Mees en onjuiste modus tollens

Met de aankomende vergrijzing buitelt men in Den Haag over elkaar heen met voorstellen om de Nederlanders te prikkelen tot meer en langer werken, stelt de econoom prof. Kleinknecht (TU Delft) in het NRC (25.8.08). Het kabinet wil de 40-urige werkweek weer terug; zaterdag zou best weer een reguliere werkdag mogen worden; deeltijders moeten grotere deeltijdbanen nemen; enz. Waarom laat men mensen niet de keuze, vraagt Kleinknecht zich af.
Wat Kleinknecht verrast, is dat ook economen die als ‘liberaal’ gelden keurig meedoen in het grote koor: gij zult (meer) werken. Niemand komt op het idee om te vragen: waarom eigenlijk? Klassiek liberale denkers hebben immers altijd een diep respect voor de individuele voorkeuren en keuzes van mensen. “Voor hen was het een onbestreden uitgangspunt dat de mensen zelf wel uitmaken hoe ze gelukkig willen worden. Dat het huidige kabinet liberale uitgangspunten aan zijn laars lapt en iedereen bijna dwingend wil opleggen om (meer) te werken is volstrekt begrijpelijk. (…) Op zichzelf is met meer participatie overigens niets mis. Werken heeft voor het individu evidente voordelen boven passiviteit. Maar mogen de mensen dan wel nog zelf kiezen hoe ze gelukkig willen worden? Het participatiedebat wekt de indruk dat men de burgers regelrecht wil dwingen tot het maken van de voor hen juiste keuzes.”
Heleen Mees heeft weinig waardering voor deze bespiegeling. In haar column ‘Luie mannen’ bekritiseert zij ‘gelukseconoom’ Kleinknecht en socioloog Dick Pels (NRC, 5.9.08). Ook die laatste vindt dat iedereen de vrijheid moet hebben om minder te werken (Opiniepagina, 30 juni). Alfred Kleinknecht zou er beter aan doen op te houden met intellectueel luie stukjes te schrijven waar de valse suggestie van uitgaat dat iedereen in Nederland in een Ferrari zou rondrijden als we niet zo’n grote voorkeur voor vrije tijd zouden hebben, luidt het bestraffende oordeel van Mees.
Wat is er mis met Kleinknechts betoog? De werkelijkheid is, zo stelt Mees, dat de hoge belasting- en premiedruk het gros van de mensen ertoe dwingt om allerhande laagwaardig werk zelf te doen. Dat is geen keuze, maar men heeft daar eenvoudigweg niet het geld voor. Bovendien, als mensen meer participeren in arbeid, laten ze klusjes opknappen door mensen met een laag inkomen en weinig opleiding. Die zijn dan ook weer beter af, dan in de huidige situatie.
Analyse. Mees maakt zich schuldig aan de persoonlijke aanval als zij Kleinknecht verwijt een ‘lui’ stukje te schrijven. Maar waaruit bestaat dat intellectueel ‘luie’ nu eigenlijk uit?
Mees’ redenering is in elk geval niet logisch. Haar argument luidt als volgt:
(1). Als mensen te weinig in het arbeidsproces participeren, dan kunnen werkloze laagopgeleide allochtonen niet in het arbeidsproces participeren.(2). In de situatie dat mensen niet te weinig participeren…(3). …dan zal in die situatie werk zijn voor werkloze laagopgeleide allochtonen (de conclusie)Uit de ontkenning van het antecedens (...als mensen te weinig participeren….), wordt ten onrechte de ontkenning van het consequens (…dan levert dat werk op…) afgeleid.De correcte redeneervorm is: (((als a dan b) en niet-b) dan niet-a). Deze redeneervorm noemen we de modus tollens. De incorrecte redeneervorm is: (((als a dan b) en niet-a) dan niet-b). Dat deze redeneervorm onjuist is, valt makkelijk in te zien. Als het regent, dan zijn de straten nat. Het regent niet. Dus de straten zijn niet nat. Tegenwerping: er kan ook net zo goed een sproeiwagen voorbij gekomen zijn.
Of stelling (1). inhoudelijk klopt, is hier niet van belang. Het gaat enkel om de vraag de argumentatiestructuur correct is.

© 2008 R.G.M. Ritzen