Peletier & Verhoef en hun drogredenen

Het Nederlandse rekenonderwijs, gebaseerd op het 'realistisch rekenen', is heel goed, stelden 18 hoogleraren. Die opmerking schoot Mark Peletier, hoogleraar wiskunde, en Gerard Verhoef in het verkeerde keelgat. Beiden zijn lid van de vereniging Beter Onderwijs Nederland (BON) en strijden tegen alles wat met het Nieuwe Leren en met realistisch rekenen te maken heeft.
Wat deugde niet aan het stuk van de achttien hoogleraren? De kern van het betoog van Peletier en Verhoef was dat iedereen van mening is dat het realistisch rekenen slecht is. Als deze nieuwe vorm van rekenen wel deugt, dan zien hbo's en universiteiten (die sinds kort rekenbijlessen aan hun studenten geven) het verkeerd; dan zien ouders het allemaal verkeerd; dan zien alle mensen (die hen naar aanleiding van de rekenconferentie en de Stichting Goed Rekenonderwijs mailden) het verkeerd; en dan zien de patiënten (die een verkeerde dosering van hun medicijn kregen, omdat de verplegers niet meer kunnen rekenen) het al helemaal verkeerd.
“Het gaat namelijk goed met het Nederlandse rekenonderwijs, blijven de hoogleraren volhouden. En dat allemaal op basis van steeds dezelfde onderzoeken, waarop - zoals de mensen van het Freudenthal Instituut ook weten - door velen kritiek geleverd is.”
Peletier & Verhoef weten ook precies welke motieven de realistische rekenhoogleraren met hun wanhoopspoging hebben: “zij hebben de afgelopen jaren miljoenen aan projectsubsidie binnengehaald, en van zulk geld doe je niet gemakkelijk afstand.”
De werkelijke vraag zou volgens het tweetal moeten zijn, hoe het ministerie van OC&W zich jarenlang stroop om de mond heeft laten smeren.
Analyse. De beide auteurs maken zich schuldig aan een fiks aantal drogredenen.
Indirecte persoonlijke aanval: de achttien hoogleraren willen hun subsidies niet kwijt en daarom is het logisch dat zij zich tegen de kritiek op het realistisch verzetten. Peletier en Verhoef maken hiermee het motief van de hoogleraren verdacht.
Irrelevantie argumentatie: de voorstanders van realistisch rekenen beroepen zich op onderzoeken waarop volgens Peletier & Verhoef door velen kritiek is geleverd. Dit argument is irrelevant, want op vrijwel al het sociaalwetenschappelijk onderzoek wordt kritiek geleverd. Als 'er is kritiek op' een goede reden is, dan kan men bijna het gehele onderzoek terzijde te schuiven. Het gaat er niet om dat er kritiek is, maar dat de kritiek steekhoudend is.
Directe persoonlijke aanval: de voorstanders van realistisch rekenen zijn gladakkers: het zijn stroop-om-de-mond-smeerders.
Populariteitsdrogredenen / verschuiven van de bewijslast: bijna iedereen ziet dat het rekenniveau niet goed is, aldus Peletier & Verhoef. Het gaat er niet om dat bijna iedereen dat ziet. Dat gegeven is alleen van belang als je - puur kwantitatief - wilt weten hoeveel mensen het rekenniveau goed of slecht vinden. Uit dat gegeven valt niet af te leiden dat het niveau dus goed of niet goed is. Dat hangt van de norm af.* Hiermee wordt in principe de bewijslast verschoven, maar in BON-kringen beroept men zich onder meer op de kritiek van prof. Van der Craats.
Kortom, de logische argumentatie schiet op alle fronten tekort.
*) Op deze problematiek ga ik in het tijdschrift Filosofie nader in. Dat nummer (met als thema 'crisis in het onderwijs') verschijnt voorjaar 2009.