Drogredenen - een overzicht van 2008

De drogredenen in het jaar 2008 op deze site (klik aan):
Hendriksen (1/1) ; Heertje (2/1) ; Truijens (3/1) ;
Veertien hoogleraren tegelijkertijd in de fout (4/1) ;
Blokker (5/1) ; Logo (6/1) ; Kelder (7/1) ; Van Bommel (8/1) ; Huygen (9/1) ; Truijens (10/1) ; Rosenthal (11/1) ; Abspoel (12/1) ; Mees (13/1) ; Meester(s) (14/1) ; Zembla (15/1) ; NRC-censuur (16/1) ; Kuitenbrouwer (17/1) ; Heertje (18/1) ; Van Dam (19/1) ; Bevrijdingsfront (20/1) ; Hanqin (21/1) ; Herfkens (22/1) ; 't Hooft (23/1) ; Greer (24/1) ; Van Egmond (25/1) ; Mees (26/1) ; Plato (27/1) ; Nijhuis (28/1) ; Verhoef (29/1) ; Engelen (30/1) ; Meijerink (31/1) ; Van Essen (1/2) ; Cels (5/2) ; Ellian & De Wijk (6/2) ; Dewael (7/2) ; Kuitenbrouwer (8/2) ; d'Oliveria (9/2) ; Van Ingen (10/2) ; Mees & Kalshoven (11/2) ; Brouwer (12/2) ; Truijens (13/2) ; Torfs (14/2) ; Heertje (15/2) ; Cliteur (16/2) ; De Roos (17/2) ; Moes (18/2) ; Trappenburg (19/2) ; Zwagerman (20/2) ; Heertje (21/2) ; Dijsselbloem (22/2) ; Giovanardi (23/2) ; Lock (24/2) ; Van der Duyn Schouten (25/2) ; Becker (26/2) ; Truijens (27/2) ; Van Grieken (28/2) ; Mees (29/2) ; Mees (1/3) ; Ellian (2/3) ; Ter nagedachtenis: Peter Houtlosser (3/3) ; Jeremic (4/3) ; Heertje (5/3) ; Smit (6/3) ; Buelens (7/3) ; Lucia de B. 1 (8/3) ; Mees (9/3) ; Wilders 1 (10/3) ; Wilders 2 (11/3) ; Wilders 3 (12/3) ; Lucia de B. 2 (13/3) ; Mees (14/3) ; Dresselhuis (15/3) ; Etty (16/3) ; Lucia de B. 3 (17/3) ; Lucia de B. 4 (18/3) ; De Wever (19/3) ; Albrecht (20/3) ; Sommer (21/3) ; Ellian (22/3) ; Abdul-Rahman al-Barrak (23/3) ; Jneid - herzien (24/3) ; Zuurmond (25/3) ; Verdonk (26/3) ; Truijens (27/3) ; Pleij (28/3) ; Ter Horst (29/3) ; Kimman (30/3) ; Pechtold (31/3) ; Prick (1/4) ; Linschoten (2/4) ; De Wolff (3/4) ; Moorkamp (4/4) ; Sommer (5/4) ; Keen (6/4) ; 't Hart (7/4) ; Sommer (8/4) ; De Hond (9/4) ; Van Seters (10/4) ; Bleich (11/4) ; Ciarrapico (12/4) ; Wilders (13/4) ; Spong (14/4) ; Van den Bergh (15/4) ; Sikkes (16/4) ; Gullit (17/4) ; Clinton (18/4) ; BON (19/4) ; Prick (20/4) ; Sie Hok Tjwan (21/9) ; Mees (22/4) ; De Krom (23/4) ; Thieme (24/4) ; Moravcsik (25/4) ; Mahbubani (26/4) ; Pinker (27/4) ; Zwagerman (28/4) ; Prick (2/5) ; Storms & Kelder (3/5) ; Benali (4/5) ; Van der Dunk (5/5) ; Tonkens (6/5) ; Van den Bergh (7/5) ; Ramdas (8/5) ; Gill (9/5) ; Cliteur (10/5) ; Tonkens (2) (11/5) ; Welten (12/5) ; Wijnberg (13/5) ; Bussemaker (14/5) ; Tonkens (15/5) ; Ellian (16/5) ; Heertje (17/5) ; Topbestuursders (18/5) ; Berlusconi (19/5) ; Mees (20/5) ; Roeters (21/5) ; Van Westerloo (22/5) ; Verdonk (23/5) ; Ellian (24/5) ; Heertje (25/5) ; Pam (26/5) ; Pam 2 (27/5) ; Pam 3 (28/5) ; Truijens (29/5) ; Van Haersma Buma (30/5) ; Rutte (31/5) ; Hirsch Ballin (1/6) ; Elsevier (2/6) ; Prick (3/6) ; Van Oyen (4/6) ; Mevis (5/6) ; Budak & Dales (6/6) ; Bosman (7/6) ; Pam (8/6) ; Leeuw (9/6) ; Pam (10/6) ; Van Gaal (11/6) ; Heertje (12/6) ; Schroten (13/6) : Etty (14/6) ; Van der Wieken (15/6); Germaine (16/6) ; Budak (17/6) ; Knoops 1 (18/6) ; Knoops 2 (19/6) ; Ellian (20/6) ; Zaal (21/6) ; Stoker (22/6) ; Marcouch (23/6) ; Pam (24/6) ; Dijsselbloem (25/6) ; Bouali (26/6) ; Amsterdam (27/6) ; Etty (28/6) ; Cleiren (29/6) ; De Wever (30/6) ; Spoormaker (1/7) ; Spong (2/7) ; Brown (3/7) ; HP / De Tijd (4/7) ; Etty (5/7) ; Ellian (6/7) ; De Gucht (7/7) ; OM (8/7) ; Nuon (9/7) : Ellian (10/7) ; Mugabe (11/7) ; Teheri (12/7) ; Crombag (13/7) ; Van Middelkoop (14/7) ; Jneid (15/7) ; Verherstraeten (16/7) ; Jneid vs. Wilders (17/7) ; Den Boef (18/7) ; Mees (11/8) ; Ellian (12/8) ; Heertje (13/8) ; Heertje (14/8) ; Ellian (15/8) ; Zwagerman (16/8) ; Bulterman-Bos (17/8) ; BON (18/8) ; Ellian (19/8) ; Schutgens (20/8) ; Van Dijk (21/8) ; Heertje (22/8) ; Ellian (23/8) ; Blokker (24/8) ; Thorarinsson (25/8) ; NRC (26/8) ; rechtbank (27/8) ; Weesie (28/8) ; NRC 2 (29/8) ; De Bruin (30/8) ; Ellian (31/8) ; Roozendaal (1/9) ; Pasman (2/9) ; Achterhuis (3/9) ; Schippers (4/9) ; Pahl (5/9) ; Europese Commissie (6/9) ; Brouwer (7/9) ; Jesus (8/9) ; Desmet (9/9) ; Mees (10/9) ; Enait (11/9) ; NRC (12/9) ; Pam (13/9) ; TMF (14/9) ; Pels & Kleinknecht (15/9) ; Ellian (16/9) ; Truijens & Slagter (17/9) ; Mees & Özdemir (18/9) ; Swaab, Crombag & Van Heerden (19/9) ; Tavecchio (20/9) ; Verdonk (21/9) ; Hugenholtz (22/9) ; Bolkestein (23/9) ; Elsevier (24/9) ; Lange (25/9) ; Ellian (26/9) ; Van Wanten (27/9) ; Pam (28/9) ; Borst (29/9) ; Etty (30/9) ; Heertje (1/10) ; Wiegel (2/10) ; Ellian (3/10) ; Palin (4/10) ; Ramadan (5/10) ; Ellian (6/10) ; Mees (7/10) ; Lucia de B. (8/10) ; UFO's (9/10) ; Marx (10/10) ; Jacobs (20/10) ; De Wever (21/10) ; Heertje (22/10) ; Berlusconi (23/10) ; Haan (24/10) ; Ephimenco (25/10) ; Frissen (26/10) ; Marx (27/10) ; Van Bueren (28/10) ; Peletier (29/10) ; Telegraaf (30/10) ; Berlusconi (31/10) ; Sommer (1/11) ; Ouray (2/11) ; Ouray 2 (3/11) ; Mahbubani (4/11) ; De Groot Heupner (5/11) ; Van Rossum (6/11) ; Van Duin (7/11) ; Van Middelkoop (8/11) ; De Winter (9/11) ; Fennema (10/11) ; Hilkens (11/11) ; Somers (12/11) ; Leterme (13/11) ; Vogelaar (14/11) ; Dahhan (15/11) ; Fennema (16/11) ; Snijders (17/11) ; Mees (18/11) ; Poldervaart & Remijn (19/11) ; Te Grotenhuis (20/11) ; Griffith (21/11) ; Decorte (22/11) ; Hilkens (23/11) ; Sorensen (24/11) ; Zembla (25/11) ; De Regt & Dooremalen (26/11) ; Knip (27/11) ; Pechtold (28/11) ; Spoormaker (29/11) ; Dezentjé (30/11) ; Batman (1/12) ; Peter R. de Vries (2/12) ; Teeven & Griffith (3/12) ; Heertje (4/12) ; Meijer (5/12) ; De Strooper (6/12) ; Geenstijl (7/12) ; Kaatee (8/12) ; Teeven (9/12) ; Ellian (10/12) ; Ankersmit (11/12) ; Wilders (12/12) ; Wynia (13/12) ; Wynia 2 (14/12) ; Pam (15/12) ; Ellian (16/12) ; Marbe (17/12) ; Wilders (18/12) ; Leistra (19/12)

Nijhuis en het verzinnen van een standpunt

Lucas, een thuisbevallertje uit 1993...
In Nederland is de sterfte rond de bevalling bijna het hoogst in de EU. Volgens prof. Jan Nijhuis (UM) komt dat door de combinatie van twee factoren, namelijk de populariteit van het thuisbevallen en kleine ziekenhuizen (NRC, 24.1.2008). Een pleidooi voor meer “concentratie stuit op veel verzet van burgers, politiek, en niet in de laatste plaats bij ziekenhuizen en dokters zelf. De argumenten zijn veelal van emotionele aard en niet op realiteit gestoeld. (…) De typisch Nederlandse verloskunde, verdeeld over thuis en veel kleine ziekenhuizen, heeft ertoe geleid dat Nederland langzamerhand slecht scoort in vergelijking met andere landen van de Europese Unie. (…) Maar bevallen in Nederland, thuis of in kleine centra, is vooral gezellig. Kennelijk vinden we de lagere kwaliteit van de verloskundige zorgketen van minder belang.” Nederland kiest voor gezelligheid.
Analyse. Waarom de argumenten van burgers, politici en een aantal medici tegen concentratie onjuist zijn, krijgen we niet te horen. Nijhuis beperkt zich enkel tot een directe persoonlijke aanval: de argumenten zijn veelal emotioneel van aard en niet gestoeld op realiteit. Daarmee is voor Nijhuis voldoende uitgelegd.
Daarnaast maakt deze medicus zich schuldig aan het verzinnen van een standpunt: in Nederland (wie zijn dat?) vinden we gezelligheid belangrijker dan de gezondheid van het kind. Weet de gemiddelde Nederlandse burger die voor een keuze staat (thuis of in het ziekenhuis bevallen) dat 50 procent van de vrouwen die thuis van het eerste kind bevallen, alsnog naar het ziekenhuis moet? Is dat een feit van algemene bekendheid? Nijhuis zelf geeft toe die ‘slechte’ score in vergelijking met andere landen van de Europese Unie kwam pas “langzamerhand” een feit is.
Aanleiding tot dit nieuws was een artikel in Medisch Contact van twee hoogleraren. Kennelijk is de verhoudingsgewijs mindere zorg nieuws voor medische tijdschriften en het NRC. Kortom, geen feit van algemene bekendheid. En waaruit blijkt dan dat we gezelligheid hoger waarderen dan de gezondheid van het kind?

© 2008 R.G.M. Ritzen

Truijens en de persoonlijke aanval

In haar column van 1 april 2008 in de Volkskrant legt Truijens het motief bloot van hoogopgeleide ouders, die zich druk maken over de achterblijvende taal- en rekenkunsten van hun kinderen. Die ouders “hebben zoveel moeten opgeven voor hun gebroed – inkomen, vrijheid, carrièrekansen – dat die een of twee exemplaren wel goed moeten lukken. ” Toe maar. Daar waar Truijens om zich heen kijkt, ziet ze voortdurend domme (Tichelaar) en onbetrouwbare (Van der Schoot) wezens. Of “sprookjesschrijvers” (Kalshoven). (Zie Vk 22.9.07).
Neem haar kritiek op Tichelaar en zijn plan om studiefinanciering af te schaffen: “Er schuilt een diepe haat jegens intellectuelen in zijn plan” (Vk 8.1.08). Die haat blijkt ook uit zijn accent: “zijn weigering om zijn accent ook maar een beetje bij te schaven, symboliseert die houding.” Dan loopt het nog verder uit de hand. Tichelaar heeft een “armoedig, plat-materialistisch wereldbeeld” en maakt de “intelligentie en ambitie van jongeren verdacht.” Kortom, Truijens is het niet eens met Tichelaar.
Citomedewerker Van der Schoot ontkomt al evenmin aan het gepsychologiseer van Truijens (Vk, 28.4.07). Van der Schoot wil maar niet concluderen dat het basisonderwijs slecht presteert. “O, nee. 'Het enige dat we kunnen zeggen, zegt Frank van der Schoot, 'is dat de score niet beantwoordt aan de standaarden die door deze deskundigen zijn opgesteld.' Dat klinkt wel heel benepen. Deze boekhouder gaat over de cijfers, niet over de werkelijkheid daarachter. Hij zit nog in de kooi.” De meest opzienbarende cijfers worden door types als Van der Schoot weggemoffeld, want als ze de beleidsmakers, bestuurders en pedagogische centra - de onderwijslobby - niet bevallen, verdwijnen ze in een la. Op de monden van onderzoekers zit een dikke pleister.” De verklaring is dat de schoorsteen van Van der Schoot en de zijnen moet roken, hun eigen hypotheek betaald. Truijens bewijst echter helemaal niets.
Daar staat tegenover dat zij zelf keer op keer argumentatiefouten maakt. Ik geef enkele voorbeelden. Neem haar column over een nieuwe universitaire lerarenopleiding voor het basisonderwijs (Vk 26.2.08). Uit onderzoek blijkt dat vooroordelen van docenten én overschatting van hun eigen professionaliteit ertoe leiden dat leerlingen slecht onderwijs krijgen. Daarom is die nieuwe opleiding wenselijk, want daar leren aanstaande docenten wellicht de belangrijkste zaken die men volgens haar op de universiteit kan leren: “permanente twijfel, de waarde van feiten én het geloof in de veranderbaarheid van het de status quo.”
Wellicht had Truijens wat meer mogen twijfelen aan haar eigen redenering. Uit de premissen dat (1) vooroordelen van docenten en overschatting van hun eigen professionaliteit leiden tot slecht onderwijs en (2) de afwezigheid van vooroordelen door een universitaire scholing volgt logisch gezien helemaal niet dat het onderwijs verbetert. Ze verwart een voldoende met een noodzakelijke voorwaarde.
In een column (Vk 29.1.08) vertekent ze de cijfers over het onderwijsniveau en in een andere column weet ze te melden dat de rekenvaardigheid van pabostudenten bedroevend is. “In het Journaal zeiden schattige meisjes snikkend dat de toets ondoenlijk was. Ze waren dol op kinderen, voelden zich een juffie in hart en nieren. Maar dat verdomde rekenen,” aldus de columnist (Vk 23.6.07). De redenering die op deze constatering volgt, is logisch gezien weer beneden de maat. Ze begint met de constatering dat slechts 75% van de eerstejaars pabostudenten de gewenste rekenkunsten op voldoende niveau vertoont. Vervolgens stelt ze dat het niveau daalt. Dat is onlogisch. Om van een daling te kunnen spreken, moet je de ‘75 procent’ kunnen vergelijken met oudere cijfers en die geeft Truijens niet. Daarna maakt ze in haar stuk de overstap van “daling van de rekenvaardigheid” naar “daling van het kennisniveau”. Vervolgens wordt zonder nadere toelichting het hele hbo gediskwalificeerd. De toevoeging ‘wellicht het hele hbo’ is slechts retoriek.
Truijens zelf vindt dat er met haar argumentatiestijl niets mis is. Dat blijkt als zij het over de voorzitter van de VO-raad en zijn “onnavolgbare lariekoek” heeft. Bobo “Slagter klinkt als een poelier die hartstochtelijk het vegetarisme propageert.” (Vk 3.11.07). Ook in een latere column wordt Slagter weggezet als onbetrouwbaar individu. “Slagter kroop eerst op schoot bij Van Bijsterveldt om daarna spoorslags de kant van het LAKS te kiezen. Hij schaart zich nu snel in het goede kamp” (Vk 19.1.07). Slagter beklaagt zich hierover, maar Truijens is zich van geen kwaad bewust (Vk 4.3.08):. “dat zie je vaker bij mensen met veel macht: ze verwarren kritiek met ad hominem-argumentatie.” Onderwijsvernieuwer Tabbers is volgens Truijens “een totalitaire denker, immuun voor elke kritiek” en die pruttelende tegenstanders wegzet als gevaarlijke reactionairen. “Tabbers kent maar één reflex op kritiek: verdachtmaking. Zij heeft geen boodschap aan argumenten.” (Vk 13.1.07) It takes one to know one?

© 2008 R.G.M. Ritzen

Heertje en de persoonlijke aanval

Oxford © 2006 R.G.M. Ritzen

Prof. Heertje laat in zijn column (RTLZ) zijn licht(je) schijnen over de waarde van de Raad van Economische Advieseurs (REA). Wie de adviezen van deze raad leest, “heeft het gevoel aardige doctoraalscripties te lezen van studenten, die enige kennis hebben verworven van betrekkelijk toevallige onderdelen van de tegenwoordig zo rijke en geavanceerde economische wetenschap. De nadruk ligt niet op diepgaande analyse en overzicht van de theoretische economie, doch op voorbarige en voorspelbare politieke conclusies”, aldus Heertje. De voorzitter van de club, een hoogleraar bedrijfskunde, “weet niets van de huidige ontwikkelingen in de economische wetenschap, mede omdat hij als student al niet meer werd opgeleid in de theoretische economie. Van hem kan geen stimulerende, inspirerende en vooruitziende blik worden verwacht omtrent thema’s, ontleend aan de economische wetenschap, waarvan de behandeling voor leden van het parlement van belang is.” (…) “De rapporten zijn geschreven door één van de vele afgestudeerden van onze economische faculteiten, die noch beschikt over voldoende kennis en overzicht van de economie, noch over stilistische gaven.” (...) "Dat leden van de Tweede Kamer de adviezen typeren als borrelpraat, oubollig, vlak, zouteloos en niet uitdagend, gaat terug op het intellectuele tekort van de secretaris", meent Heertje. Een goede secretaris zorgt volgens hem "voor puntige en originele beelden van de moderne, deels wiskundige, economische analyse en draagt zorg voor de brug van analyse naar beleid, zonder zelf op de stoel van de beleidsmakers te gaan zitten."
Analyse. In het stuk van Heertje treffen we niet één inhoudelijke opmerking aan waarmee hij zijn beweringen zou kunnen onderbouwen. Hij stapelt drogreden op drogreden, in het bijzonder de persoonlijke aanvallen. Waarom het niveau van de adviezen niet deugt, zegt Heertje niet. Hij geeft zelfs niet één voorbeeld van een voorbarige en voorspelbare politieke conclusie die we kennelijk in de adviezen aantreffen. De lezer moet het doen met “het gevoel” van Heertje.
De voorzitter van de REA (prof. Koedijk, RR.) weet volgens Heertje niets van economie, “mede omdat hij als student niet meer werd opgeleid in de theoretische economie.” Deze opmerking is onbegrijpelijk, omdat Heertje verderop in zijn betoog stelt, dat de REA voor de Tweede Kamer “het voertuig had moeten zijn om het wetenschappelijke werk van Nobelprijswinnaars als Nash, Selten, Stiglitz, Hurwicz en Maskin toegankelijk en beleidsrelevant te maken”. Zowel Selten als Maskin hebben niet economie, maar wiskunde gestudeerd. Zij zijn dus niet opgeleid in de theoretische economie, maar ze hebben zich daar pas later op toegelegd. Dat Heertje uitgerekend deze twee wiskundigen opvoert, is dan ook uitermate vreemd in het licht van zijn kritiek op Koedijk. Kortom, een inconsistentie in het betoog!


© 2008 R.G.M. Ritzen

Mees en de causaliteitsdrogreden

Manhattan © 2007 R.G.M. Ritzen
De rijzende ster in de PvdA, Heleen Mees, hield in het NRC (24 november 2007) een vlammend pleidooi om de verzorgingsstaat in te ruilen voor een kansenmaatschappij. Haar devies is meer arbeidsparticipatie. “Het langdurig afhankelijk zijn van een uitkering werkt vervreemding en apathie in de hand. Een uitzichtloze uitkeringssituatie leidt niet tot stilstand. Die leidt tot terugval.” De Nederlandse verzorgingsstaat maakt mensen passief en “leidt tot een overschot aan laagopgeleiden”. In vergelijking met New York legt Amsterdam het dan ook op alle punten af.
Ook wat betreft de misdaad: “de nieuwe aanpak van criminaliteit leidde ertoe dat New York – ooit berucht vanwege de onveiligheid op straat – de veiligste stad werd van alle grote steden in de Verenigde Staten.”
Analyse. In haar stuk maakt Mees zich schuldig aan de drogreden post hoc ergo propter hoc (a gaat vooraf aan b, dus a veroorzaakt b). De nieuwe aanpak van criminaliteit leidde ertoe dat New York de veiligste stad werd van alle grote steden in de Verenigde Staten. De nieuwe aanpak, die Mees verder niet toegelicht, ging in tijd vooraf aan de daling van de criminaliteit, dus is die aanpak ook de oorzaak van de daling van de criminaliteit. Dat verband is alles behalve vanzelfsprekend. De toenmalige burgemeester van New York weet de daling van de criminaliteit aan de zero-tolerancepolitiek. Levitt, hoogleraar economie aan de universiteit van Chicago, heeft een heel andere verklaring dan voormalig burgemeester Guiliano en Mees. Uit zijn onderzoek blijkt dat door de verruiming van de abortuswetgeving de criminaliteit daalde als gevolg van het feit dat het aantal geborenen in kansarme éénoudergezinnen afnam. Er was dan wel sprake van een interval van dertien jaar. Dat heeft te maken met het gegeven dat de criminele carrière van kansarme jongeren min of meer op dertienjarige leeftijd start. Een abortus bij een zestienjarige zwanger meisje (dat als jonge moeder zelf de kost moet gaan verdienen) betekent dertien jaar later één potentiële crimineel minder. Steden die bleven vasthouden aan een verbod op abortus, maar net als New York een zero-tolerancebeleid voerden, lieten slechts een marginale daling van de criminaliteit zien. (Zie: Steven D. Levitt, Understanding Why Crime Fell in the 1990’s: Four Reasons That Explain the Decline and Six That Do Not. Journal of Economic Perspectives 18, 2004 (pp. 163-190). )
(Het beeld dat Mees van New York schetst, komt overigens wat merkwaardig over na het lezen van Leblancs' Random family. Love, drugs, trouble, and coming of age in the Bronx uit 2003. Leblanc schetst het uitzichtloze bestaan in het ghetto van de Bronx.)

© 2007 R.G.M. Ritzen

Heertje en het misbruik van de term 'drogredenen'

Yoram Stein heeft prof. Heertje in Opinio (7-13 december 2007) aan zijn Filosofisch Elftal toegevoegd. Van de econoom Heertje wil hij weten wat nu de grootste problemen binnen het onderwijs zijn. "Het begint er al mee dat mensen niet weten waarom we eigenlijk onderwijs geven", aldus Heertje. "Ik heb zelfs collega's die denken dat je onderwijs geeft zodat mensen een hoger inkomen kunnen verwerven. Een drogreden. Je geeft onderwijs om het onderwijs. Een goede docent helpt mensen om zich optimaal te ontwikkelen."
Analyse. Het gaat nu eens niet om een drogreden, maar om het hanteren van het concept 'drogreden'.
Het gebruik van de term 'drogreden' kan meerdere functies vervullen. Er kan een incorrecte manier van argumenteren mee worden aangeduid. Daarnaast kan het gebruik van die term ook een emotieve functie vervullen: een redenering wordt dan bij voorbaat gediskwalificeerd.
Bij Heertje is dat laatste het geval. Waar de drogreden uit bestaat als je meent dat "je onderwijs geeft zodat mensen een hoger inkomen kunnen verwerven", is namelijk volstrekt onduidelijk. Het is een - in de ogen van Heertje - onjuiste vooronderstelling, maar daardoor is die opvatting nog geen drogreden. Door de vooronderstelling op deze wijze te diskwalificeren, wordt de suggestie gewekt dat de andere partij intellectueel tekort schiet ('Intellectueel tekort' is Heertjes favoriete diskwalificatie; die volgens hem inmiddels ook op mij van toepassing is). Maar beargumenteerd is er vooralsnog niets.
(De opvatting die Heertje bekritiseert, is die van de hoogleraren Groot en Maassen van den Brink: “ze ontspruiten aan een te schrale opvatting van economie, waarin menselijk keuzegedrag uitsluitend berust op een financiële calculatie. Deze enge opvatting van economie berokkent grote schade aan de beoefening van de economische wetenschap in Nederland, zet ons land internationaal achteruit en teistert verscheidene sectoren in de samenleving”, aldus Heertje. Toe maar.)


Rozendaal en de persoonlijke aanval

Illustratie uit: Magazijn der Ontleedkunde. Steendruk H.J. Backer, Dordt. Uitgever G. Ypma, Franeker
© 2007 R.G.M. Ritzen
Onlangs verscheen een boek van Floris Cohen, hoogleraar wetenschapsgeschiedenis aan de Universiteit van Utrecht. In dit boek gaat hij in op de vraag waarom de Chinese en de islamitische wetenschap, die ooit honderden jaren voorlagen, er nooit in geslaagd zijn om die wetenschappelijke en technologische voorsprong vast te houden. Rozendaal is het niet eens met Cohens verklaring en dat levert meteen een staaltje psychologie van de kouwe grond op: “Cohen komt met een multiculti-benadering. De Griekse wetenschap is eerst door de Romeinen overgenomen, daarna door de Arabieren om uiteindelijk in Europa terecht te komen. Die culturele verrijking zou het duwtje zijn geweest waardoor de take off plaats had. Van mijn vriend Paul, een classicus, hoorde ik dat Floris de broer is van Job. Toen begreep ik het, Floris en Job hebben zowel de liefde voor multiculti als de afkeer van kapitalisme met de paplepel binnen gekregen. Jammer.”
Analyse. Driehonderd pagina’s hoeven niet meer gelezen te worden als je de broer van…. bent. Behoeft geen verdere analyse.

© 2007 R.G.M. Ritzen

Sloot en de verabsolutering van een mislukte verdediging

© 2008 futurON (http://www.futuron.net/)

‘Quota voor vrouwen in hogere functies noodzakelijk’, kopte het NRC (27.12.07). Aan het woord is Ben Sloot, hoogleraar rechtssociologie aan de OU. De bezwaren tegen quota “komen voort uit een mixture van koudwatervrees, vooroordelen, onwetendheid, maar vooral uit een ontkenning van de nog veel voorkomende patronen van discriminatie”. Hij bespreekt de drie meest gehoorde argumenten tegen een wettelijke regeling over quota (achterstelling wordt op termijn vanzelf opgeheven; quota werken stigmatiserend en daardoor contraproductief en quota leiden tot bureaucratie). Deze argumenten deugen volgens Sloot niet.
Hij besluit met de conclusie dat politieke daadkracht nodig is om meer vrouwen in hogere functies te krijgen.
Analyse. Sloot maakt zich schuldig aan de drogredenen waarbij het mislukken van een verdediging verabsoluteerd wordt. Zijn argumentatie is als volgt: (1). hij bespreekt drie argumenten tegen het instellen van quota; (2). vervolgens beargumenteert hij waarom deze argumenten niet kloppen; (3). daarna besluit hij zijn betoog met de conclusie dat politieke daadkracht (lees: wettelijk vastgelegde quota) noodzakelijk is. Maar ook al zijn de argumenten van de tegenpartij niet correct, dan is daarmee nog niet per definitie het tegendeel bewezen.
Een voorbeeld: iemand stelt dat roken slecht voor de gezondheid is, omdat daarmee het afweersysteem van een mens wordt afgebroken. Stel dat uit onderzoek blijkt dat er geen relatie bestaat tussen het roken van sigaretten en de staat van het afweersysteem. Kan dan worden beargumenteerd dat roken dus niet ongezond is? Uiteraard niet. Maar toch is dit precies wat Sloot doet. Hij geeft geen positieve argumenten waarom quota nodig zijn. Hij beperkt zich enkel tot het bekritiseren van enkele tegenargumenten.
Er zijn meer tegenargumenten te geven (bijvoorbeeld door de Israëlische hoogleraar Martin van Creveld), maar Sloot beperkt zich “tot de meest gehoorde argumenten”. (Overigens is Sloots argumentatie niet helemaal helder. Zo stelt hij dat een feminisering van de rechterlijke macht voorkomen kan worden door “met een quotum van 40 procent voor mannen en vrouwen” te werken. Waar blijft dan de overige twintig procent?)
Bovendien bezondigt Sloot zich ook nog aan een ignoratio elenchi: tijdens zijn betoog verschuift de argumentatie. Zoals gezegd, hij start met een analyse van “de meest gehoorde argumenten”. Uiteindelijk besluit hij zijn betoog met de conclusie dat “duidelijk is, dat de bezwaren tegen quota als instrument geen standhouden”. Maar hij heeft – zoals hij zelf aangaf – alleen de meest gehoorde bezwaren besproken. Wat hij had moeten beargumenteren, is dat de meest gehoorde bezwaren geen stand houden.Weliswaar heeft Sloot het over “de bezwaren” en niet alle bezwaren, maar hij houdt een pleidooi voor politieke daadkracht om patronen van discriminatie te doorbreken. Dit impliceert dat we ‘de bezwaren’ moeten lezen als ‘alle bezwaren’.

© 2007 R.G.M. Ritzen

Vermeulen en het ontduiken van de bewijslast

Onderwijsmenschen © 2007 R.G.M. Ritzen
Vermeulen, hoogleraar onderwijssociologie (UvT), constateert dat het huidige onderwijs gekenmerkt wordt door een afname van het opleidingsniveau van de werknemers, terwijl de eisen die aan docenten gesteld worden, steeds hoger worden. In de discussies wordt vaak gewezen op de kwalijke rol die het management hierbij speelt. Vermeulen wijst echter op een ander aspect.“Het gebrek aan invloed wordt vooral toegeschreven aan de rol van het management, van externe adviseurs en van de politiek. Dat is te simpel. Hebben 350 duizend hoog opgeleide mensen zich niet te eenvoudig te pakken laten nemen met vernieuwingen waarvan vele beweren dat ze niets voorstellen? Het kan niet anders of deze enorme massa heeft ook zelf niet adequaat gehandeld. Naar mijn overtuiging is het ontbreken van professioneel zelfbewustzijn en een daarop gebaseerd intellectueel gesprek over onderwijsvormgeving een belangrijke verklaring.”
Analyse. Met zinsdelen als “het kan niet anders dan….” en “naar mijn overtuiging…” wordt doorgaans de bewijslast ontdoken. Het zijn signaalwoorden , die de kritische lezer alert (zouden) moeten maken. De persoonlijke integriteit en/of wijsheid worden ingezet ter vervanging van het argument.
Het verwijt van het ontduiken van de bewijslast geldt ook voor Vermeulen. Een empirische of theoretische ondersteuning ontbreekt in zijn uiteenzetting. Weliswaar constateert hij – verderop in hetzelfde artikel – dat docenten dociel zijn en onderwijsvernieuwingen allemaal maar een beetje over zich heen laten komen, maar dat tekstfragment slaat terug op het verschil tussen docenten en echte professionals.

© 2007 R.G.M. Ritzen
_________________________________________________________________________________
vanaf hier op alfabetische volgorde (o.b.v. de naam van de auteur die de drogreden begaat)

Abdul-Rahman al-Barrak en zijn fatwa

Onlangs sprak een groep Saoedische geestelijken hun steun uit voor hun collega, sjeik Abdul-Rahman al-Barrak, die van mening was (en is) dat twee Saoedische schrijvers moeten sterven als ze geen afstand nemen van – wat hij omschreef als - ketterse artikelen (NRC, 21.3.08). Het gaat om Abdullah bin Bejad al-Otaibi en Yousouf Abu al-Khail. Beiden twijfelen aan het standpunt dat christenen en joden als ongelovigen moeten worden beschouwd. Wie zo’n standpunt verkondigt, is een afvallige, aldus sjeik Abdul-Rahman al-Barrak.
Daarom stelde hij vorige week in zijn fatwa, een islamitisch decreet, dat „iedereen die dit claimt de islam verwerpt en moet worden berecht om hem ertoe te brengen van zijn positie terug te komen. Zo niet, dan moet hij worden gedood als afvallige van de godsdienst van de islam.”
Beide schrijvers zijn overigens niet van plan hun standpunt te herzien. Khail wil Barrak zelfs gerechtelijk aanpakken.
Analyse. De vijfenzeventigjarige Sjeik Barrak, die een van de meest gezaghebbende autoriteiten van de ultraconservatieve sunnitische Saoedische wahabitische islam is, hanteert het argument van de stok (argumentum ad baculum). De discussie wordt niet beslecht met argumenten, maar met doodsbedreigingen of de dood. De schrijvers hebben namelijk de ‘keuze’ tussen het intrekken van twijfel of een prijs op hun hoofd.

© 2008 R.G.M. Ritzen

Abspoel en de stroman

Niet iedereen was erg gecharmeerd van Doekle Terpstras oproep tot meer tolerantie. Dat aanhangers van Wilders het manifest ‘Bouwen en benoemen’ niet zouden ondertekenen, lag voor de hand. Maar in het geval van Özgümüs en Abspoel (Vluchtelingen Organisaties Nederland) was dat anders. In de VK (4.1.2008) legden ze uit waarom. “In de ogen van de witte mannen en vrouwen achter Benoemen en Bouwen lijken waardevolle initiatieven pas te bestaan, als ze door hen benoemd en erkend zijn.” Terpstra wilde alleen ‘witten’ op de lijst van ondertekenaars. Op basis hiervan concludeerden de auteurs dat allochtonen door Terpstra en de zijnen niet getolereerd werden. En dat impliceerde weer dat “de allochtoon in hun ogen hoogstens de status van goed voorbeeld kan bereiken, maar nooit die van gewone Nederlander, van gelijke. Dit leidt er indirect toe dat allochtonen altijd weer aangesproken kunnen worden op de problemen waar hun groep voor zorgt.”
Analyse. Dit is een voorbeeld van een stroman, in het bijzonder van het opblazen van een vooronderstelling. In dit geval kunnen we het opblazen stapje voor stapje volgen: (1). geen allochtoon op lijst van Terpstra; (2). dus allochtonen worden niet getolereerd; (3). niet tolereren impliceert weer dat de allochtoon niet een gewone Nederlander kan zijn en (4) uiteindelijk leidt de lijst ertoe dat allochtonen altijd weer aangesproken kunnen worden op de problemen waar hun groep voor zorgt. Waar een lijst al niet toe kan leiden.

© 2008 R.G.M. Ritzen

Achterhuis en de ontkenning van het antecedens

Hans Achterhuis, emeritus hoogleraar filosofie, vraagt zich af hoe ver je met buitenparlementaire acties mag gaan (VK, 2.9.08). Hij gaat daarbij ook in op de acties van Duyvendak. In een aantal interviews blijkt de ex-politicus de inbraak en andere illegale en gewelddadige acties uit de jaren tachtig van de vorige eeuw vooral te betreuren omdat ze het grote publiek van de milieubeweging vervreemd zouden hebben. “Hij beschouwt deze acties nu ineens als ‘contraproductief’ en ‘ineffectief’. ‘Acties zoals ik ze heb uitgevoerd -- isoleren je van een groot deel van de bevolking. Uiteindelijk word je als beweging altijd kleiner.’ De gevaarlijke implicatie van deze puur instrumentele visie is volgens Achterhuis dat wanneer gewelddadige acties in bepaalde omstandigheden wel op een goed onthaal van de massa's mogen rekenen, Duyvendak ze kennelijk zonder problemen weer als succesvol zou hebben beschreven. “Nergens klinkt in zijn eerste uitspraken de idee door dat gewelddadige acties ook op morele en politieke gronden beoordeeld en veroordeeld zouden kunnen worden.”
Analyse. De implicatie, zoals Achterhuis die verwoordt, volgt logisch gezien niet uit hetgeen Duyvendak schreef. Achterhuis’ redenering is als volgt:
(1). Als de acties niet succesvol zijn, dan betreurt Duyvendak die acties.
(2). De acties zijn wel succesvol. (…stel dat dit het geval is….)
(3). Conclusie: dan betreurt Duyvendak die acties niet (…dat is dan de gevaarlijke implicatie…).
Uit de ontkenning van het antecedens (...als de acties niet succesvol zijn…), wordt ten onrechte de ontkenning van het consequens (…dan betreurt Duyvendak die acties…) afgeleid.
De correcte redeneervorm is: (((als a dan b) en niet-b) dan niet-a). Deze redeneervorm noemen we de modus tollens. De incorrecte redeneervorm is: (((als a dan b) en niet-a) dan niet-b). Dat deze redeneervorm onjuist is, valt makkelijk in te zien. Als het regent, dan zijn de straten nat. Het regent niet. Dus de straten zijn niet nat. Tegenwerping: er kan ook net zo goed een sproeiwagen voorbij gekomen zijn.

© 2008 R.G.M. Ritzen

Almelo vs. Zembla

“Soms staat het stoplicht op rood, soms staat het stoplicht op groen. In Almelo is altijd wat te doen.” Zo verwoordde Herman Finkers ooit het gebrek aan hectiek in Almelo. Inmiddels zorgt het televisieprogramma ‘Zembla’ (23.11.08) wel voor behoorlijk veel commotie. Aanleiding voor de uitzending was de gijzeling van een Turkse ondernemer die maar steeds geen vergunning kreeg.
De burgemeester en wethouders wilden niet over deze zaak praten, want die was nog onder de rechter. Maar er werden meer ongeregeldheden geconstateerd: een wethouder met een dubieuze transactie, vergunningen die niet werden verleend; bij een restauranthouder handhavend optreden als deze geen vergunning had en bij een andere restauranthouder niet handhavend optreden hoewel deze evenmin een vergunning had; vijf rechterlijke uitspraken simpelweg negeren; het ingrijpen van de communicatiemedewerker toen een projectleider eerlijke antwoorden op pijnlijke vragen gaf. Ook daar wilde B&W niet over praten.
Een dag later gaven B&W alsnog commentaar op de gang van zaken. De ‘dubieuze transactie’ was keurig afgehandeld en de gemeenteraad wist ervan. Bovendien wordt er intern onderzoek over de kwaliteit van de besluitvorming uitgevoerd in opdracht van de raad. Ook maakt het ‘voorbereidingbesluit’ het mogelijk dat aanvragen van vergunningen worden aangehouden
Analyse. Het college van burgemeester en wethouders suggereert dat allerlei antwoorden gegeven zijn n.a.v. de reportage van Zembla.
Maar Zembla had veel meer vragen. Bijvoorbeeld het vijf keer naast zich neerleggen van een rechterlijke uitspraak; het niet handhavend optreden tegen een zaak die geen vergunning had etc.

© 2008 R.G.M. Ritzen

Albrecht en het ontduiken van de bewijslast

In een advertentie op de voorpagina van de Volkskrant stelde Harry de Winter de kritiek van Geert Wilders op de Koran en de moslims op een lijn met het antisemitisme (VK, 19.3.08). Dat schoot Yoeri Albrecht in het verkeerde keelgat. Albrecht, die eerder aan Oxford University doceerde en later als journalist bij Vrij Nederland eruit geknikkerd werd (waarschijnlijk) omdat hij de pleitbezorger van Fortuyn was bij de verkiezing van de grootste Nederlander, is van mening dat godsdienstkritiek geen racisme is. De Winter “maakt in zijn advertentie zoveel denkfouten dat het onmogelijk is ze allemaal in een kort bestek te behandelen”, aldus Albrecht.
Analyse. Albrecht stelt dat De Winter zoveel denkfouten maakt, dat het onmogelijk is deze allemaal in een kort bestek te behandelen. Daarmee ontduikt Albrecht op voorhand de bewijslast.
Albrecht heeft natuurlijk maar een beperkt aantal woorden tot zijn beschikking, maar iets minder van twintig procent van de tekst wordt gevuld met overbodige tekst, zoals: “Harry de Winter is een achtenswaardig man, achtenswaardig en naïef en die combinatie is levensgevaarlijk. De vergelijking tussen Joden en moslims die hij maandag op de voorkant van de Volkskrant maakte, is smakeloos, beledigend en gevaarlijk. De Winter is nog van de generatie die gewend is om iedereen die met hem van mening verschilt, te betichten van fascisme, antisemitisme en racisme. Hij maakt in zijn advertentie zoveel denkfouten dat het onmogelijk is ze allemaal in een kort bestek te behandelen.” Deze tekst heeft een ad hominemkarakter en levert geen inhoudelijke informatie op. Had Albrecht die ruimte echt niet kunnen gebruiken om in te gaan op die talloze denkfouten?

© 2008 R.G.M. Ritzen

Amsterdam en de causaliteitsdrogreden


Amsterdam gaat wat doen aan de rondzwevende fijnstof. De maatregelen die het meest in het oog springen, zijn het verhogen van de parkeertarieven en het weren van oude auto's.
Het gaat daarbij om auto's die niet aan de sinds 1992 geldende euronormen voldoen. De gemeente Amsterdam stelt in het rapport Voorrang dat wetenschappers schatten dat door fijnstof landelijk jaarlijks achttienduizend mensen gemiddeld tien jaar eerder doodgaan'.
Daar staat echter het volgende tegenover. Uit ziekenhuisstatistieken blijkt dat op stoffige dagen in Nederland jaarlijks een paar duizend mensen meer overlijden dan op schone dagen. Het gaat om een levensduurverkorting van enkele dagen tot enkele maanden. Bovendien gaan die mensen gaan dus niet sec dood aan fijnstof, stelt Flemming Cassee, specialist bij het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) in Bilthoven. 'Ze waren al ziek, en dan komt de luchtverontreiniging erbij.' (VK, 21.6.08)
Het ingenieursbureau Goudappel Coffeng schreef een rapport voor het ministerie van VROM over de effecten van milieuzones, en komt daarin tot andere conclusies dan de gemeente Amsterdam: de absolute reductie bedraagt volgens hen 0,0 microgram per kubieke meter. Het kabinet concludeerde dan ook dat de effecten van milieuzones 'vrijwel verwaarloosbaar' zijn.
Een ander rapport komt van onderzoeksinstituut TNO: 'Om de emissie van een bepaald wagenpark te berekenen, maakt TNO normaliter gebruik van gedetailleerde informatie over afstanden die de verschillende auto's uit het bestudeerde wagenpark afleggen. De gemeente Amsterdam neemt aan dat alle auto's evenveel kilometers afleggen en gaat er daardoor van uit dat de verdeling van de gereden kilometers niet bouwjaarafhankelijk is. (...) Gevolg: de uitstoot van fijnstof en stikstofdioxide bij oude auto's wordt overschat, die van nieuwe auto's wordt onderschat. (Daardoor) zal de totale reductie worden overschat.'
Maar de Amsterdamse gemeente houdt voet bij stuk. De woordvoerder zegt dat het gemeentebestuur bij zijn eigen berekeningen blijft. 'In tegenstelling tot het onderzoek van het kabinet wijzen de Amsterdamse gegevens juist op een hoge effectiviteit van de milieuzone op de luchtkwaliteit in de stad', meldt ze. 'Amsterdam blijft bij het plan.'
Analyse. Het verschil in effect hangt samen met het aandeel oude auto's in het totale verkeersaanbod. Volgens de Amsterdamse berekening is dat aandeel 20 procent, maar volgens ingenieursbureau Goudappel Coffeng en het kabinet is dat slechts 4 procent. 'Dat percentage (van 4 procent) is niet in overeenstemming met de Amsterdamse werkelijkheid', zegt de woordvoerder van de gemeente.
Het punt is dat Goudappel Coffeng niet uitgaat van absolute auto-aantallen, maar van autokilometers. Oude auto’s rijden veel minder kilometers dan nieuwe.
Feitelijk maken de gemeente Amsterdam en zijn woordvoerder zich schuldig aan een causaliteitsdrogreden: er zijn oude auto’s in Amsterdam en die stoten fijnstof uit. Goudappel Coffeng en TNO gaan uit van het feit dat alleen rijdende oude auto’s in Amsterdam fijnstof uitstoten.

© 2008 R.G.M. Ritzen

Ankersmit en de persoonlijke aanval

Voedselbanken worden nog steeds populairder, maar staatssecretaris Aboutaleb (Sociale Zaken, PvdA) hoopt dat de voedselbanken net zo snel weer zullen verdwijnen (Trouw, 10.12.08). De gratis maaltijdservice is volgens hem “een pleister, geen geneesmiddel”.
Volgens hoogleraar Frank Ankersmit “geeft een fraaie illustratie van het maakbaarheidsideaal: een pleister alleen is niet genoeg, de overheid moet iets veranderen, mensen beter maken. Maar de overheid, in de persoon van Aboutaleb, wil niet dat burgers de zorg voor hulpbehoevenden overnemen, dat vindt deze bestuurder een natuurlijke staatstaak.”
“Je merkt aan alles dat Aboutaleb diep in zijn hart niets liever zou willen dan die voedselbanken sluiten. Hij is als een vader die ziet dat zijn kinderen voor zichzelf beginnen te zorgen en dan uitroept: ’Hé, laat dat, kinderen, ík ben hier de opvoeder’. Het is vanuit het perspectief van deze bestuurder, vanuit zijn mentale model, zeer te betreuren dat de samenleving is zoals zij is. De samenleving zou anders moeten zijn en de staat zou het veranderingsproces moeten realiseren en controleren. De voedselbank is een element van chaos. (…) Die opmerking onthult de bestuurlijke behoefte aan controle. Mensen die particuliere voedselbanken bezoeken, raken uit het zicht van de overheid. En dat is het laatste wat de staat wil.”
Het particuliere initiatief is volgens mensen als Aboutaleb bij voorbaat verdacht. Een burgerinitiatief kan in de ogen van de overheid onmogelijk zo goed zijn als een actie van de overheid zelf.” Maar in de ogen van Ankersmit is het een prima initiatief.
Analyse. Is hier sprake van een indringende analyse of van een persoonlijke aanval? Ik meen dat laatste. Ankersmit dicht Aboutaleb allerlei dubieuze motieven toe, zoals het bestuurlijk willen controleren van burgers. Die motieven komen niet uit de mond van de staatssecretaris, maar uit de analyse van Ankersmit.
Aboutaleb wil geen chaos; hij wil structuur. En particuliere initiatieven deugen dan per definitie niet.

Ankersmit en de compositiedrogreden

Is Wilders (mede)verantwoordelijk voor de gevolgen van zijn film? Deze intrigerende vraag stond centraal in een artikel van Sandra Kooke (Trouw, 8.3.08). Zij liet vier filosofen aan het woord over de wijze waarop Wilders gebruik maakt van zijn recht op de vrijheid van meningsuiting. Thomas Mertens, hoogleraar rechtsfilosofie, meent van wel. Het recht op vrije meningsuiting is geen absoluut recht, maar gekoppeld aan verantwoordelijkheden. Joachim Duyndam (UvH) is het daarmee mee eens. De vrijheid van meningsuiting is een groot goed, maar kan volgens hem niet los gezien worden van verantwoordelijkheid. Procee, hoogleraar wijsbegeerte (UT), meent dat het ook weer niet zo eenvoudig is om de verantwoordelijkheid van de gevolgen van de film bij Wilders te leggen. Ankersmit, die als hoogleraar aan de Universiteit van Groningen verbonden is, wijst het verband tussen ‘vrijheid’ en ‘verantwoordelijkheid’ rigoureus af.
Voor elk wat wils, lijkt het. Daarom is het interessant eens te kijken welke argumentatie de vier filosofen hanteren. Vandaag bekijken we eerst die van prof. Ankersmit. “Je bent alleen verantwoordelijk voor iets dat je (mede) veroorzaakt hebt. Als er geen causaal verband is tussen het gebeurde en jouw daden, kun je er onmogelijk verantwoordelijk voor worden gesteld. Dat betekent dat je niet altijd moreel of politiek verantwoordelijk bent voor wat je bewerkstelligd hebt. Je kunt geheel onbedoeld iets gedaan hebben. De rechter zal je het dan niet moeilijk maken.” Maar het is volgens Ankersmit beter om te zeggen dat er geen enkele duidelijke en herkenbare relatie bestaat tussen de begrippen ‘vrijheid’ en ‘verantwoordelijkheid’. “Beide begrippen hebben hun zin en functie in geheel verschillende contexten en discussies.”
Analyse. Het is een beetje wonderlijke argumentatie. De bewering ‘als er geen causaal verband is, kun je onmogelijk verantwoordelijk gesteld worden’ is nog wel te begrijpen, maar vervolgens stelt Ankersmit dat dit betekent dat ‘je niet altijd politiek en moreel verantwoordelijk bent voor wat je bewerkstelligd hebt’. Die tweede bewering volgt, anders dan Ankersmit (enkel) poneert, absoluut niet uit de eerste bewering.
Dat je politiek en moreel niet altijd verantwoordelijk bent voor wat je bewerkstelligt, blijkt (kennelijk) uit het feit dat je geheel onbedoeld iets gedaan kunt hebben. De rechter, zo stelt Ankersmit, “zal het je niet moeilijk maken”. Nu blinkt die bewering ook al niet uit in helderheid (wat is moeilijk maken?), maar los daarvan kijkt een rechter toch anders tegen deze problematiek aan. Dat blijkt uit het longembolie-arrest (NJ 1979,60). De bestuurder van een bestelauto verleende op een kruising geen voorrang en kwam daardoor in botsing met een andere auto. De bestuurder van de andere auto werd in het ziekenhuis opgenomen met zwaar lichamelijk letsel. Zij overleed uiteindelijk aan een letale longembolie. De Hoge Raad zei in dit arrest niet dat het optreden van een longembolie een redelijk te verwachten gevolg van de botsing was, maar wel dat het gevolg redelijkerwijs kon worden toegerekend aan de bestuurder die geen voorrang verleend had. (Deze leer is sindsdien het uitgangspunt van de Hoge Raad.) Dat de rechter je het niet moeilijk maakt als je iets onbedoeld gedaan hebt, is juist vanuit een juridische optiek dan ook volstrekt onjuist. De rechter legt dan ook een gevangenisstraf aan de bestuurder op, ook al was zowel de botsing als het overleden van de vrouw onbedoeld.
Terug naar Ankersmit. Hij maakt een categoriefout door een begrip uit de filosofische context over te hevelen naar de juridische context.
Nadat Ankersmit eerst een negatief verband tussen ‘vrijheid’ en ‘verantwoordelijkheid’ heeft vastgesteld, gaat hij vervolgens verder met de vaststelling dat er geen enkele duidelijke en herkenbare relatie bestaat tussen de begrippen ‘vrijheid’ en ‘verantwoordelijkheid’. De reden is dat deze begrippen hun zin en functie in geheel verschillende contexten en discussies hebben. Maar die conclusie had Ankersmit al veel eerder moeten trekken, namelijk toen hij beide begrippen overplantte naar de juridische context.
Vervolgens maakt Ankersmit zich schuldig aan een compositiedrogreden. Hij schrijft dat Wilders de gehele Nederlandse bevolking vertegenwoordigt en hij zal dan ook aan de Nederlandse bevolking verantwoording moeten afleggen over het gebruik van zijn bevoegdheden. Dat staat in de Grondwet, aldus Ankersmit.
Een compositiedrogreden bestaat erin dat eigenschappen van een geheel worden toegekend aan een onderdeel van dat geheel. In art. 50 van de Grondwet staat dat de Staten-Generaal het gehele Nederlandse volk vertegenwoordigt. In de gedachte van Ankersmit wordt de eigenschap van een geheel (de Staten-Generaal) volledig toegekend aan één onderdeel (elk lid vertegenwoordigt de hele Nederlandse bevolking). Onjuist. Art. 67 lid 3 Grondwet impliceert juist dat er géén vertegenwoordigingsrelatie bestaat tussen kamerleden en hun kiezers. Art. 50 Gronwet heeft overigens staatsrechtelijk een heel andere betekenis dan Ankersmit meent. Het geeft een historische wending aan, namelijk dat de Staten-Generaal niet meer de belangen van de provincies vertegenwoordigden, maar die van de hele Nederlandse bevolking.

© 2008 R.G.M. Ritzen

Batman vs. Ritzen & de persoonlijke aanval

In mijn jonge jaren.

“Ron Ritzen is gewoon een ordinaire 'wetenschappelijke' backbencher van de PvdA of GroenLinks.” En hiermee ben ik dus wederom ontmaskerd, en dan nog wel door Batman, die zich verdediger van rechts noemt.
Iemand haalde een stukje tekst aan uit deze site: “Uit onderzoek blijkt dat meer dan de helft (57 procent) van de PVV-achterban als hoogst genoten opleiding middelbaar algemeen voortgezet onderwijs of middelbaar beroepsonderwijs heeft. Als je de respondenten met alleen het lager onderwijs daaraan toevoegt, dan bestaat 76 procent van de huidige aanhang van de PVV uit lager- en middelbaar opgeleiden.” Dat stukje had betrekking op een compositiedrogreden in een betoog van een psycholoog. De bron werd keurig vermeld: R.G.M. Ritzen. Ik werd nog even verward met een ver familielid maar dat misverstand werd snel uit de weg geruimd: Jo is niet Ron.
Maar Batman was niet onder de indruk: “De cijfers voor PvdA zullen hier niet zoveel van afwijken. Verder zijn dit soort onderzoeken natuurlijk zo zacht als boter, want politiek gemotiveerd. Zaten er tenminste één of twee PVV-symphatisanten in het team dat het onderzoek uitvoerde? Ik dacht het niet.”
Na enig weerwoord van medediscussianten wilde Batman het nog wel een keer uitleggen: “Ach, schei toch uit. Het is allemaal opinie en jongleren met statistiek verpakt als wetenschap. Jij wilt er maar al te gretig intrappen.” Opinie? Statistiek? Op deze site?
Analyse. Sommige mensen discussiëren zo heerlijk makkelijk. Ben je het niet eens met iemand dan is hij een ordinaire 'wetenschappelijke' backbencher van de PvdA of GroenLinks. Punt. Einde discussie. En dat onderzoek? Zal ook wel niet deugen. Want er zaten waarschijnlijk geen PVV’ers in. Waarschijnlijk, want iets natrekken is natuurlijk veel moeilijker dan gewoon maar wat verdachtmakingen roepen.

© 2008 R.G.M. Ritzen

Becker en het onlogische gevolg

“De VS zijn het rijkste land ter wereld”, meent politicoloog Uwe Becker (UvA), “maar de sociale ongelijkheid is er de afgelopen 35 jaar bijna continu gestegen en is ongeveer twee keer zo groot als in Nederland” (VK 18.2.08). Ook de armoede is er meer dan twee keer zo groot en de langdurige armoede zelfs vijf keer. De kosten voor de gezondheidszorg liggen vijftig procent hoger dan in het gemiddelde EU-land, ondanks het feit dat er 40 miljoen niet-verzekerden zijn. Het openbare onderwijs is slecht en de amerikanen zijn de grootste milieuvervuilers.
De plannen van Obama kosten geld, maar een belastingverhoging is iets wat juist zijn kiezerspubliek absoluut niet slikt. “Obama heeft het niet over de financiële kant van zijn plannen en daarom kan men slechts concluderen dat hij slechts koketteert met sociale misstanden.”
Analyse. Als Obama de financiële kant van zijn verhaal niet vermeldt, kan men volgens Becker concluderen dat hij slechts koketteert met de sociale misstanden. Het niet expliciteren van financiële onderbouwing impliceert niet dat er dus geen financiële onderbouwing is. De vooronderstelling zit niet in het antecedens ingebakken.

© 2008 R.G.M. Ritzen

Beekers en de stroman

In zijn artikel in de Volkskrant (4 december 2007) stelt Wouter Beekers (VUA) dat “de fiscus van woningcorporaties moet afblijven”. Daarbij gaat hij in op het voorstel van staatssecretaris De Jager om vennootschapsbelasting voor woningcorporaties in te voeren. “Nu zou vennootschapsbelasting gelegitimeerd kunnen worden als een politieke keuze voor de afbraak van de omvangrijke sociale woningbouw in de huidige vorm.”
Analyse. De mogelijke legitimatie, waarover Beekers spreekt, wordt kennelijk door niemand gepredikt. Beekers spreekt niet voor niets over “zou gelegitimeerd kunnen worden”. Als inderdaad niemand een warm pleidooi “voor afbraak van de sociale woningbouw” heeft gehouden, dan is hier sprake van een stroman. Beekers valt een fictieve tegenstander aan.
In dit verband heeft het hanteren van de stroman vooral een retorische functie. De tegenstander streeft afbraak na en welk redelijk denkend mens kan daar nu voor zijn?

© 2007 R.G.M. Ritzen

Benali en de persoonlijke aanval

Kader Abdolah heeft de Koran naar het Nederlands vertaald en dat is kennelijk tegen het zere been van Abdelkader Benali (VK, 28.4.08): “Nederland ligt in katzwijm voor dit staaltje handwerk waarover moslims, zelfs de meeste verlichte, seculiere, afvallige toch een beetje moeten grinniken. Hij zal zelfs uitgelachen worden voor de praatjes die hij verkoopt om zijn vertaling aanvaardbaar te maken in de ogen van het koopgrage publiek.”
De vertaling kon Benali niet beoordelen, omdat, zo zegt hij, de uitgeverij hem alleen een drukproef wilde sturen als hij er iets vriendelijks over kon zeggen.
Abdolah heeft hinderlijke herhalingen achterwege gelaten en ook daarmee heeft Benali problemen. Maar hij begrijpt dat wel. “Om in Nederland te scoren moet je alles uitkleden tot zijn essentie, ook de Koran, en als er dan een kindvriendelijke variant overblijft, zodat elke waterhoofd-lezer op een verjaardagsfeestje kan vertellen dat hij, dankzij Abdolah, de Koran ‘eindelijk’ heeft gelezen, dan weet je dat je missie niet alleen is geslaagd, je zult zelfs erkenning krijgen van de grootste domoor.”
Benali wijst vervolgens nog op een grote fout: “van moslims mag je een vertaling van de Koran geen vertaling noemen, een hertaling. Kader heeft hier schijt aan. Waarom legt hij deze nuance niet aan ons uit? In plaats van ons te verlichten, wijzer te maken, houdt hij het publiek dom en zo gretig! Waarom doe je dit, Kader? Waar is je kennis van zaken gebleven, waarom deel je die niet met het Nederlandse volk? Waarom maak je het ze zo makkelijk? Respecteer je ze zo weinig? Ben je zo bang niet te worden gehoord?”
Het eindoordeel van Benali is kort en krachtig: Abdolahs vertaling is niets anders dan multicultureel gebedel om witte aandacht.
Analyse. Benali heeft de vertaling niet gelezen, maar weet wel al dat alle (ex-)moslims om deze vertaling zullen lachen. De reden is dat de vertaling op Jip en Janneke-niveau geschreven is en in Nederland kun je alleen maar scoren als je op kinderniveau schrijft. En daarmee ontmaskert Benali Abdolahs motief: deze heeft zich tot dit niveau verlaagd, omdat hij bedelt om witte aandacht.
Abdohal schreef eerder dat hij, kort nadat hij in 2007 zijn roman Het huis van de moskee had voltooid, wakker schrok van een stem die hem opriep zich in de Koran te verdiepen. De vertaling is hem min of meer overkomen. “Ik wilde de Koran een keer goed lezen. En toen ik eraan begon vond ik het een prachtig boek.” In een interview in Trouw vertelt Abdolah: „Ik heb het uit liefde geschreven. Uit liefde voor de mooie tekst en voor Mohammed.
Maar Benali ontmaskert hem als aandachttrekker. Argumenten daarvoor geeft Benali niet.

Berlusconi avrebbe bisogno di uno psichiatra

Il governo Zapatero è “troppo rosa” e per questo “difficile da gestire”, ha detto Berlusconi. Troppe donne! Bibiana Aido, ministro spagnolo dell’Uguaglianza, ha replicato: “Silvio Berlusconi avrebbe bisogno di uno psichiatra”. Aido, una delle nove donne su 17 ministri del governo spagnolo, lo ha dichiarato nel corso di un'intervista al quotidiano El Pais, aggiungendo che essere disposta a pagare di persona uno psichiatra per Berlusconi, “anche se non so se sarebbe efficace, servirebbero molte sedute” (18.5.08).
Analisi. Aido ha detto che Berlusconi a bisogno di uno psichiatra. È un sofisma? Non lo so. Ma non credo che queste discussioni siano poi tanto utili, perché l’osservazione di Berlusconi è soltanto una provocazione. È stupido.

(met dank aan Jeanne Stroo)

Berlusconi's velina?

Mara Carfagna studeerde rechten en werd op haar tweeëndertigste minister van emancipatiezaken in het kabinet van Berlusconi, nadat ze eerst kort parlementslid was. Vorige week kwam haar eerste boek uit, dat een bundel portretten van conservatieve vrouwen uit de internationale politiek bevat. Carfagna, kort streng kapsel, hooggesloten blousjes, sprak onlangs op een congres over discriminatie van homo’s. Ook bezocht ze een zigeunerkamp en ontwikkelde plannen om prostituees van de straat te halen.
Kortom, ze doet de dingen die een minister geacht wordt te doen.
Maar tot aan haar benoeming als parlementslid had Carfagna een heel andere bezigheid. Namelijk als zeer schaars gekleed fotomodel. En verder was ze al even schaars op televisie als velina (showgirl) te bekijken. Eén van haar kijkers was Berlusconi en die liet zich in 2006 ontvallen best met haar getrouwd te willen zijn. (Vervolgens kon Berlusconi aan de slag om zijn eigen huwelijk te redden.)
Niet iedereen, zelfs niet in haar eigen partij Forza Italia, is even enthousiast als Berlusconi. “Ik was diep beledigd, en veel vrouwen met mij”, bekende sociologe Chiara Saraceno (Trouw, 18.10.08). “Afgezien van het feit of ze nou wel of niet iets heeft uitgespookt met Berlusconi, vind ik het een schande dat hij zo'n incompetente vrouw op Emancipatiezaken heeft gezet. Dat bevestigt dat het een symbolisch ministerie is. Had hij nou echt geen kundige vrouw kunnen kiezen? Als ze het over prostitutie heeft en zegt dat het verkeerd is om je lichaam te verkopen, denk ik: ‘Maar dat deed jij ook!’”
Analyse. Die laatste opmerking is een tu qouque-drogreden (de-pot-verwijt-de-ketel-dat-hij-zwart-ziet). Het feit dat Carfagna halfnaakt op tv rondhuppelde, zegt niets over de waarde van haar plannen. Sterker nog, het is helemaal niet relevant en het zegt evenmin iets over Carfagna’s (on)kundigheid.

© 2008 R.G.M. Ritzen

Berlusconi en de 'cervelli in fuga'

Univerisiteit van Bologna. © 2006 R.G.M. Ritzen

Eind oktober bezetten studenten alle universiteiten in Italië. Premier Silvio Berlusconi noemde die bezetting “een daad van geweld” en kondigde aan desnoods de mobiele eenheid in te zetten.
De studenten protesteerde tegen ‘wet 133’, die volgens de minister van Onderwijs Mariastella Gelmini, het onderwijs efficiënter moet maken (Corierre della Sera, 22.10.08). Maar volgens de studenten gaat het gewoon om een bezuiniging die de komende vijf jaar 7.8 miljard euro moeten opleveren. Er zullen 130.000 arbeidsplaatsen verdwijnen (VK, 30 .10.08). Critici vrezen voor een verdere uittocht van Italiaanse academici naar het buitenland. Vandaar het gezegde ‘cervelli in fuga’, wat zoiets als hersens op de vlucht betekent.
Later ontkende Berlusconi nadrukkelijk te hebben gezegd dat hij ordetroepen naar de universiteiten wil sturen. “De kranten verdraaien zoals gebruikelijk de werkelijkheid”, was zijn klacht.
Analyse. Impliceert het inzetten van de mobiele eenheid niet het inzetten van ordetroepen? Als Berlusconi dat ontkent, dan maakt hij zich schuldig aan de ontkenning van een implicatie.

© 2008 R.G.M. Ritzen

Blokker, Zwagerman en de persoonlijke aanval (1)

Jan Blokker verwijt intellectuelen-van-de-tweede-categorie als Joost Zwagerman dat deze enkel napraten wat intellectuelen als Cliteur, Ellian en Bolkestein al een paar jaar roepen over het integratiedebat (NRC, 24.12.2007). De commentaren van Zwagerman worden door Blokker weggezet als ‘het grote papagaaien’. Het oorspronkelijke argument van ‘de’ Verlichting wordt door de Zwagermannen ingeruild voor de kreet ‘Schande’.
Zwagerman laat deze persoonlijke aanval niet aan zich voorbij gaan en trakteert Blokker vervolgens ook op een fiks aantal persoonlijke aanvallen (NRC, 28.12.2007).
Blokker, volgens Zwagerman de moeder van alle ‘schande’-roepers, nam het ooit op voor Rushdie, stelt Zwagerman vast. “Het zal best fijn geweest zijn om Rushdie zo te verdedigen. Wie opkomt voor de vrijheid van meningsuiting van een voortreffelijk schrijver, loopt de kans dat diens voortreffelijkheid ook een beetje op jezelf afstraalt. Lastiger wordt het voor Blokker om die vrijheid te verdedigen als mensen hier aanspraak op maken die hij toevallig iets minder voortreffelijk vindt. Neem Ayaan Hirsi Ali. Zij is door Jan Blokker vanaf het ogenblik van de eerste doodsbedreigingen consequent getypeerd als een over het paard getild Somalisch kruidenvrouwtje.” En dit, zo stelt Zwagerman, is een vorm van intellectuele klassenjustitie.
“Je ziet dat wel vaker bij publicisten: zonder dat ze zich er bewust van zijn, veranderen ze vroeg of laat in precies dat type dat zij vroeger afkeurden op grond van hun morele benepenheid.”
Analyse. De persoonlijke aanvallen vliegen over en weer. Zowel Blokker (die Zwagerman wegzet als papagaaiende tweede-categorie intellectueel) als Zwagerman (die Blokkers motief om Rushdie te verdedigen verdacht maakt en hem vervolgens morele benepenheid verwijt) ontnemen het zicht op de inhoudelijke standpunten. Blokker gaat het om de voorspelbaarheid van de critici die inhoudelijk niet veel te bieden hebben, maar daar gaat Zwagerman niet op in. Zwagerman gaat het om de verdediging van het vrije woord of beeld, maar daar gaat Blokker niet op in.

© 2007 R.G.M. Ritzen

Blokker en de persoonlijke aanval (2)

Blokker laat de aantijgingen van Zwagerman over de kwestie Sooreh Hera niet op zich zitten en weet te melden (NRC, 4.1.2008) dat Zwagerman uit rancune handelt, omdat hij, De Grote Blokker, zich ooit negatief over Zwagermans presentatiekunsten heeft uitgelaten. Sindsdien is hij de gebeten hond. Ook gaat Blokker nog in op de aantijging dat hij het wel opneemt voor Rushdie, maar ten onrechte niet voor Hirsi Ali, Jamie en Sooreh Hera: “maar ik hoef ondertussen aan Zwagerman toch zeker niet uit te leggen waarom ik Rushdie inderdaad van een ander (groter) gehalte vind dan Hirsi Ali, Jamie en Sooreh Hera.”
Analyse. In zijn ingezonden stuk maakt Blokker het motief van Zwagerman verdacht: rancune. En inderdaad hoeft Blokker niet uit te leggen waarom hij Rushdie beter vindt. Dat was Zwagermans vraag ook niet. Wel wilde Zwagerman weten waarom Blokker Rushdie wel en de anderen juist niet verdedigde. (Dat was overigens een terechte vraag, los van het feit dat Zwagerman vervolgens zelf een psycho-bla-bla antwoord gaf. Zie aldaar.)

© 2008 R.G.M. Ritzen