Poldervaart & Remijn en standpuntenkritiek

Mijn ouders, een traditioneel echtpaar.

“De briefwisseling tussen Kinneging en Tahir is zo opmerkelijk, dat wij, een oude en jonge docente genderstudies, het tijd vinden om te reageren”, schreven de politicologen Saskia Poldervaart en Maruja Bobo Remijn (VK, 14.11.08). Kennelijk was de briefwisseling dus heel, heel erg. Zo erg dat twee wetenschappers van de UvA in de pen moesten klimmen.
“Ten eerste gaan de auteurs uit van een biologisch verklaringsmodel voor het gedrag van mannen en vrouwen. In dit model bestaan er alleen twee homogene, heteroseksuele geslachten. Of er een biologische seksespecifieke aanleg bestaat, kan echter alleen worden bewezen in een groot experiment waarin kinderen worden opgevoed zonder te weten of ze jongens of meisjes zijn en ook de opvoeder en onderzoekers niet bekend zijn met de sekse van de kinderen.”
Dergelijk onderzoek is volgens de twee wetenschappers onmogelijk. Niet voor niets werd al in de jaren tachtig door psychologen gepleit om het ‘schertsonderzoek’ naar aangeboren biologische verschillen te stoppen. Er is weliswaar een overvloed aan biologische opvatting, maar die zijn te vinden in populair-wetenschappelijke werken, “waarbij (waarin?, RR) het zoeken naar essentiële verschillen tussen man en vrouw centraal staat. De briefwisseling kan gezien worden als een voorbeeld van deze huidige tendens.” Verder blijken Kinneging en Tahir geen oog te hebben voor historische ontwikkelingen en culturele voorschriften en ze komen dan ook niet veel verder dan de clichés die er al zo'n 200 jaar over mannen en vrouwen bestaan. “Dat beeld bestaat uit machteloze vrouwen, die geleid willen worden, die mannen aan zich willen binden, die begeerd willen worden, maar liever geen seks willen en verder uit machtige mannen als verleiders die een onbedwingbare behoefte aan seks hebben, maar die niet gebonden willen zijn.”
Poldervaart & Remijn noemen dit ouderwetse meningen, die met een stelligheid en zonder enige nuance gebracht alsof het nieuwe inzichten zijn. “Er wordt geen maatschappijkritiek gegeven op de commercialisering en op de polarisatie tussen groepen. Eerder het tegendeel: zij doen mee aan het in stand houden van de tegenstelling man-vrouw op basis van stereotypen.”
Analyse. Noch Kinneging, noch Tehir hebben de pretentie om een wetenschappelijke verhandeling te schrijven over man-vrouwverhoudingen. Ze hebben ook helemaal niet de pretentie om nieuwe wetenschappelijke inzichten naar voren te brengen. Ze nemen op persoonlijke titel stelling in een debat en ze gaven aan wat hun positie is en verdedigen die positie op basis van hun argumenten. Maar Poldervaart & Remijn schuiven Kinneging en Tehir motieven in hun schoenen, die ze niet hebben en rekenen hen daar vervolgens op af.
Bovendien rekenen Poldervaart & Remijn het brievenschrijvende duo ook af op het feit dat zij een aantal onderwerpen, die de twee critici kennelijk van belang achten, niet behandelen. Maar het is niet fair om kritiek te leveren op hetgeen niet geschreven is. Zo kan men immers elk betoog bekritiseren.
Ook maken de critici zich schuldig aan standpuntenkritiek. Ze delen het biologische model niet (kwalificaties als ‘cliché’ en ‘a-historisch’ vallen) en schetsen vervolgens een karikatuur van dat model (schertsonderzoek).
Kortom, een weinig fundamentele kritiek.

© 2008 R.G.M. Ritzen