Mees over luie vrouwen

Uit een recent onderzoek van het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP) blijkt dat driekwart van de Nederlandse vrouwen een deeltijdbaan heeft. En die blijken daarover tevreden zijn. Van de groep parttimers wil slechts 7 procent een voltijdbaan. De helft van de vrouwen die een kleine deeltijdbaan hebben (12 tot 19 uur) wil wel wat meer werken, maar niet meer dan - gemiddeld - vijf uur. Bovendien op een tijdstip dat het hen uitkomt. De fulltime werkende vrouwen zijn minder tevreden. De helft zou liever minder willen werken.
Feministe Heleen Mees moet helemaal niets hebben van vrouwen die een deeltijdbaan hebben. “Ze zijn lui, bang om hun nek uit te steken en gemakzuchtig. Ze zijn een totale verkwisting”, weet Mees te melden.
Analyse. Hoe weet Mees eigenlijk zo feilloos dat alle vrouwen die in deeltijd werken lui, bang en gemakzuchtig zijn? In al haar schrijfsel haalt ze nooit een bron aan om die kwalificatie te staven. Wie haar mening niet deelt, zoals Jan Latten, bijzonder hoogleraar arbeidsdeelname voor vrouwen, wordt acuut persoonlijk aangevallen. Latten moet wel een CDA’er zijn.
Een paar weken eerder gaf Mees in het NRC een andere verklaring voor het feit dat vrouwen in Nederland vaak niet fulltime werken. “Politici hebben altijd het burgerlijk ideaal van de man als kostwinner en de vrouw thuis gekoesterd en de samenleving daarop ingericht. (…) Daarnaast speelt de kinderopvang een rol. De hoge belasting- en premiedruk in combinatie met de hoge minimumlonen zorgen ervoor dat het in Nederland – zolang de kinderen klein zijn – vaak voordeliger is om thuis te blijven of in deeltijd te werken. (…) En de vrouwenemancipatie heeft zich in Nederland in grote lijnen volgens de spelregels van het poldermodel voltrokken. Dat wil zeggen dat alleen die zaken zijn bevochten waar zowel mannen als vrouwen baat bij hadden: de vrije verkrijgbaarheid van de pil en abortus.”