Ellian over Ramadan

Tariq Ramadan is een slechte leugenaar, meent Ellian (Elsevier, 26.09.08). De Leidse hoogleraar reageert daarmee op het artikel ‘Bolkesteins retoriek is gevaarlijk’ van Ramadan, die als hoogleraar burgerschap aan de Erasmus Universiteit Rotterdam verbonden is.
Prof. Bolkestein verdraaide zijn woorden, meende Ramadan. “Ik heb gezegd dat de situatie van vrouwen in Iran in twintig jaar méér verbeterd was dan de situatie van vrouwen in de gehele Arabische wereld (wat een feit is, in elk geval wat hun politieke vertegenwoordiging betreft). Ik heb nooit ‘de Iraanse vrouw’ als model verdedigd. Dat zijn leugenachtige beweringen.”
Maar volgens Ellian is Ramadan een slechte leugenaar of iemand die helemaal geen kennis van zaken heeft. “De positie van de vrouwen in Iran was voor de islamitische revolutie aanzienlijk beter dan na de islamitische revolutie: er zaten vrouwen in het parlement en in het leger, zij werkten in het bedrijfsleven, in de kunstsector, in de muziekindustrie, op scholen, in ziekenhuizen en ook in de rechtelijke macht. Ze werden niet gestenigd. Vreemdgaan was geen strafbaar feit. En ook werden mannen en vrouwen gelijkberechtigd.”
Ellian besluit zijn betoog met de conclusie dat Bolkestein de waarheid heeft gesproken en dat Ramadan gewoonlijk antwoordt met onwaarheden.
Analyse. Ellian bezondigt aan een ignoratio elenchi. Zijn argumenten zijn alleen relevant voor een standpunt dat niet ter discussie staat. Ramadan vergelijkt de positie van vrouwen niet met die van voor de islamitische revolutie, die in 1979 plaatsvond. Wat toen wel kon of beter was, is helemaal niet relevant. Ramadan vergelijkt de positie van de vrouw met die in andere Arabische landen en dan alleen nog maar in de periode 1988-2008.
Overigens schreef Bolkestein helemaal niet dat in de ogen van Ramadan de Iraanse vrouw model stond. Dat maakt Ramadan ervan. In dit geval vertekende Ramadan dus. Maar, zoals ik al eerder schreef, Bolkestein citeerde Ramadan maar half, waardoor er wel degelijk sprake was van een vertekening van een standpunt van de kant van Bolkestein.
Terzijde. Kortom, de drie hoogleraren maken er argumentatief gezien een zooitje van. Maar daar ligt kennelijk niemand wakker van. De journalist (én ingenieur én filosoof) Koen Vervloesem sprak op zijn altijd verrassende site ‘De conceptuele ingenieur’ al eerder zijn verbazing uit over het feit dat er zoveel drogredenen in omloop zijn en dat deze door zo weinig mensen doorgeprikt worden. In dit geval kregen de drie hoogleraren volop ruimte om hun drogredenen te etaleren. De Volkskrant publiceerde beide betogen. Aandacht was er vervolgens volop. Zo besteedde Elsevier er een stukje aan en Ellian ging vervolgens nog eens woest tekeer tegen Ramadan. Ook senator Meulenbelt (SP) besteedde nog aandacht aan het debat. En de arabist Admiraal kwam nog terug op de affaire (waarover binnenkort meer).
Wat mij verbaast, is dat de omarming van een standpunt pro of contra Bolkestein of Ramadan geheel losstaat van hun argumentaties. Wie Bolkestein als een onmiskenbaar onderdeel van de as van het kwaad ziet, verkettert zijn betoog en knuffelt Ramadan van onder (hielen) tot boven (hoofd); maar wie in Ramadan een (running) Groot Arabisch Gevaar ziet, hemelt Bolkestein op als de Grote Onafhankelijke Denker.
Ik kan niet veel met dit soort debatten. Ik krijg bij de betogen van Bolkestien, Ramadan en Ellian hetzelfde gevoel als ik had toen ik laatst iemand op de televisie (4:39) hoorde vragen of ze een kip bij de voorpoten moest vasthouden.
Zou het helpen als ik eens zou gaan zoeken naar de achterpoten van een kip?

© 2008 R.G.M. Ritzen