Schippers en vaag taalgebruik

Volgens Edith Schippers, VVD-kamerlid, is er momenteel nog steeds radicaal activisme te vinden. Dat is niet iets van de jaren tachtig. Zij wijst op het bedrijventerrein in Limburg, krakers in Amsterdam die de buren lastig vallen, dierenactivisten die wetenschappers bedreigen etc. Niet iedere activist gebruikt geweld, maar groepen radicalen bedienen zich volgens haar daar wel degelijk van.
De vraag is of we deze vorm van activisme moeten accepteren. Schippers meent van niet. De rechtsstaat raakt uit evenwicht als één van de partijen zich niet aan de spelregels houdt. Dat wil zeggen, als groepen zelf gaan bepalen dat hun doelstellingen zo superieur zijn dat ze onwettige middelen heiligen.
De redenering dat actievoerders er zelf niet beter worden, is volgens Schippers niet steekhoudend om hun acties te rechtvaardigen. “Omdat niet eigen gewin, geld of macht hun drijfveren zijn, mag het allemaal wel. Het is een redenering die ik de afgelopen dagen veelvuldig heb mogen beluisteren. Diverse (voormalige) linkse activisten en zelfs politici zijn die mening toegedaan. Anderen die de wet overtreden, moeten natuurlijk wel voor de rechter verschijnen.” Maar dit morele superioriteitsgevoel is misplaatst, meent Schippers. En zelfs gevaarlijk. “Want wie bepaalt of goede bedoelingen goed genoeg zijn? En vindt iedereen die de wet overtreedt niet een rechtvaardiging voor zichzelf om dat te doen? Juist daarom hebben we een onafhankelijke rechter. Om te beoordelen of iemand juist heeft gehandeld.”
De remedie is eenvoudig. Organisaties die zich schuldig maken aan illegale praktijken worden uitgesloten van overheidssubsidie. Kraken moet strafbaar worden gesteld. “Het moet helder zijn dat je aan de spullen van anderen niet komt.”
Van Veen, redacteur van het onlinetijdschrift RavageDigitaal.org, geeft haar standpunt als volgt weer (VK, 3.2.08). “Zo zou het (kraakverbod, RR.) de samenleving vrijwaren van radicaal geweld. Ze rakelt hierbij wat voorvallen op, zoals het bedreigen van dierproefnemers door activisten, waardoor een kraakverbod in haar ogen gerechtvaardigd is. Er is bij mijn weten geen enkel bewijs voor het feit dat alle radicale acties die in dit land gevoerd werden en worden, voortkomen uit de kraakwereld. Het slaat als een tang op een varken, en is discriminerend voor mensen die gehuurd wonen of een woning bezitten.”
Volgens Van Veen stigmatiseert Schipper. Ze schrijft bijvoorbeeld dat ‘krakers in Amsterdam hun buren het wonen onmogelijk maken’. Dat gebeurt, meent Van Veen, maar dit zijn gelukkig uitzonderingen. Krakers die zich netjes gedragen halen de krant nu eenmaal niet en er zijn uiteraard ook huiseigenaren die hun buren wel eens lastig vallen. Maar dat laatste leidt toch ook niet tot een pleidooi voor een koopverbod door de VVD?
Analyse. Schippers maakt zich schuldig aan vaag taalgebruik, bijvoorbeeld met de zin dat “krakers in Amsterdam hun buren het wonen onmogelijk maken”. Alle krakers? Enkele krakers? Veel?
Maar Van Veen vertekent op zijn beurt het standpunt van Schippers. Dat een kraakverbod de samenleving zou vrijwaren van radicaal geweld, schrijft Schippers nergens. Evenmin dat alle radicale acties voortkomen uit de kraakwereld.

© 2008 R.G.M. Ritzen