren van leugens, gebaseerd op anekdotiek. Er zal een enkeling zijn die 15 jaar geleden hiv-positief bevonden werd en nog in leven is (waarschijnlijk dankzij hiv-remmers), geeft Lange toe, maar de meeste mensen die 15 jaar geleden hiv-positief waren, zijn nu dood. Daarover heeft Lange harde gegevens uit Oeganda. (Ook hier weer de vraag hoe betrouwbaar die cijfers zijn);
7. het gebrek aan geloofwaardigheid van Fiala (Dat zou blijken uit de nauwe banden met de moleculair bioloog Peter Duesberg; die laatste is omstreden, maar is dat een reden om daarom ook de geloofwaardigheid van Fiala ter discussie te stellen).
Kortom, Lange poneert veel, maar maakt weinig aannemelijk. Het principe ‘wie stelt, bewijst’ impliceert dat Lange toch echt aanzienlijk maar moet doen dan hij deed.