Pechtold en de vertekening van een standpunt

Het boegbeeld van D66, Alexander Pechtold, is in zijn rol als oppositieleider uiterst succesvol. Afgelopen maand wierp hij zich op als strijder tegen de dreigende kwaliteitsdaling van de rechterlijke macht door de maatregelen van minister Hirsch Ballin. Pechtold riep het kabinet op om het opleidingsniveau van de rechterlijke macht niet te verlagen. "De trend om kwalitatieve eisen aan overheidspersoneel, zoals die in de rechterlijke macht te verlagen, is ongewenst", aldus Pechtold. Hij diende een motie in die er op neerkwam dat de personeelstekorten in de rechterlijke macht niet tegen gegaan mogen worden door hbo'ers toe te laten tot togaberoepen als rechter en officier van justitie. De meerderheid van de Tweede Kamer stemde voor en Pechtold was tevreden.
Maar Hirsch Ballin vond die motie zinloos: er wordt helemaal niet getornd aan het opleidingsniveau. Wie heeft er gelijk?
Pechtold vertekent het standpunt van Hirsch Ballin en creëert daardoor een foutief beeld. Volgens Pechtold kunnen hbo'ers door de recente wetgeving rechter of advocaat worden en dat komt de kwaliteit niet ten goede. Maar hij heeftde recente wetgeving niet gelezen of bestudeerd. Wie rechter in Nederland wil worden, moet na zijn wetenschappelijke master eentoelatingsexamen doen om toegelaten te worden tot de RAIO-opleiding. Die opleiding duurt zes jaar en bestaat uit leren én werken. Dat was vroegerzo en dat is nu nog steeds zo.
Op één punt is de wet onlangs gewijzigd. Sinds kort mogen hbo-rechtenstudenten na hun vierjarige studie en na een universitair tussenjaar (het schakeljaar) toegelaten worden tot de universitairemaster. En pas als die opleiding is afgerond, komen ze in aanmerking voor de selectieprocedure voor de RAIO. Dus anders dan Pechtold beweert, kunnen hbo'ers helemaal niet rechtstreeks worden toegelaten tot detogaberoepen. Zij zullen na het afronden hun hbo-opleiding eerst nogminimaal acht (!) jaar opleiding moeten volgen en alleen daarna mogenz ij zich rechter noemen. Aan de kwaliteitseisen wordt niet getornd, zoals Hirsch Ballin terecht stelde.
(Terzijde. Waarom komt Pechtold nu pas met die motie? Die regeling over de doorstroomstudenten is immers al een paar maanden oud. De late belangstelling heeft te maken met de lobby van een aantal universiteiten. In eerste instantie leverde de doorstroom voor de universiteit studenten (en dus geld) op. Maar toen minister Plaster konl angs bekend maakte dat het schakeljaar door hem niet bekostigd zal worden, bekoelde het toch al niet overweldigende enthousiasme van de universiteiten. Niet helemaal ten onrechte, want Plasterks uitspraak betekent dat universiteiten voor het schakeljaar in hun eigen buidel moeten tasten. Een aantal universiteiten ging lobbyen en Pechtold hapte.)