Frissen en het opblazen van een vooronderstelling

In het nieuwste rapport van de raad, Onzekere veiligheid, pleit de WRR ervoor om het voorzorgsbeginsel op te nemen in bestuurwetgeving, burgerlijk wetboek én in de Grondwet. Dat beginsel houdt volgens prof. Frissen, hoogleraar bestuurskunde (UvT), in “dat iedereen alles in het werk moet stellen om potentiële risico’s én de onzekerheden daarover te onderkennen en ermee rekening te houden” (NRC, 6.10.08). De WRR betoogt dat de overheid niet alles kan, niet alles weet en niet alles mag en daarom is iedereen nodig voor de bestrijding van risico’s.
“Nog even los van de problemen van de uitvoerbaarheid, handhaafbaarheid en vaststelbaarheid, stel ik vast dat de WRR ons met de overheid gezamenlijk verantwoordelijk maakt voor risicoanalyses en inschatting van onzekerheden. De raad lijkt vooral te duiden op fysieke veiligheid.”
Het voorzorgsbeginsel zou dan kunnen betekenen dat statistische risicoanalyses op grond van allerlei indicatoren tot ingrijpen, tot voorzorg, verplichten. Frissen geeft het volgende voorbeeld: Man en vrouw zijn werkloos, man en vrouw zijn uitbundig getatoeëerd en gepiercet, man en vrouw praten plat. Dan weten wij dat er een groot risico van kindermishandeling en huiselijk geweld is. Ingrijpen dus. Interventieteams staan paraat.
Het gevolg is dat het grondwettelijk beginsel van voorzorg het klassieke rechtstatelijke beginsel dat strafbaar gedrag ook gepleegd moet zijn voor er een veroordeling kan volgen, zal vervangen door een radicale preventieplicht van publieke én private actoren. En hier komt “de totalitaire verleiding die altijd op de loer ligt als de overheid plichten oplegt, komt zo wel heel dichtbij.”
Weliswaar gaat het de WRR om de fysieke veiligheid, maar bij nadere beschouwing leert dat die fysieke veiligheid ons hele leven betreft. Frissen wijst op het gevaar dat verzekeraars in hun ziektekostenpremies het geven van borstvoeding, van belang immers voor de toekomstige gezondheid van kwetsbare kinderen, van overheidswege moeten gaan stimuleren en dat suïcidepreventie verplicht medisch handelen wordt
Hij ziet een "totalitaire verleiding" omdat de WRR hem zou verplichten "medeverantwoordelijk te zijn voor de staatsveiligheid", zo verwoordt prof. de Vries de kritiek van Frissen (NRC 13.10.08). De Vries, die raadslid van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) si, heeft weinig waardering voor Frissens kritiek. Zijn "fantasieën raken kant noch wal. Het WRR-rapport behandelt vraagstukken rond fysieke veiligheid, dus kwesties op terreinen als hoogwaterbescherming, voedselveiligheid en de risico’s van nieuwe technologieën. Géén van de voorbeelden die in Frissen opwelden behoort daartoe."
Het gaat dan ook niet om de staatsveiligheid, maar om de veiligheid van elke burger. Het veiligheidsbeleid wordt steeds vaker geconfronteerd met onzekerheden. Daarom moet de verdeling van verantwoordelijkheden tussen overheid en samenleving opnieuw doordacht worden. De overheid, die ook geconfronteerd wordt met onzekerheden, kan namelijk niet meer alleen borg staan voor onze fysieke veiligheid. “Ook van bedrijven moet maatschappelijke verantwoordelijkheid worden gevraagd. Zij innoveren en kennis over risicovolle activiteiten is bij hen beschikbaar.”
De samenleving kan besluiten burgers verantwoordelijkheden toe te delen, en dat is niets nieuws. In het verleden heeft ze dat ook gedaan, omdat geordend en veilig samenleven daarom vraagt, meent De Vries.
Analyse. Volgens De Vries haalt Frissen er allemaal dingen bij die niet aan de orde zijn. Volgens De Vries blaast hij een vooronderstelling op tot immense proporties. Géén van de voorbeelden die Frissen opsomt, behoort tot de zaak waar de WRR het over heeft, namelijk de fysieke veiligheid. Daarmee heeft De Vries een punt. De WRR heeft het eenvoudigweg niet over borstvoeding, interventeiteams en aanverwante zaken. Frissen poneert vooralsnog, maar argumenteert niet waarom dit op de een of andere wijze zou voortvloeien uit het standpunt de WRR.



© 2008 R.G.M. Ritzen