Wynia en de persoonlijke aanval

Er is weinig wetenschappelijks aan de Monitor Racisme & Extremisme van de Anne Frank Stichting en de Leidse universiteit, die vaststelt dat de Partij van de Vrijheid ‘extreemrechts’ is, meent Elseviercolumnist Syp Wynia. Sterker nog, het gaat om een club van pseudowetenschappers.
De conclusies van het onderzoek door deze club zijn eigenlijk altijd dezelfde: “racisme, nazisme en extreemrechts nemen toe, ook als het in die hoek even stiller is. Niet zo vreemd, meent Wynia, want de ‘Monitor’ leeft van extreemrechts. Jaap van Donselaar, de oprichter van het project, zou brodeloos worden als er niets meer te waarschuwen is.”
De Monitor heeft geen enkele wetenschappelijke waarde. “Van Donselaar c.s. hebben een eenzijdige blik op de werkelijkheid, al was het maar omdat de mogelijkheid dat gevaarlijk links-extremisme ook bestaat, wordt genegeerd.”
De Monitor is bovendien een verhuld politiek project, omdat “multiculturalisme als de juiste ideologie wordt aangehouden en immigratie als wenselijk en nuttig wordt voorgesteld. Critici van deze opvattingen lopen het risico als ‘extremistisch’ te worden neergezet. Racisme geldt als iets dat blanke autochtonen doen. Als allochtonen al iets vervelends doen, zijn ze radicaliserende slachtoffers.”
De Leidse universiteit maakt zich er “belachelijk” mee.
Ook de wetenschappelijke methode klopt niet. Wynia kenmerkt die als ‘murder by association’. “Van Donselaar en de zijnen betitelen een beweging als extreem-rechts als zo’n beweging positieve aandacht heeft voor het ‘eigene’, negatieve aandacht voor het ‘vreemde’, een afkeer heeft van politieke tegenstanders, een hang naar het autoritaire, als bekende rechtsextremisten er zich door aangetrokken voelen, als de beweging voor ‘tweedeling’ zorgt, immigranten criminaliseert en het veel heeft over de islam en niet-westerse allochtonen.” Dat is het geval bij Wilders’ partij.
Analyse. Wynia bedient zich van een reeks persoonlijke aanvallen (financiële motieven, pseudowetenschap, ideologische vooringenomenheid etc.). Deze kritiek wordt nauwelijks onderbouwd door enige argumentatie. Sterker nog, de schimpscheuten aan het adres van de Monitor komen feitelijk in de plaats van de argumentatie.
Wynia gaat slechts op één enkel punt ietwat inhoudelijk in. En dan nog zeer beperkt. De methode zou niet deugen. Maar Wynia heeft het vervolgens niet over de methode, maar over de definitie, die hem niet bevalt. “Racisme geldt als iets dat blanke autochtonen doen”, stelt Wynia.
Dat is overigens een regelrechte vertekening van hetgeen letterlijk in het rapport staat. Op p. 20 staat dat racistisch geweld ook “interetnische dimensies” kan hebben (dus blank tegen zwart, maar ook zwart tegen blank en allochtoon tegen allochtonen). Ook in de voorbeelden van incidenten, zien we dat terug. Bijvoorbeeld een gabber die Lonsdale droeg en daarom door een Marokkaanse jongen met een pistool bedreigd werd (p. 29).
Kortom, naar de persoonlijke aanval ook nog een vertekening van een standpunt.
(Zie ook: Ellian.)

© 2008 R.G.M. Ritzen