Thiéry: provocateur?

Brusselse trots? Vlaamse trots? Waalse trots?
De Franstalige Damien Thiéry, burgemeester in de faciliteitengemeente Linkebeek, mocht op de Vlaamse televisie in het programma ‘de zevende dag’ komen uitleggen waarom hij ten onrechte niet de Vlaamse regering als burgemeester geïnstalleerd wordt. Zijn vergrijp: hij had bij de oproepbrieven voor de gemeentelijke verkiezingen voor de Franstaligen in het Frans verstuurd en voor de Vlaamstaligen in het Vlaams. Dat zou in strijd zijn met de omzendbrief-Peeters. Eerst hadden alle burgers een opzendbrief in het Nederlands moeten ontvangen en degenen die de tekst in het Frans wilde ontvangen, konden daar om vragen. Saillant detail: 84% van de burgers in dit Vlaamse stadje is Franstalig.
Volgens Thiéry is zijn actie niet in strijd met de federale wetgeving. Dat riep bij Marc van de Looverbosch, de gespreksleider, de vraag op of Thiéri op eigen houtje naar eigen goeddunken de wetgeving mag interpreteren.
Het Vlaamse parlementslid Sven Gatz (Open VLD) merkte op dat Thiéry het deed voorkomen alsof hij een slachtoffer was van de Vlaamse onderdrukking, het medelijdenargument. Bovendien had de onafhankelijke Raad van State zich over de interpretatiekwestie gebogen: de Vlaamse wetgeving moest gevolgd worden.
Thiéry stelde echter dat het om de Vlaamse kamer van de Raad van State ging. Bovendien zal ook de Raad van Europa zich over deze kwestie buigen. De Mesmaeker verweet Thiéry vervolgens te lobbyen bij die Raad en dat ontkende Thiéry op zijn beurt weer. Gatz trok vervolgens de integriteit van de burgemeester in twijfel.
Analyse. Van de Looverbosch hield Thiéry ten onrechte aan een impliciete voorstelling, namelijk dat deze een eigen draai aan de wetgeving had gegeven (op eigen houtje naar eigen goeddunken). Maar Thiéry beweerde dat hij federale wetgeving toegepast had in plaats van Vlaamse wetgeving.
Het Vlaamse kamerlid Sven Gatz (Open VLD) wees op het medelijdenargument, maar Thiéry wees enkel op een interpretatie verschil. Het verwijt van Gatz dat Thiéri zich schuldig maakte aan een argumentum ad misericordiam, was dan ook onterecht.
Thiéry wees op zijn beurt het oordeel van de Raad van State af. Het was de interpretatie van de Vlaamse kamer. Zowel Gatz als De Mesmaeker (N-VA) reageerden geïrriteerd: “zo kan men bezig blijven”. Toch kan men Thiéry geen ad hominemargument aan wrijven, zoals Van de Looverbosch deed (“u vindt dat de Raad van State geen wetten kan interpreteren…)”. Het ging niet er niet om dat het oordeel van de Vlaamse kamer van de Raad van State niet deugde omdat die kamer Vlaams was. Thiéry wees enkel op het feit dat andere kamers (CPCL) tot een andere interpretatie kwamen.
Gatz maakte zich schuldig overigens wel schuldig aan een persoonlijke aanval op het moment dat hij de integriteit van Thiéry in twijfel trok.

© 2008 R.G.M. Ritzen