Pam en zijn fluitketel

Aankomend advocaat Enait wilde niet opstaan voor de rechter. Mag niet van het islamitische geloof, meent hij. Daar is dan enige discussie over. Enait vindt van niet; de rest van de islamitische wereld vindt van wel.
Volgens Max Pam maakt het niet uit dat iedereen in de islamitische wereld opstaat als de rechter binnenkomt (VK, 11.9.08). Enait kan gewoon zeggen: ‘Dit is mijn diepste religieuze overtuiging. Zo zit het en niet anders.’ “En niemand kan aantonen dat zijn opvatting minder waard is dan die van de imams die zijn goedgekeurd door Job Cohen of door de Nederlandse Vereniging van Huisvrouwen.”“Sterker nog: als ik morgen op grond van mijn geloof meen dat ik met een fluitketel op mijn hoofd en met zwemvliezen aan de voeten de rechtzaal moet binnentreden, dan is er geen steekhoudend argument dat mij die diepste gevoelens kan ontzeggen. Dat ik verder als querulant te boek kom te staan, zal ik op de koop toenemen, maar is verder een normaal verschijnsel bij mensen die het licht hebben gezien.”
Analyse. Zou Pam echt menen dat een advocaat goede redenen heeft als deze vindt dat zijn particuliere geloof hem voorschrijft dat hij met een fluitketel op z’n hoofd en zwemvliezen aan de rechtbank moet betreden? Natuurlijk, het is een grappig bedoelde metafoor, maar daar gaat het niet om. Dit soort argumentaties zijn niet bedoeld om een serieuze discussie aan te gaan. Pam loochent een gemeenschappelijk uitgangspunt.

Terzijde. Max Weber beschreef het begrijpen van menselijk handelen ooit aan de hand van de ladder van het 'verstehen'. In eerste instantie begrijp je iemands handelen vanuit de gedachte dat zijn handelen redelijk is. Het handelen wordt bestudeerd aan de hand van de postulaten van de dialoog (zoals intentionaliteit, integriteit, rationaliteit, uniciteit en authenticiteit). Deze postulaten zien we terug in de hermeneutiek.

In tweede instantie, als blijkt dat de redenen voor dit gedrag tekortschieten, daal je af op de ladder. Het onbegrijpelijke gedrag wordt bestudeerd aan de hand van de postulaten 'analyseerbaarheid' en 'wetmatigheid'. Deze postulaten zien we terug in de empirisch-analytische wetenschappen.

Eerst worden redenen voor een bepaalde handeling gegeven, maar - als we met die redenen niet verder komen - vervolgens wordt gekeken naar verklaringen. De gedachte van de ladder van het 'verstehen' zien we overigens niet alleen terug bij Max Weber, maar ook bij Dray, Peters en de Nederlandse filosoof Theo de Boer.

In eerste instantie kun je Enaits handeling proberen te vatten aan de hand van redenen ('mijn geloof zegt....'), maar als die verklaring tekortschiet, is een verklaring adeqater (bijvoorbeeld, een neiging tot aandachttrekken of provoceren). De vraag is alleen wanneer redenen tekortschieten.

Pam is een hyperrationalist, want hij beantwoordt deze vraag met 'nooit'. Dat is een onhoudbaar standpunt en Pam weet dat ook. Is het redelijk om mensen met een zware hersenbeschadiging uitsluitend te benaderen vanuit de postulaten van de dialoog?

Maar, nogmaals, wanneer stap je over van 'redenen' naar 'verklaringen'?

De Rotterdamse rechtbank kan billijken Enait niet wil opstaan vanwege zijn 'diepe geloofsovertuiging'. Maar heeft zijn gedrag wel echt iets te maken met zijn geloofsovertuiging. Eén indicatie is de vraag of dit gangbaar is Islamitische landen. Jan Michiel Otto, hoogleraar Recht en Bestuur in ontwikkelingslanden, Universiteit Leiden, merkt in het NRC (12.9.08) op, dat in Indonesië iedereen, de advocaten incluis, opstaat als de rechters binnenkomen, zowel in civiele als in islamitische rechtbanken. Dat is ook het geval in Egypte, zelfs bij familierechtzaken waar de shari'a een grote rol schijnt te spelen. In het sjiitische Iran zien we hetzelfde beeld: mensen staan op als de rechters binnentreden.
In Saoedi-Arabië geldt de Koran als grondwet geldt en de shari'a als recht. En zelfs daar, zo merkt Otto op, geldt het gebruik dat iedereen opstaat.
De Wahhabitische traditie is wars van ceremonie en van de arrogantie van staatsmacht. Maar uit de overleveringen (hadith) blijkt zelfs dat de profeet vaak opstond als Umar binnenkwam. Dat deed de Profeet om hem te eren als rechter (qadi).
Voor het religieuze gelijkheidsargument van advocaat Enait (‘volgens mijn geloof zijn alle mensen gelijk’) geldt hetzelfde. Hij wilt vrouwen geen hand geven en behandelt daarmee mannen en vrouwen ongelijk. Met andere woorden, niet alle mensen zijn gelijk, maar alle mannen zijn gelijk.
Als ik Enaits opmerkingen wil begrijpen, kijk ik in eerste instantie naar zijn redenen. Maar in tweede instantie zal ik zijn opmerkingen willen verklaren.

© 2008 R.G.M. Ritzen