Heertje en de verschoven argumentatie

Volgens oud-hoogleraar Arnold Heertje is de bureaucratisering van de samenleving één van belangrijkste economische vraagstukken van Nederland. (VK, 3.12.08). In dit verband verwijst de econoom naar de geestelijke gezondheidszorg. Minister Ab Klink en de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) eisen dat op facturen voor psychiatrische hulp de diagnose en behandeling vermeld worden. En dat, zo stelt Heertje, is in strijd met het medisch beroepsgeheim én met de hedendaagse opvattingen over privacy.
De NZa gaat volgens Heertje zelfs zover dat deze instelling patiënten heeft opgeroepen “de psychiaters aan te geven, die niet overeenkomstig deze regelgeving declareren. De patiënten worden opgezet tegen hun hulpverleners ten behoeve van het uitvoeren van een bureaucratisch misbaksel.” Het fanatisme waarmee de ambtenaren van zorginstellingen achter de hulpverleners in de geestelijke gezondheidszorg aanjagen, past niet in een samenleving die zegt zich van de tirannie te hebben bevrijd.
Heertje houdt daarom een pleidooi voor “het onderschikken van administratieve procedures, regels en codes aan de kwaliteit van het dienstbetoon aan burgers als afnemers van woningen, onderwijs en zorg.”
Analyse. De stelling van Heertje is duidelijk: het gaat in onze samenleving te vaak over procedures, regels en codes in plaats van de kwaliteit van de dienstverlening. De argumentatie in zijn betoog verschuift echter en dat blijkt met name uit zijn voorbeeld, waarmee hij laat zien dat de ontwikkeling in de geestelijke gezondheidszorg strijdig is met de regels die voortvloeien uit het medisch beroepsgeheim en opvattingen over privacy. Het gaat dan niet om bureaucratisering maar om strijd tussen verschillende regels, namelijk die van Klink en die van de professie. Kortom, zijn voorbeeld is irrelevant voor zijn stellingname.

© 2008 R.G.M. Ritzen