De Regt & Dooremalen vs. Boer & Van Duijn: bestaat God?

Vandaag, 26 november 2008, presenteren de filosofen Herman de Regt en Hans Dooremalen hun boek ‘Wat een onzin!’. Als voorproefje mochten ze een dag eerder op Radio 1 over dit boek discussiëren met ethicus Theo Boer en politicus Roel van Duijn.
De gespreksleiders, Arie Boom en Thijs van den Brink, lieten het gesprek vervolgens alle kanten uitschieten en aan de twee filosofen kwam de twijfelachtige eer toe het gesprek weer op het juiste spoor te krijgen. Voor deze rubriek was het een uitermate boeiend gesprek.
De boodschap van De Regt & Dooremalen was als volgt: als wetenschapper ben je lid van een wetenschappelijke gemeenschap en binnen die gemeenschap is het geloof in God niet te verenigen met de hedendaagse stand van zaken binnen de wetenschap.
De auteurs van het boek deden wat ze moesten doen: ze hielden een strak betoog met een heldere argumentatie. Dat kan helaas niet gezegd worden van de andere kant van de tafel (inclusief de gespreksleiders). Een kleine bloemlezing:
1. Boer verweet De Regt & Dooremalen dat zij een merkwaardig concept van God hanteren. God intervenieert en verhoort gebeden. Het is als het ware een God die kunstjes doet. “Binnen de godsdienstwijsbegeerte wordt een volledig ander concept gehanteerd”, aldus Boer. Dat verwijt was onterecht. Het ging De Regt & Dooremalen niet om hun eigen concept van God, maar om een idee van God dat bij de meeste mensen leeft.
2. Van Duijn stelde de retorische vraag waarom alles wetenschappelijk aantoonbaar moet zijn. “Dat is bijna een bewustzijnsvernauwing om te denken dat alles waarin een mens gelooft wetenschappelijk verantwoord moet zijn. Liefde zou dan als een onzinnig fabeltje van de hand moeten worden gewezen.” Nog afgezien van het feit dat ‘aantoonbaar’ vervolgens ‘verantwoord’ werd, maakt Van Duijn zich schuldig aan een persoonlijke aanval: wie zoiets beweert, moet wel haast aan bewustzijnsvernieuwing lijden.
3. De schoonheidservaring is wel degelijk wetenschappelijk te verklaren, aldus Dooremalen. Maar Van Duijn was het daar niet mee eens: “Nee, je kunt niet bewijzen dat een schilderij van een bepaalde schilder mooi is.” Maar dat beweerde Dooremalen ook niet. Hij had het over een wetenschappelijke verklaring van een bepaalde emotie of beleving, maar hij had het niet over het wetenschappelijk bewijs dat een kunstwerk mooi is. Van Duijn vertekende het standpunt.
3. Boer vond het maar niets dat De Regt & Dooremalen wetenschappers die in God geloven als dom, naïef en slecht afschilderden. Maar in hun boek noemen de auteurs gelovige wetenschappers enkel ‘wandelende tegenstrijdigheden’ en stelden dat hun geloof is irrationeel. Dat is toch is anders dan de wetenschappers zelf dom en naïef te noemen. Alleen in dat laatste geval zouden De Regt & Dooremalen op de man spelen en zich schuldig maken aan een ad hominem-argumentatie. Maar dat was hier niet aan de orde. Boer vertekende het standpunt van het duo. Overigens nam Boer terug dat de auteurs de gelovige wetenschappers slecht noemden. (Hij kon moeilijk anders, want De Regt & Dooremalen hebben zoiets nooit beweerd.)
4. Dat het boek gepresenteerd werd door, nota bene, een goochelaar, vond Boer ook al niets. (Goochelaars zijn overigens beter in staat om bedrog te zien, dan wetenschappers. Maar dit terzijde.) Los daarvan, wees Boer erop dat volgende week een boek over geloven en wetenschap van twintig wetenschappers verschijnt. Het gaat daarbij om winnaars van prijzen en eredoctoraten. Daarmee maakt Boer zich schuldig aan een autoriteitsdrogredenen. Het loutere feit dat een aantal gerenommeerde wetenschappers in hun eigen vakgebied uitblinkt, zegt niets over de waarde van hun argumenten met betrekking tot de waarheid van het geloof of het bestaan van God.
5. “Wetenschappers die in God geloven zijn (volgens De Regt & Dooremalen, RR.) gemankeerde wetenschappers. U gaat nog niet zo ver dat u ze sociale voorzieningen wilt ontzeggen” aldus Boer. Maar ook dit hellend vlak komt louter een en alleen voor rekening van Boer. De auteurs gaven een argument waarom wetenschap en godsdienst niet mixen. Boer had redenen moeten geven waarom hun argumenten niet deugden. Een enkele verwijzing naar het hellend vlak voldoet niet als tegenargument.
(Zie ook: opmerkelijk recht)