Griffith en de persoonlijke aanval

Alkmaar

“Het land staat in brand”, riep Laetitia Griffith (VVD) in de Tweede Kamer. De commotie in Gouda was aanleiding voor het doen van die uitspraak. “Een ongelukkige woordkeuze” gaf ze later in een interview toe (NRC, 11.10.08). Maar uit de rest van het interview blijkt dat Ze geen minuut twijfelt aan haar gelijk. Een vriendin van haar woonde in Gouda in de periode 2000 en 2003 én ze leest kranten. Dat is voldoende voor een evenwichtig objectief beeld van de situatie in Gouda. De plaatselijke korpschef, Stikvoort, bedondert de boel: “Ik begrijp hem heel goed. Ik begrijp ook dat hij liever niet heeft dat op deze manier over Gouda gesproken wordt. Het is funest voor een stad als die een slecht imago heeft.”
Op de vraag of de korpschef zich niet aan de feiten houdt, antwoordt ze bevestigend: “Hij probeert het klein te houden. Dus daarom zegt hij: het zijn incidenten, er gebeurt niet zoveel, en daarom moeten wij het niet opblazen. Ik heb daar begrip voor, want ik weet dat het heel moeilijk is om, als je als stad eenmaal een slechte naam hebt, weer een goede naam te krijgen.”
Maar Griffith zelf probeert het probleem niet uit te vergroten: “Nee. Ik probeer reëel te zijn.”
Analyse. Griffith maakt het motief van Stikvoort verdacht. Hij wil Gouda geen slecht imago bezorgen, want dat is slecht voor de stad. Griffith heeft echter de krant gelezen en had in het verleden een vriendin, die in tijdje geleden (2000-2003) wonen in Gouda. Daarom weet Griffith wel beter.
Stikvoort kan overigens met evenveel gemak zeggen, dat Griffith politiek wil scoren over de rug van Gouda. Of dat het bij haar alleen maar gaat om zieltjes ter wonen.

© 2008 R.G.M. Ritzen