Decorte over De Ruyver

“Het coffeeshopbeleid is aan een grondige herziening toe”, stellen de hoogleraren Cyrille Fijnaut en Brice de Ruyver (VK, 14.11.08). Ze deden onderzoek naar de drugsproblematiek in de grensregio Nederland-België. Hun belangrijkste advies: reduceer het aanbod van softdrug. Met andere woorden, sluit een fiks aantal coffeeshops, want dat leidt tot een belangrijke vermindering van drugstoerisme en de bijbehorende overlast. Dit wakkert de illegale handel niet aan, zoals critici menen: “Waarom zouden Fransen dan nog helemaal naar Maastricht of Terneuzen rijden? Die drugstoeristen kunnen in hun thuisland illegaal alles krijgen wat van hun gading is. Nederland is niet het enige land waar drugs illegaal op grotere en kleinere schaal verkrijgbaar zijn.”
Met het argument dat het gedoogbeleid een scheiding tussen soft- en harddrugs maakt, maken beide criminologen korte metten. “De zo hooggeprezen scheiding der markten, een van de voornaamste doelstellingen van het beleid, is helemaal in het ongerede geraakt”, aldus Fijnaut. “Enerzijds omdat een aantal coffeeshops is uitgegroeid tot dé verbinding tussen de gewone gebruiker en de zware georganiseerde misdaad. Anderzijds omdat de gestage stroom buitenlandse drugskopers een godsgeschenk vormt voor criminele groepen die aan deze zogenaamde toeristen zoveel mogelijk cocaïne, heroïne, synthetische drugs, hasjies en nederwiet willen slijten.”
Er is nogal wat kritiek op het Nederlandse gedoogbeleid, ook in België. Maar Fijnaut wijst er fijntjes op dat daardoor de illegale handel in België minder groot is. “Ik heb weleens tegen de Belgische senaat gezegd: jullie roepen wel dat die Nederlandse coffeeshops dicht moeten, maar bedenk wel dat een deel van de handel en de ellende dan naar jullie toe komt.”
Een andere belg, de criminoloog Tom Decorte (UGent) is niet onder de indruk van het rapport van Fijnaut & De Ruyver. Uit onderzoek in Nederland en België blijkt dat de oorzaken van de drugsproblemen in Nederland te maken hebben met de reductie van het aantal coffeeshops, de laksheid van de Nederlandse regering om de aanvoer van drugs naar de coffeeshops te regelen (de achterdeur problematiek) en de repressieve aanpak van de cannibasteelt. Voor België gelden andere oorzaken: het halfslachtige gedoogbeleid, de harde aanpak van dealers. De motor van de cannibasteelt, en dat geldt voor beide landen, is de illegaliteit van het product (DS, 17.11.08)
Dat Fijnaut en De Ruyver voor meer repressie pleiten, is volgens Decorte een vreemde bocht voor een wetenschapper, die jarenlang als veiligheidsadviseur van de Belgische overheid de architect van het gedoogbeleid is geweest.
Analyse. Een vreemde bocht, omdat De Ruyver jarenlang gepleit heeft voor gedogen? Dat riekt naar een persoonlijke aanval. Waarom kunnen de veranderende omstandigheden of nieuw onderzoek niet leiden tot een wijziging van een standpunt? Zo is tegenwoordig tachtig procent van de handel, inmiddels een miljardenbusiness voor criminele organisaties, bestemd voor het buitenland. Dat was ooit anders.

© 2008 R.G.M. Ritzen