Te Grotenhuis en de ethische drogreden

Louis Ritzen, een hoofd der school, in een tijd dat er kennelijk nog wel echt goed rekenonderwijs gegeven werd.

Te Grotenhuis schreef een boze brief naar aanleiding van het artikel ‘Realistisch rekenen niet goed? Kinderen presteren juist beter' (NRC, 31.10.08). Hij is het niet eens met de strekking van een stuk, waarin veertien hoogleraren een lans breken voor realistisch rekenen. Hij wijst erop dat de helft van de ondertekenaars van het artikel verbonden is (of was) aan het Freudenthal Instituut. “Dit Instituut is verbonden met het realistisch rekenen.” Te Grotenhuis ondertekende zijn boze brief met de toevoeging “Radboud Universiteit Nijmegen”.
Analyse. Die laatste regel - “dit instituut is verbonden met het realistisch rekenen” – moet de betrouwbaarheid van de auteurs in diskrediet brengen. Wie op de een of andere wijze verbonden is aan dit vakdidactische instituut is per definitie gediskwalificeerd. Vreemd, want het onderzoek naar rekendidactiek is wel hun vak!
De toevoeging “Radboud Universiteit Nijmegen” maakt mij nieuwsgierig. Welke baan heeft Te Grotenhuis daar? Hij blijkt universitair docent kwantitatieve analysetechnieken te zijn en dat is volstrekt irrelevant voor het onderwerp dat hij aansnijdt. Het verschaft hem geen enkele expertise op het terrein van realistisch rekenen. Te Grotenhuis maakt zich dan ook schuldig aan een ethische drogreden (argumentum ad verecundiam).

© 2008 R.G.M. Ritzen