Mahbubani en de persoonlijke aanval

Mahbubani, hoogleraar politieke filosofie in Singapore, heeft een heldere boodschap: de tijd van westerse dominantie is voorbij. Dat betekent niet het einde van het Westen. Het blijft de sterkste beschaving, zo benadrukt hij. Maar de arrogantie om maar niet te beseffen dat de dominantie op een einde loopt, zal het Westen nog lelijk gaan opbreken.
Zijn missie is het veranderen van het westerse denken. Mijn subjectieve indruk is dat hij in elk geval behoorlijk veel gehoor krijgt. Hij hield de Felix-Meritislezing en verscheen in een korte tijd een aantal keren op televisie.
Een half jaar geleden schreef Ben Knapen in het NRC dat bijna niemand in Nederland van hem gehoord had. Nu mocht hij zelfs zijn zegje doen in het buitenhof, mede naar aanleiding vanwege de vertaling van één van zijn boeken.
Onder westerse intellectuelen, zo constateert Mahbubani, wordt “een incestueuze, egocentrische, zelfgenoegzame dialoog gevoerd waarin iedereen elkaars vooroordeel bevestigde zonder naar de meerderheid van de wereldbevolking te luisteren.” Eén zo’n intellectueel is Fukuyama. Die heeft "veel kapot gemaakt" met zijn boek over het einde van de geschiedenis. Mahbubani vindt het een absurd idee dat de rest van de wereld in de opvatting van Fukuyama een kopie moet worden van de westerse democratie. Absurd, omdat je tegenwoordig precies het tegenovergestelde ziet: we zien de terugkeer van de geschiedenis. En dat wil zeggen, de dominantie van China en India, zoals die er op de laatste honderdenzestig jaar na, feitelijk altijd al was.
In plaats van een veilige geopolitieke omgeving te bouwen, is het incompetentie Westen bezig met het creëren én vergroten van de woede jegens het Westen. En dat niet alleen, want ze probeert ook te voorkomen dat de islamitische wereld moderniseert. Maar, zo waarschuwt Mahbubani, de grootste uitdaging komt wat Europa betreft, uit de islamitische wereld. Het is in het belang van het Westen dat die wereld zijn woede jegens haar verliest. Maar dan steekt de westerse incompetentie de kop op: de kloof wordt alleen maar vergroot.
Mahbubani vraagt zich dan ook af waarom de westerse intellectuelen zichzelf niet de simpele vraag stellen, waarom Arabië en Azië zo kwaad op het Westen zijn. Als voorbeeld geeft hij de Palestijnse kwestie. Die is eenvoudig op te lossen, maar Israël en Amerika blokkeren die en Europa staat volledig achter de V.S. Waarom? Omdat Europa verlamd wordt door angst. Onterecht, meent de filosoof. Ook Azië en Arabië moderniseren, maar dat wil niet zeggen dat ze ook verwestersen. In Europa wordt de fundamentele denkfout gemaakt door ‘moderniseren’ te vereenzelvigen met ‘verwestersen’.
In Azië zie je na jaren van westerse overheersing nu een culturele renaissance ontstaan. De Aziatische landen willen nu een stabiele wereldorde en zich actief inzetten voor de internationale vrede en welvaart. Want daar hebben ze baat bij.
Neem China. Dat land wilt, net als de Sovjet-Unie (ik denk dat hij Rusland bedoelde, RR.), geen groot militair complex. Dat heeft dat land niet nodig, omdat de rest van de wereld al alle eer bewijst. Dat is namelijk de traditionele opvatting in China van macht. En daarom waren de Chinezen ook zo kwaad, toen er in Europa geprotesteerd werd bij de tocht van de Olympische vlam. De Britten hebben in 1860 de Chinezen onder druk gezet om thee te leren tegen opium in plaats van goud. Die geschiedenis wordt in het Westen vergeten, maar de Aziaten vergeten die niet.
Maar wat te denken van het onderdrukken van het studentenprotest op het Tianenmenplein? Daar trad China hard op, geeft Mahbubani toe. Hij verwijst in dit verband naar de Britse utilitaire filosofen: die kijken naar het maatschappelijk nut. Het neerslaan moet in dat licht gezien worden. Het was nodig omdat een stabiele politieke situatie noodzakelijk was om de armoede terug te brengen. In het recente verleden moesten 600 miljoen Chinezen rondkomen van één dollar per dag. Nu is dat al terug gebracht tot 200 miljoen. Er is dus een enorm aantal mensen dat baat heeft gehad bij Deng Xiaopings beleid. Die meerderheid is echt beter af.
De kritiek op het onderdrukken van de studentenopstand “getuigt van een onvermogen om het grote geheel te zien. Jullie (het Westen, RR.) concentreren je op één klein onderdeel dat jullie niet aanstaat en jullie zeggen dat je niet geïnteresseerd bent in de rest van plaatje.” In China leven 1.3 miljard mensen. “En als je 400 miljoen mensen moest opofferen of een paar protesterende studenten, dan moet je een morele afweging maken. Dat is politiek incorrect. In het Westen zeg je zoiets niet. Als een westerling zoiets zegt, wordt hij aan het kruis genageld.” Daarnaast speelde nog iets anders. Een Amerikaanse journalist vertelde hem dat hij wist dat journalisten hadden gegeten met Chinese studenten en dat ze later in de kranten zeiden dat de studenten in hongerstaking waren. En zo zijn er veel fabels over Tiananmen.
Wie zijn dan de helden? Dat Deng Xiaopeng geen Nobelprijs kreeg, heeft enkel te maken met de politieke correctheid van de Nobelprijscommissie. Maar ook Mao heeft een enorme bijdrage geleverd aan de geschiedenis van China. Zonder Mao was China een verslagen, gebroken land. Mao maakte ook fouten, geeft Mahbubani toe. Maar de jonge Chinezen bewonderen Mao. En dat is niet voor niets.
De westerse incompetentie ziet hij ook terug in de houding jegens Rusland. Het Westen is vergeten dat ze Rusland enorm vernederd hebben.
Al met al denkt het Westen denkt weg te komen met haar enorme strategische incompetentie. En dat is het grote probleem. Het Westen luistert niet, de journalisten verdraaien de werkelijkheid en het grote probleem is dat de onwil van het Westen om zijn dominantie op te geven en anderen als hun gelijken te zien. Het probleem ligt in het Westen, niet in het oosten.
Analyse. Wat mij al eerder opviel, is dat Mahbubani de discussie ontloopt door snel ad homimen te argumenteren. Kritiek op de studentenonderdrukking wordt simpel herleidt tot onvermogen van het Westen om het grote geheel te zien. In de loop van zijn betoog verschuift zijn ad hominem-argumentatie. Het blijkt eerder een kwestie van politieke correctheid te zijn. In het Westen durft men geen utilistische afwegingen te maken. In China durft men dat volgens Mahbubani wel. Overtuigend is dat argument overigens ook niet, omdat hij zijn betoog begon met een verwijzing naar de Britse filosofen die utilistisch denken en juist dat utilisme ziet men terug in China. Dat soort denken was toch juist politiek incorrect in het Westen? Maar weer iets later blijkt het een kwestie te zijn van onbetrouwbare westerse journalisten die tegen beter weten in onzin verkopen. De enige constante die ik kan ontdekken is de ad hominem-argumentatie.
Het is tekenend voor Mahbabuni dat hij een ad hominem-argumentatie tot de kern van zijn betoog verheft. Zo was Buruma’s negatieve recensie van Lee Kuan Yews boek over Singapore “predictable”. En meteen wordt uitgepakt naar andere intellectuelen: “the great mystery to me is why some liberals, who champion tolerance and diversity, cannot accept Singapore as a different society. But these liberals have also come to see the world in black and white terms” (New York Times).
De verwijzing naar de populariteit van Mao onder jonge Chinezen lijkt me eerder een populariteitsdrogreden (52 billion flies can't be wrong: eat more shit). Dat kwantitatieve gegeven zegt niet per definitie iets over de waarde van de man en zijn beleid. Terecht merkte Polak in de uitzending op dat ook iemand als Stalin op dit moment onder jongeren populair is.
Ook vertekent Mahbubani het standpunt van Fukuyama. Het is niet zo dat de laatste van mening is dat de rest van de wereld een kopie moet worden van de westerse democratie. Fukuyama sprak geen normatief oordeel uit (het is wenselijk als de rest van de wereld een kopie wordt van de westerse democratie), maar hij deed een feitelijke bewering (de rest van de wereld wordt een kopie van de westerse democratie). Of Fukuyama’s inschatting correct is, doet hier niet terzake. Mahbubani vertekende het standpunt.
Een ander verwijt is dat Mahbubani zich schuldig maakt aan vaag taalgebruik. Wat bedoelt hij precies met het Westen. Soms koppelt hij dat aan het politieke beleid, dan weer aan het denken van Westerse intellectuelen. Nog los daarvan kan men de vraag stellen of je kunt spreken van ‘het Westen’. Het begrip suggereert een eenvormigheid die geen recht doet aan diversiteit in het westerse denken. Dat denken wordt vertegenwoordigd door Nietzsche/Heidegger/Foucault, maar ook door Hegel/Adorno/Habermas of Searle/Wittgenstein/Kripke.
Maar ook als we aan dit punt voorbij gaan, kan men vraagtekens zetten bij het verwijt van Mahbubani, dat westerse intellectuele nooit de vraag hebben gesteld waarom men zo kwaad is op het westen. Nooit gesteld? Die vraag is niet alleen gesteld, maar zelfs beantwoord. Zo hebben Ian Buruma en Avishai Margalit in hun boek ‘occidentalisme’ de historische (westerse!) wortels van de Aziatische woede blootgelegd; Josef Joffe gaf aan de houding van Israël voor een aantal Arabische landen gunstig uitpakt, omdat het enerzijds de onderlinge strijd tussen de Arabische landen de verdeeldheid enigszins maskeert en anderzijds ook weer verbroederd; de Israëlische hoogleraar Pappe spreekt zelfs van de etnische zuivering van de Palestijnen; de Leidse hoogleraar Maurits Berger wijst erop dat het binnendringen van Israël in de Arabische wereld heeft geleid tot een diep gevoel van aperte onrechtvaardigheid én dat Israël ook als excuus gebruikt wordt om hervormingen niet te hoeven uitvoeren. Deze lijst is behoorlijk fors uit te breiden. Maar het zijn, op Pappe na, niet de antwoorden die Mahbubani wil horen. De vraag is dus wel degelijk gesteld en beantwoord. En de lijst van auteurs is nog veel langer.
De wijsheden die Mahbubani verkondigt zijn overigens niet nieuw, maar onderdeel van een debat dat al langer plaatsvindt. De Britse historicus Niall Ferguson, die nu in Harvard doceert, meent dat het einde van de Amerikaanse hegemonie niet uitloopt op een ordelijke verschuiving naar een bestel dat door het Westen én Azië gedomineerd wordt, maar naar een bestel dat gekenmerkt wordt door sterk versnipperde machtscentra, waarin niemand mondiaal leiding geeft. De rechtvaardiging van het uitschakelen van dissidenten om de harmonie te bewaren, is eveneens een discussie die we eerder zijn tegengekomen, bijvoorbeeld in Bad Elements van Buruma.
Is mijn kritiek op zijn argumentatie overtuigend? Of is hier sprake van westerse arrogantie? Het probleem met Mahbubani’s argumentatie is dat hij de bovenstaande kritiek in een beweging van tafel kan vegen, enkel onder vermelding van ‘westerse arrogantie & onvermogen’. Maar ook de marxist kan zich hierop beroepen (‘u heeft een ideologisch bewustzijn’), net als de feminist (‘masculiene vooringenomen’) en de psycho-analyticus (‘u wordt misleid door uw ratio’). Zo komen we in elk geval geen stap binnen. En de ratio staat buitenspel.