Het leukste lijstje van 2009: Rob Wijnberg

Het leukste lijstje van 2009 komt van de filosoof Rob Wijnberg (van NRC.next). Hieronder een paar heel scherpe observaties uit die lijst:

Meest teleurstellende recordpoging: zeilmeisje Laura steekt op 14-jarige leeftijd in haar eentje de Atlantische Oceaan over. Met het vliegtuig.

Meest treffende uitspraak: "Dat zal nader bekeken moeten worden." De premier reageert op de vraag of het CDA de Europese verkiezingen verloren had door een gebrek aan duidelijkheid.

Meest verwarrende uitspraak: "Het Telegraaf-geluid is nergens op de publieke omroep te horen", aldus hoofdredacteur Sjuul Paradijs in Pauw & Witteman, De Wereld Draait Door, EénVandaag, Goedemorgen Nederland en het NOS Journaal.

Meest hilarische aantijging: de PVV hekelt klimaatwetenschappers omdat zij „de bevolking angst aanjagen”.

Meest abrupt omgeslagen feeststemming: eerste hogesnelheidstrein van de NS wordt ingewijd. Met een half uur vertraging.

Meest gênante spandoek bij begrafenis van Ramses Shaffy: ‘We love you Michael!’

Meest misleidende naam voor een festivalact: de Toppers.

Meest tijdloze citaat: „Ik was niet in vorm.” – Jan Peter Balkenende.

De andere waren ook leuk, maar ik kan moeilijk de hele lijst overnemen. De rest vindt u hier.




De volgende lijst vindt u hier:

Het leukste stukje retoriek: Bert Wagendorp

Iedereen zwaait tegenwoordig met lijstjes en ik wil graag terugzwaaien met een eigen lijstje. Dit keer het leukste retoriek van de afgelopen jaren. Volgens mij dan. Het gaat om een fragment uit een column, die uit de koker van Bert Wagendorp komt (Vk, 3 september 2008) komt.

Het ging over het Kamerlid Helma Neppérus (VVD), die in een spoeddebat helderheid wilde over de kwestie-Cramer, die een handtekening hand onder een of andere dubieuze advertentie uit 1986. Helma Neppérus is volgens Wagendorp de ersatz-Verdonk, die voor de VVD het gezonde volksbevinden moet bevredigen.

Wagendorp: “ 'Ik wil de feiten boven tafel', zei ze. Het klonk alsof het over de Irakoorlog ging, of over het onderwijs of de troonsopvolging - allemaal kwesties van groot belang - maar het ging over het kwadraat van niks. Vroeger vloog Helma Neppérus voor de wereldroeibond de wereld rond om roeiers te betrappen op doping, tegenwoordig roert ze in de ouwe pis van politici om te zien of er geen smetjes in zitten.”

Het - bewust - gebruik van twee betekenissen door elkaar, levert in dit geval een komisch effect op.
Het is dan wel een lijstje van één, maar zoals Jerry Seinfeld ooit zei: "nummer twee is de winnaar van de verliezers".

Knevel over moraalridders (18/12)

“Is het zo dat je meer deugt naarmate je christelijker bent?”, wilde Witteman van Van den Brink & Knevel weten. Aanleiding tot die vraag was de start van een nieuw programma, ‘Moraalridders’ van de beide medewerkers van de EO.

Van den Brink: “Dat zou ik echt niet willen zeggen.”

Knevel: “Dat is het grote misverstand in de samenleving dat christenen denken dat ze moreel beter zijn dan mensen die geen christenen zijn. We proberen hoogstaand moreel te leven, met verantwoord handelen, maar daar falen we in. Daarom zullen wij nooit zeggen dat wij beter zijn dan anderen.”

Analyse
. Ik geloof dat Knevel bedoeld dat het een misverstand is om te menen dat christenen zichzelf moreel beter achten dan niet-christenen. De reden daarvoor is dat christenen zelf het idee hebben dat ze daarin voortdurend falen.
Maar die reden is niet relevant voor de onderbouwing van de stelling dat christenen zichzelf niet moreel beter achten dan niet-christenen. Een gelovige die vindt dat hij voortdurend faalt, kan staande houden dat niet-gelovigen in moreel opzicht nog veel meer falen dan gelovigen.
Als Knevel zegt “daarom zullen wij nooit zeggen dat wij beter zijn dan anderen”, vooronderstelt hij de mogelijkheid van een relatieve vergelijking. Bijvoorbeeld: een gelovige die leeft volgens de christelijke ethiek is moreel beter dan een gelovige die niet voldoet aan de maatstaven. Maar die laatste kan zich vervolgens weer moreel beter voelen dan de niet-gelovige.

Hoe een onjuist getal een eigen leven gaat leiden (17/12)

“In Nederland kent jaarlijks zo'n 8 miljoen delicten, waarvan er slechts 100.000 leiden tot een rechtszaak”, aldus Theu Vaessen in een stuk over het artikel over de beweringen van Andersson Toussaint.
Het toont aan hoe snel een getal een eigen leven gaat leiden. Nederland kent niet jaarlijks acht miljoen delicten, maar – in 2008 – 5,2 miljoen. Althans, volgens het SCP. Die acht miljoen werd door Docters van Leeuwen genoemd in een interview in 2004. Dat getal klopte overigens toen ook al niet. Er waren toen – volgend het SCP - 4,6 miljoen gepleegd.

Andersson Toussaint en het goochelen met cijfer (16/12)

“Slechts 1.25% van alle delicten wordt bestraft”, beweerde de journalist Toussaint Andersson in het NRC (12.12.09). De werkelijkheid voor veel gewone Nederlanders is dat er nauwelijks iets met hun aangifte bij de politie wordt gedaan. Deze geeft niet thuis, behandelt het slachtoffer als de echte crimineel of hoort met zichtbare tegenzin de verhalen van belaagden aan. Andersson Toussaint hoorde er tientallen verhalen over in zijn omgeving. Verhalen over mensen die werden bedreigd, soms met een vuurwapen of een samoeraizwaard, of geterroriseerd door buren. “Sommigen lukte het om aangifte te doen, maar nooit werd door justitie ingegrepen.” Hij weet uit eigen journalistiek onderzoek “dat in bepaalde wijken in Amsterdam het vertrouwen in de politie en justitie volledig is verdwenen en vrijwel niemand meer aangifte doet van bedreiging, geweld of diefstal.”

Andersson Toussaint onderbouwt zijn anecdotes ook met harde cijfers. Zo citeert hij een wetenschappelijk onderzoek: “Uit een omvangrijk wetenschappelijk onderzoek, The burden of crime in the EU, bleek in 2007 dat veel voorkomende criminaliteit als geweld, overvallen, bedreiging en inbraak in Nederland ruim boven het gemiddelde in de Europese Unie ligt. Nederland staat op de vierde plaats, na het Verenigd Koninkrijk, Ierland en Estland. Geweldpleging (assault) lag in Nederland maar liefst 50 procent hoger dan het EU-gemiddelde en was het afgelopen decennium juist toegenomen.”

Analyse. Niet mis, die cijfers. Maar klopt het verhaal ook? Andersson Toussaint beweert dus dat in het door hem geciteerde rapport staat dat het percentage inbraken in Nederland ruim boven het gemiddelde in de Europese Unie ligt. Dat is onjuist. Volgens het rapport ligt dat juist percentage juist lager. Hetzelfde geldt voor berovingen. Anders dan de auteur beweert, ligt dat percentage volgens dat rapport niet hoger, maar juist lager dan het EU-gemiddelde. Ook beweert de auteur dat er in Nederland in 2003 acht miljoen delicten plaatsvonden. Hij citeert Docters van Leeuwen, die dit ooit in 2004 in een interview in het NRC beweerde. Volgens het SCP vonden er niet 8, maar 4.6 miljoen delicten plaats. Ook stemt Andersson Toussaint in met de bewering van Docters van Leeuwen dat er in 2003 in Nederland 100.000 zaken voor de rechter komen. Dat cijfer is volgens het CBS 270.000 (waarvan de helft rechtbankstrafzaken zijn). Kortom, Andersson Toussaint neemt een loopje met de feiten.
(Een uitgebreide versie van dit stukje verscheen eerder op Sargasso.)

Joost Niemöller over een wetenschapper die geen wetenschapper is (15/12) (...tenminste, dat dacht ik...)

Schrijver Joost Niemöller poste op 3 december op zijn blog het volgende bericht: “Onlangs kwam in het nieuws dat autochtone jongeren crimineler zouden zijn dan Marokkaanse. Dit gebeurde naar aanleiding van onderzoek dat zich gemakkelijk verkeerd liet interpreteren. De onderzoekers droegen bovendien zelf in de media bij aan deze foute interpretaties, en weigerden vervolgens in te gaan op kritiek. Een typisch geval van wetenschappelijke fraude, oordeelde wetenschapper André van Delft, die de zaak aanhangig heeft gemaakt.”
Grappig, het gaat dus over een onderzoek naar wetenschappelijke fraude en na pakweg zes regels wordt een software-ontwikkelaar ten onrechte als wetenschapper geïntroduceerd.
En dat terwijl Van Delft zelf zijn stuk ondertekende met: “André van Delft is afgestudeerd in wiskunde en bedrijfskunde, en werkt in de IT als software-ontwikkelaar.”
(Tenminste, dat dacht ik een paar dagen geleden, maar hij blijkt dus toch een wetenschapper te zijn.)

Berlusconi geslagen; oordeel klaar (14/12)

Berlusconi is zondagavond, 13 december 2009, door een verwarde man behoorlijk in zijn gezicht geslagen.



Volgens de BBC zou het gaan om een 42-jarige verwarde man, Massimo T., die al een aantal jaren kampt met psychische problemen. Volgens de Italiaanse krant La Republicca woont T., met zijn ouders in een elegant gebouw in Cxxx Bxxx in Milaan. Hij is een elektrotechnisch ingenieur die werkt in de zaak van zijn vader, een bedrijf dat gespecialiseerd is in het bouwen apparaten voor bussen. In de familie heeft niemand heeft een hekel aan Berlusconi. Massimo is volgens zijn vader nooit actief geweest in de politiek. "Hij heeft nooit iemand pijn gedaan; hij is een vrijwilliger van het WWF."

Er is dus maar bitter weinig bekend, maar desondanks ontstond op de JOOP al meteen een wat vreemde discussie. Enkele reacties:

“Het getuigt er van dat de aanvaller evenmin van plan is democratie serieus te nemen als het slachtoffer zelf.”

Niemand in de media had het over een linkse aanvaller. Alleen in de thuiskrant van Berlusconi, il Giornale, werd even gerefereerd aan de oppositie. Volgens deze krant zou het geschokte volk geroepen hebben: "Tutta colpa di Di Pietro".

“Dat het door een linkse persoon is gebeurd? Het zou niet voor het eerst zijn dat de media in Italië manipulerende kwalificaties gebruiken.”

“Ik zou haast zeggen ‘typisch links’...democratisch gekozen mensen met geweld bejegenen.”

“Gebeurd door iemand van links volgens het nos journaal, niet door een onverlaat, gestoorde of iemand die de weg kwijt is, nee iemand van links. Precies wat Berlusconi graag hoort, iemand van links.”

Ook het oordeel is al geveld. Dat er strafuitsluitingsgronden zijn en dat daar ook in Italië een rechter naar kijkt, doet er kennelijk niet:

“Ze moeten die mepper een flinke geldboete en een zware taakstraf geven.”

Nog even Massimos vader: "Non ha mai fatto del male a nessuno: è un volontario del WWF". Misschien toch even het oordeel opschorten?
(En wat een stuitend gebrek aan privacy. Naam bekend, adres en woonplaats bekend, foto van de man met een duidelijk herkenbaar gezicht. Inmiddels is de woning van de ouders, die overigens PdL stemmen, al bestormd.)

De Grote Ontmaskering!!! (13/12)

Toevallig stuitte ik vandaag op een discussie over een column van Aleid Truijens, waarin ik zelf ook participeerde. Een discussie was het eigenlijk niet echt, want het ging over alles behalve mijn argumenten. Steeds werden er andere zaken bijgehaald: van de kredietcrisis tot mijn ontmaskering. Ik bleek niet ik te zijn, maar iemand anders.
Een kleine bloemlezing (en de hele discussie leest u hier):

“Oei, het zit u blijkbaar wel heel erg hoog. Ik heb niet alles doorgelezen, maar ik zou het willen afraden elke chargering die een columnist doet, elke woordkeus die poogt een persoon of groep mensen te typeren, als een persoonlijke aanval te zien.”

“Altijd fijn om iemand er bij te hebben die enkel verstandige en feitelijk onderbouwde uitspraken doet. Zoals bijvoorbeeld over de 'azijnsite' van BON en 'geenstijl voor veertigers'. Kunt u nog even aangeven welk wetenschappelijk onderzoek tot deze kwalificaties is gekomen?” Ik had me verbaasd over de scheldpartijen richting mijn persoon op de site van BON. Vandaar de term azijnsite. Was kennelijk tegen het zere been. Op de BON-site verscheen een paar dagen later een reactie die onbedoeld precies illustreerde wat ik bedoelde met 'azijnsite'

Volgens Truijens drong het “dit jaar drong het tot de allerhardste eikenhouten hoofden door dat er iets grondig mis is met de kwaliteit van het onderwijs.” Ik las dat jaar toch echt iets anders en somde daarom wat wetenschappers op die een heel ander geluid lieten horen: prof. Boersma, prof. Eijkelhof, prof. Ellermeijer, prof. De Glopper, prof. Goedhart, prof. Van den Heuvel-Panhuizen, prof. De Lange, prof. Van Maanen, prof. Martens, prof. Pilot, prof. Scheerens, prof. Simons, prof. Stapel, prof. Van Streun, prof. Treffers, prof. Vermunt, prof. Wubbels, prof. Zwaneveld, prof. Van den Akker. Weer fout!
“Gelukkig zijn de mensen niet helemaal gek, en hebben ze door dat je geen professor (zie reactie Ritzen; zoek voor de lol eens uit waarin die lui eigenlijk professor zijn) hoeft te zijn om in te zien dat ons niveau van lezen, schrijven en rekenen verschrikkelijk is gezakt.”

Hij kreeg bijval van een (aardig) BON-bestuurslid, die bij soort zaken een charmeoffensief hanteert: "(…) Maar als het middel doel wordt, welke indruk ik zo langzamerhand krijg van de reacties van Ron, haak ik af. De lengte van een lijst met hoogleraren van welke naam dan ook hoeft niet per se iets met waarheid te maken te hebben, noch met het tegenovergestelde."

Ik reageerde daarop met de mededeling dat het niet om het rijtje of het aantal profs ging. Het ging erom aan te tonen dat er, anders dan Truijens beweert, geen volledige consensus bestaat over de slechte kwaliteit van het onderwijs. Alleen horen we het andere stemgeluid in de media niet meer. Dat was mijn punt. Niet meer en niet minder.

Overtuigend was dat allemaal niet: “Wat een woordenbrei... verpleegkundigen en artsen moeten nu bijles krijgen zodat er geen slachtoffers vallen. Need I say more ????” Persoonlijk dacht ik van wel, want de reageerder zei inhoudelijk helemaal niets.

Ook die reactie viel niet in goede aarde. De reageerder leek vervolgens zo hard op haar toetsenbord te timmeren, dat zowel haar uitroeptoest, puntjestoets als haar vraagtekentoets vasthing: “U (ik dus, Ritzen) lijkt op een van die mensen die een jaar geleden riepen dat er financieel niets aan de hand was. (Terwijl iedereen het wel aanvoelde...en velen het wisten ). Zo is het ook met het onderwijs. We weten dat het mis is, het hoeft alleen nog goed mis te gaan. En die tijd komt nu zo langzamerhand aan... want de eerste generatie CGO ...
Voor mij is dit alles geen vraag meer ( en voor mij hoeft U al die haarslpijterij niet op te schrijven)... gewoon even boerenverstand gebruiken en om je heen kijken.
Heb ik verstand van zaken???? Ik weet het niet, heb wel 30 jaren op de werkvloer gestaan en heb het zien gebeuren. En wat ik zag: daar werd ik niet blij van!!!
En dan spreek ik niet over de lln., want die zijn niet zoveel veranderd, maar wel over allerlei faciliterende zaken in het primaire onderwijsproces. Ik heb ze alleen achteruit zien gaan. Grotere klassen, meer computers, maar vervolgens geen verzorging ervan, zodat je je er maar mee redt!!.
Ik krijg het idee dat U totaal niet weet waarover u praat. U heeft het over een onderzoekje zus en een aandachtspuntje daar... Pardon..wat betekent dat op de werkvloer??? U kunt zich straks gaan aansluiten bij totaal schaamteloze bankdirecteuren die het ook niet hebben geweten!!!! Wie maakt wie hier nu iets wijs meneer Ron Ritzen.????”
Tien keer het vraagteken; negen keer het uitroepenteken en zes keer de Celine-puntjes!!! Het kan dan ook niet anders… dan dat ik er… naast zit!!!??? Toch!!??? Het lijkt erop dat mensen denken dat een argument sterker wordt als je maar een fiks aantal uitroepen- en vraagtekens gebruikt.

Uiteindelijk werd ik genadeloos ontmaskerd door een anonieme reageerder: “Wie bent u eigenlijk, en wat is uw functie? Uw onderwijswereldbeeld lijkt veel meer op die van een bestuurder /onderwijsmanager dan van een docent! Gooi af dat masker Ron, en toon uw ware gezicht!”

De ontmaskering ging onverbiddelijk door. Zelfs mijn familie werd erbij gesleept: “Overigens: is uw achternaam wel uw werkelijke naam? Was Ritzen niet in een grijs verleden een dappere minister van onderwijs met veel "vernieuwingen" in zijn pakket? Het zou mij niet verbazen als uzelf een pseudoniem gebruikt!”
Overigens werd het vorstelijk jaarsalaris van Jo Ritzen al eerder aan mij toegeschreven.

Kortom, de toon en de verwijten vielen wel mee. Over de inhoudelijke discussie kan ik niet veel meedelen, want die was er niet of nauwelijks.

Maassen + Paay = de Linkse Kerk (12/12)

“Ik vind jou een zielige aandachtsjunk”, sneerde Theo Maassen naar Patricia Paay. Ze stond op haar zestigste in haar blootje in de Playboy en dat bekoorde Maassen niet. “Een vriend van mij is necrofiel. Ik denk dat hij het wel kan waarderen”, aldus Maassen.





Verder had dit stukje televisie niet veel om het lijf, maar op Elsevier plopte vervolgens een discussie op. Het ging daarbij niet alleen over de zestig haar oude borsten van Paay, maar verrassenderwijs ook over de Linkse kerk. Het verband ontging me, maar voor een aantal reageerders was de relatie ‘Maassen-neptieten-links’ volstrekt helder. Hieronder een kleine vermakelijke bloemlezing:

“Nu heeft van Nieuwkerk waarschijnlijk niet meer genoeg tijd gehad om Geert Wilders af te zeiken, dit zullen ze bij de VARA niet zo leuk vinden! DWDD heel eng programma!”

“Linkse platvloersheid van drie mensen aan een tafel in een tv uitzending.”

“Wat mij opvalt is vooral de nieuwe truttigheid. Een moreel oordeel vellen als (links) amusement. Zelden zo'n staaltje bewijs van behoudend denken gezien. Wat krijgen we straks: de talibannisering van het 'geëngageerde' cabaret?”

“Links liet zich behoorlijk in hun kaarten kijken. Maasssen is gewoon een linkse schobbejak, die in voorstellingen invaliden te grazen neemt. Het is een laag stuk vreten, het vriendje en opperwezen waar van Nieuwkerk zo tegen op kijkt. Maassen de linkse islam-appeaser laat nu zien wat een drek links in werkelijkheid is, geen fatsoen, geen mededogen, net als hun lievelingen de moslims.”

“Maasen, de politiek correcte namaak-cabinettist, ben nog niet vergeten hoe hij enkele weken geleden zijn vergelijking van groenlinks met de nsb, onder de streng-blikkerige druk van van nieuwkerk, heel erg snel corrigeerde in PVV. Te bang om dat ie met zijn echte mening geen schnabbeltjes meer van de vara krijgt. Al met al een smerige opportunist la lettre !!!”

“Bij Maassen zie ik plots een lokale politiek correcte ondervoorzitter van Groen Links.”

“Waarom moet zo'n linkse grappenmaker (soms is hij leuk) zich daar serieus druk over maken?”

“Wat een onbeschofte vlegel is deze neurotische dief, die van zijn gereutel een linkse moraliserende caberet voorstelling probeerde te maken.”

Dat resulteerde in een paar oproepen tot geweld. Hier een voorbeeld:

“Zo gaat het met al die linkse kerk grapjassen ofwel de lievelingen van de publieke omroep; ze voelen zich ver verheven boven het publiek en denken dat ze alles kunnen zeggen. Het spijt me maar dit heeft niets te maken met vrijheid van mening, maar is gewoon puur onbeschoft en beledigend op de persoon gespeeld. Call me old fashioned, maar deze psycho verdiende gisteren een ouderwetse knal voor z'n kop van een echte vent.”

(En dan te bedenken dat ik ooit voor dat blad heb geschreven.)

Van Dam vs. Wijfjes (11/12)

Was het vroeger echt beter?
“Van 1950 tot 1956 zat ik op de Cornelis Musiusschool in Delft. Dat was de tijd van strenge juffrouwen en meesters, meer meesters dan juffrouwen, van klassen van 40 of meer leerlingen, van sobere rechttoe-rechtaan-leermiddelen en strikt klassikaal onderwijs.” Aan het woord is voormalig medewerker van het CITO, Paul van Dam. “Behalve leerkrachten was er geen schoolpersoneel. Leerkrachten gaven onderwijs en daarmee uit. Vergaderen bestond nog niet en een visie ontwikkelen hoefde ook niet. De doelgerichtheid en doelmatigheid waren optimaal. Met geringe middelen, zowel wat betreft menskracht als leermiddelen, realiseerde men indrukwekkende opbrengsten. (…) Wat men verlangde op het gebied van rekenen, taal, aardrijkskunde en geschiedenis is haast niet te geloven, zo moeilijk en zo veel. Ik heb het allemaal geleerd, want ik ben geslaagd voor het toelatingsexamen voor het St. Stanislascollege in Delft, terwijl ik toch kansarm was, want afkomstig uit een groot arbeidersgezin, en niet hoogbegaafd. Ik heb gewoon goed onderwijs gehad.”
Toen ging Nederland het onderwijs vernieuwen. En toen ging het volgens Van Dam fout met de kwaliteit van het onderwijs.
Tegen het ‘vroeger-was-alles-beter’-verhaal kwam een reactie van hoogleraar Huub Wijfjes (Vk, 9.12.09). Hij heeft op dezelfde school als van Dam, gezeten, maar hij deelt Van Dams enthousiasme niet. Maar anders dan Van Dam weet Wijfjes zeker dat het onderwijs op de Musius niet erg tot zijn succes bijgedragen heeft. “Ik heb gewoonweg geluk gehad.”, vertelt Wijfjes.”Wij hadden inderdaad meesters en juffen die mooie verhalen konden vertellen - vooral over de Bijbel - maar sommigen konden de orde alleen maar handhaven door rijtjes door onze strot te duwen en, als we dat niet wilden, erop los te slaan en kinderen in de hoek te zetten. In de ergste gevallen brachten ze een vervelende jongen aan zijn oor naar de bovenmeester, die vervolgens harde maatregelen nam, veelal ook in de richting van de ouders. Die werden gemaand de jongen harder aan te pakken. Bij de muzieklessen werd ik geslagen als ik buiten de toonaard zong. We dreunden heel wat rijtjes op met de armen stijf over elkaar, want dat was zo'n beetje de enige werkvorm. Kennis stond vast en was er om uit je hoofd te leren, of je dat nu kon of niet. En de kennis was ook zo weer weg, want je creativiteit en persoonlijkheid werden er niet mee geactiveerd, eerder onderdrukt. Dat gold ook voor de eindeloze godsdienstlessen, die elke donderdag werden onderstreept met een verplichte biecht in de naast de school gelegen kerk.”
Het was volgens Wijfjes een eendimensionaal leersysteem waarbij een enkele jongen veel leerde, maar de meesten niet. “Het pedagogisch klimaat ademde sowieso de opvatting dat voor de meesten niet veel meer weggelegd kon zijn dan LTS of lagere tuinbouwschool. Een enkele leraar stond open voor jongens die intellectueel wat meer in hun mars hadden. Aan zo'n leraar heb ik te danken dat ik toelatingsexamen kon doen, want hij vormde in de laatste klas een groepje van zes talentjes en gaf hen extra bijlessen. Bij het toelatingsexamen bleek dat die extra lessen waarschijnlijk net voldoende zijn geweest om het minimumniveau te bereiken.”
De conclusie van Wijfjes is helder: “Mensen zoals Van Dam moeten dus oppassen hun eigen, toevallig gelukkige ervaring te idealiseren en in schril contrast te zetten met de nadelen van het huidige basisonderwijs. Ik ben zelf een heel eind gekomen, niet dankzij maar ondanks het katholieke onderwijssysteem van de jaren vijftig.”
Analyse. De persoonlijke anekdote is als bewijs doorgaans niet erg sterk. Wat voor Van Dam wellicht wel geldt, gaat voor Wijfjes kennelijk niet op. Bovendien kan men Van Dam de drogreden ‘post hoc ergo propter hoc’: na elkaar, dus door elkaar. Eerst onderwijs, daarna maatschappelijk succes, dus het onderwijs is de oorzaak van het succes.

Sunier versus Tillie (10/12)

Het meest recente boek van Jean Tillie.

“Onderzoek naar moslims richt zich vooral op problemen met integratie. Ten onrechte blijven andere onderwerpen buiten schot.” Zo werd prof. dr. Thijl Sunier, de nieuwe hoogleraar ‘Islam in Europa’ (VU) in het NRC geïntroduceerd. De focus op radicalisering, zo stelt Sunier, miskent de integratie van velen miskent. Bovendien zijn de huidige onderzoekers te veel afhankelijkheid van de overheid. Het gevolg is een wetenschappelijke blikvernauwing. Sunier: “Vanuit beleidsoogpunt is het misschien begrijpelijk dat overheden primair geïntegreerd zijn in integratievraagstukken en dat zij instrumenten willen ontwikkelen ter voorkoming van radicalisering en criminaliteit, maar onderzoekers moeten niet blindelings deze weg volgen, maar hun eigen onderzoeksagenda ontwikkelen.”
Dat gebeurt volgens Sunier veel te weinig. Bovendien dwingen slinkende onderzoeksbudgetten onderzoeksinstituten op zoek te gaan naar alternatieve financiering. “Zo wordt beleidsonderzoek al snel een van de weinige overgebleven opties. Beleidsrelevantie heeft vooral de afgelopen jaren in hoge mate richting gegeven aan het onderzoek onder moslims. Door het onderzoek te concentreren op een relatief klein aantal beleidsrelevante probleemsituaties, blijft verreweg de grootste groep moslims buiten het zicht van het onderzoek. Eenzijdig probleemonderzoek levert echter een sterk vertekend beeld op over wat zich onder moslims afspeelt en reduceert hen tot beleidscategorieën.”
Jean Tillie, bijzonder hoogleraar Electorale Politiek (UvA), voelde zich aangesproken en reageerde op de aantijgingen. Het betoog van Sunier vatte hij als volgt samen: “Deze onderzoekers volgen in de visie van Sunier blindelings de overheid en ontwikkelen geen eigen onderzoeksagenda. Zij hebben een ‘wetenschappelijke blikvernauwing’ omdat zij zich volledig afhankelijk maken van de beleidsagenda van lokale en nationale overheden.”
Volgens hem impliceert Sunier’s kritiek een zware beschuldiging, namelijk dat radicalismeonderzoek niet onafhankelijk is. Tillie: “Onafhankelijkheid is één van de kernwaarden van wetenschappelijk onderzoek. Dit wordt ook geïllustreerd door het feit dat in de gedragscode van de Vereniging van Nederlandse Universiteiten (VSNU) onafhankelijkheid een van de belangrijkste criteria is. Het is dan ook meer dan verbazingwekkend dat Sunier geen enkel argument voor zijn aanklacht aanvoert. Louter het feit dat men in opdracht van de overheid onderzoek doet naar moslimradicalisme, is voor hem genoeg om de onafhankelijkheid van onze studies ter discussie te stellen.”
Vervolgens reageerde Sunier gepikeerd. “Collega Tillie verwijt mij dat ik de onafhankelijkheid van opdrachtonderzoekers in twijfel trek en dat ik mijn eigen onderzoeksagenda afzet tegen mensen die radicalisme onder moslims bestuderen. Dat is een niet geringe beschuldiging die vraagt om een krachtig weerwoord. Het is jammer dat Tillie mijn ingezonden stuk in de NRC kennelijk niet goed heeft gelezen. Nergens heb ik beweerd dat onderzoekers niet kunnen schrijven wat zij willen, zoals Tillie lijkt te suggereren. Dat is helemaal niet aan de orde.”
De vraag wat relevante onderzoeksthema’s zijn, mag volgens Sunier niet alleen worden ingegeven door beleidsprioriteiten van de overheid, maar zeker ook door een wetenschappelijk debat over deze zaken. “Maar dat laatste gebeurt veel te weinig. Fundamentele vragen worden veel te weinig gesteld als het om integratie gaat.”
Analyse. Heeft Tillie niet goed gelezen? De weergave van Suniers standpunt door Tillie is in elk geval correct. Anders dan Sunier beweert, impliceert zijn standpunt wel degelijk dat radicalismeonderzoek niet onafhankelijk is.
Sunier ontkent die implicatie: “nergens heb ik beweerd dat onderzoekers niet kunnen schrijven wat zij willen, zoals Tillie lijkt te suggereren”. Nog los van de vage kwalificatie ‘lijkt te suggereren’, schrijft Tillie nergens dat Sunier beweert dat onderzoekers niet onafhankelijk zijn. Volgens Tillie volgt dat impliciet uit het betoog. En daar heeft hij gelijk in. Wie blindelings de overheid volgt en zichzelf afhankelijk maakt van de beleidsagenda, kan moeilijk onafhankelijk genoemd worden. Afhankelijkheid is niet alleen een kwestie van censuur door de opdrachtgever, maar ook een kwestie van het blindelings uitvoeren van een onderzoek dat door de overheid is geagendeerd (en gefinancieerd).

De Mos & het argumentum ad populum (9/12)

Climategate kwam ook even ter sprake in de discussie tussen Richard de Mos (PVV) en Diederik Samson (PvdA) in Pauw & Witteman (8.12.09).
Samson gelooft in de opwarming. Ten onrechte, meent De Mos: er zijn “31.500 wetenschappers die uw verhaal gewoon ontkrachten…”. (7:30)

Get Microsoft Silverlight

Analyse. Dat laatste punt is niet relevant. Wetenschap is geen kwestie van de-meeste-stemmen-gelden. Toen Newton zijn theorie introduceerde, stond hij in eerste instantie betrekkelijk alleen.
Maar daarmee was zijn ongelijk niet aangetoond. (Op mijn site 'kennis, wetenschap & filosofie' ga ik op dit soort zaken in.)

Van Dam en de stroman (8/12)

“Op school moet het gaan om leren”, meent Paul van Dam, die van 1977 tot 2003 hoofd was van de afdeling basisonderwijs van Cito (Volkskrant, 4.12.09). Hij werkte naar eigen zeggen mee aan de verloedering van het onderwijs.
Analyse. Van Dam brengt nadrukkelijk het tegendeel van een standpunt naar voren dat door niemand wordt gehuldigd. Er is niemand die meent dat het op school niet moet gaan om leren. Van Dam creëert een stroman.

Heertje en de gestolen kastanjes (7/12)

Kun je iets stelen als je de toestemming van de eigenaar hebt? Volgens emeritus hoogleraar Arnold Heertje wel en daarom beschuldigt hij de Anne Frank Stichting van diefstal van kastanjes van de ‘Anne Frankboom’. Dat is de boom die in het dagboek van Anne Frank voorkomt.

Heertje: ‘Ik vind dit heel kwalijk. Ze hebben die kastanjes stiekem bij de boom weggehaald. Dit is pure diefstal. We hebben met onze stichting als leeuwen gevochten om te zorgen dat de boom niet gekapt werd. En nu doet de Stichting, die de boom juist wilde laten kappen, alsof zij de boom heeft gered. Men maakt goede sier met ons werk.’
Wat is er aan de hand? De Anne Frank Stichting wil elke Anne Frankscholen een zaailing van de Anne Frankboom geven, want die scholen hebben daar om gevraagd. En voor de goede orde: de stichting waarvan Heertje bestuurslid is, is niet de eigenaar van de boom.

Hans Westra, directeur van de Anne Frank Stichting vindt de beschuldiging van Heertje onterecht. In de Volkskrant schrijft hij: “We hebben al in 2005 en 2006 kastanjes verzameld, omdat tal van Anne Frankscholen graag een zaailing van de boom wilden. Van diefstal is geen sprake. Het is in goed overleg met de eigenaar van de boom gebeurd. De stichting van Heertje bestond toen nog niet eens. Ik begrijp niet waar de heer Heertje mee bezig is.”

Heertje is op zijn beurt niet onder de indruk van het feit dat de zaailingen met toestemming van de eigenaar van de boom werden verzameld: “Als ze zeggen dat ze de kastanjes niet gestolen hebben, zeggen ze dat maar. Mensen die dit soort dubieuze dingen doen, deugen niet.”

Analyse. Als de kastanjes met toestemming van de eigenaar werden meegenomen, kan er moeilijk sprake zijn van diefstal. Als Heertje van die afspraak niet op de hoogte was, kan men hem verwijten dat hij mensen beschuldigt van diefstal zonder daarbij de vereiste zorgvuldigheid in acht te hebben genomen. Hij had namelijk zelf ook kunnen controleren of de eigenaar toestemming heeft gegeven in plaats van meteen te tetteren dat de medewerkers van de Anne Frankstichting dieven zijn.
Als hij vervolgens door de journalist van de Volkskrant op de hoogte wordt gebracht van die afspraak, betwist hij dat feit niet, maar stelt hij enkel dat mensen die dit soort dubieuze dingen doen, niet deugen. En wat is het 'dubieuze ding'? Dat de Anne Frankstichting verzamelde kastanjes met toestemming van de eigenaar?

Hiermee overschrijdt Heertje de grenzen van de redelijkheid. Als hij de afspraak niet kende, was hij enkel verwijtbaar onzorgvuldig. Maar als Heertje geconfronteerd wordt met een afspraak, die hij niet betwist, en weigert toe te geven dat zijn beschuldiging dus onjuist is, kan ik zijn houding niet meer in termen van ‘redelijkheid’ verklaren. Heertje toont zich hiermee als een persoonlijkheid die niet beschikt over de morele deugd ‘eerlijkheid’.

Minaretten in Zwitserland 2: Ellian over Turkije (6/12)

“Maar hoe zit het met de godsdienstvrijheid in Turkije? Nou niet goed!” Aan het woord is de Leidse hoogleraar Ellian (Elsevier). De hyperlink maakt nieuwsgierig. Waaruit blijkt dat het met de vrijheid van godsdienst niet goed zit?
De link linkt door naar een stuk over Kamerlid Peter van Dalen (wie?). De CU, zo laat hij weten, is van mening dat Turkije niet in de EU thuishoort. Over de godsdienstvrijheid wordt met geen woord gerept. Kortom, een irrelevante link (en een foutje van de redactie, vermoed ik).

Minaretten in Zwitserland 1: een proeve van Elliaanse logica (5/12)

Geen minaretten meer in Zwitsterland, vindt de meerderheid van de Zwitsers die hebben deelgenomen aan het referendum. Het viertal, dat er nu staat, is het absolute maximum.
Ellian richtte naar aanleiding van dit referendum zijn pijlen op de reactie van de islamitische wereld op deze beslissing. Die is “buitengewoon interessant” (Elsevier, 4.12.09). Volgens de Turkse premier Recep Tayyip Erdogan is Europa in de greep van een ‘toenemend racistische en fascistische houding’, maar de islamitische landen hebben volgens Ellian geen enkel moreel recht om tegen het intolerante besluit van de Zwitserse burgers te protesteren.
De Turken hebben immers de Koerden weggebombardeerd. De Turkse “premier zelf is een erfgename van veroveraars die een paar honderd jaar geleden het Byzantijnse rijk hebben veroverd. En dat rijk hebben ze omgetoverd tot een islamitisch imperium. De kathedralen werden moskeeën.”
“Ook is de premier van de Turken van mening dat islamofobie net als antisemitisme een misdaad tegen de menselijkheid is.” In de ogen van Ellian heeft deze premier van islamisten geen verstand van misdaden tegen de menselijkheid. Hij wijst bovendien op bijna een halve eeuw durende moordpartijen en plunderingen in het Turkse Koerdistan en de genocide op Armeniërs.
De verwijzing naar islamfobie en antisemitisme schiet Ellian in het verkeerde keelgat. “Eeuwenlang hebben ze (christenen, RR.) systematisch joden gepest, vervolgd, verband en uiteindelijk ook massaal gedood. Wie deze misdaden vergelijkt met de zogenaamde islamofobie, wat ik nog steeds een duister begrip vind, wil alleen maar het antisemitisme bagatelliseren.” Christofobie en islamofobie zijn volgens Ellian sowieso onzinnige begrippen.
Analyse. Ellian bezondigt zich met dit argument aan een klassieke tu quoque-drogreden (het ‘de-pot-verwijt-de-ketel-dat-hij-zwart-ziet’- argument). Omdat Turkije in het verleden Koerden en Armeniërs heeft vervolgd en omdat de Turken het Byzantijnse rijk, dat ze een paar honderd jaar geleden hebben veroverd, hebben omgetoverd tot een islamitisch imperium, moeten de Turken hun mond houden, met Erdogan voorop.
Deze argumentatie is echter volstrekt irrelevant. Het feit dat Turkije niet brandschoon is (of was), impliceert allerminst dat de huidige premier geen oordeel mag vellen over – in dit geval – de uitslag van het Zwitserse referendum.
Vergelijk het met een roker die een betoog houdt over de gevaren van roken. Heeft hij het morele recht verspeeld om tegen het roken te waarschuwen? Ook al rookt hij als een ketter, dan nog mag hij waarschuwen tegen de gevolgen van roken.

Martens (SP.A) naar Kopenhagen (4/12)

Het Vlaamse parlementslid Bart Martens (SP.A, de Vlaamse PvdA) gaat naar de milieutop in Kopenhagen om het milieu te redden. Dat tripje doet hij niet met de trein (120 kilogram CO2-uitstoot), maar met het vliegtuig (810 kilogram CO2-uitstoot).
De reden dat hij met het vliegtuig moet gaan, is dat hij het te druk heeft. “Ik heb geen tijd voor de trein”, legt Martens uit in de Standaard uit (3.12.09). Er is overigens nog een andere zwaarwegende reden voor zijn vliegreis: “goede afspraken in Kopenhagen leveren het klimaat meer op dan mijn ecologische voetafdruk.” Voilà.
Analyse. Martens legt een oneigenlijk verband tussen zijn vliegreis en de resultaten die op de milieutop in Kopenhagen bereikt kunnen worden. Nog los van de vraag of de aanwezigheid van Martens echt zo belangrijk is voor de resultaten in Kopenhagen (zal ongetwijfeld van esentiële betekenis blijken te zijn), staat zijn aanwezigheid los van de vraag hoe hij naar het congres wenst te gaan.

Ellian over Wilders & Turkije (3/12)

Wilders mag dus van de Turkse regering waarschijnlijk niet mee op schoolreisje naar Turkije. Mocht dat zo zijn, dan gaat de hele kamercommissie niet. Dat besluit zal vast inslaan als een bom, daar in Turkije.



Maar het besluit heeft de goedkeuring van niemand minder dan de Leidse hoogleraar Ellian (Elsevier, 1.12.09).
“Had de Kamercommissie een ander besluit genomen, dan was een precedent geschapen. Een gevaarlijk precedent. Omdat in de toekomst ook andere landen dit kunnen doen. Zo kan Polen zeggen dat het een delegatie met de SP niet wil ontvangen. Want de SP herinnert het land aan zijn duistere totalitaire verleden. De Scandinavische landen kunnen de aanwezigheid van CU en SGP als een last ervaren. Deze partijen hebben immers homo-onvriendelijke, danwel vrouwonvriendelijke opvattingen. Ga zo maar door. Dus heeft de Kamercommissie een juist besluit genomen om niet naar Turkije te gaan.”
Turkije ambieert lid te worden van de Europese Unie, maar “de Turken weten dat velen in Europa achterdochtig zijn over de toelating van Turkije.”
Dan volgt een staaltje Elliaanse redeneerkunst. “Als Turkije juist deze tegenstanders ervan wil overtuigen dat toetreding van Turkije geen gevaar vormt voor Europa, moet het juist in gesprek treden met deze tegenstanders”, aldus Ellian “Dus moet de Turkse regering Wilders toelaten. Ze moet zelfs een bijzonder programma maken voor Kamerlid Wilders, om hem te laten zien dat zijn vooroordelen niet kloppen.” Dat alles in het kader van een charmeoffensief.
Maar dat zal niet gebeuren, schat Ellian in. “De islamisten zijn niet geïnteresseerd in de opvattingen van andersdenkenden. Daarom is de vraag of ze er oprecht naar streven om lid te worden van de Europese Unie. Het eventuele Turkse besluit bevestigt het vermoeden dat de Turkse regering er niet oprecht naar streeft lid te worden van de Europese familie.”

Analyse. Ellians redenering is als volgt:

(1). Als Turkije juist deze tegenstanders ervan wil overtuigen dat toetreding van Turkije geen gevaar vormt voor Europa, moet het juist in gesprek treden met deze tegenstanders.

(2). Turkije beweert een brug te willen zijn tussen het islamitische oosten en Europa.

(3). Conclusie: Dus moet de Turkse regering Wilders toelaten.

Ellian maakt zich schuldig aan een is-oughtdrogreden. Hij leidt een normatieve conclusie af uit niet-normatieve premissen. Premisse 1 bevat dan wel het woord ‘moeten’, maar die is verpakt in een hypothetisch imperatief. Dit soort premissen heeft een ‘als-dan’-structuur: als je ‘a’ wilt, dan moet je ‘b’ doen. In een dergelijke bewering wordt dus niet gesteld dat je ‘b’ moet doen, maar enkel dat je ‘b’ moet doen om ‘a’ te krijgen.
Vergelijk de volgende bewering: “Als je wilt wegrijden met een auto, moet de sleutel in het contact steken en draaien.” Wie deze zin uitspreekt, zegt niet, dat je de sleutel in het contact moet steken, maar enkel dat je zonder een bepaalde handeling met autosleutel niet kan rijden.
Ellians conclusie (de Turkse regering moet Wilders toelaten) volgt dan ook niet uit de twee premissen.
De conclusie moet zijn dat het verstandig is om Wilders toe te laten.
(wordt vervolgd)

Stephen Fry over Bono (2/12)

Stephen Fry was afgelopen maandag te gast in the Graham Norton show en vertelde over een bijeenkomst waarbij Bono (van U2) met zijn vingers knipte. (zie hieronder op 1:40.)



Dit verhaal werd eerder verteld door Robin Williams. In deze versie klapte Bono met zijn handen (zie hieronder op 3:01.)


via videosift.com

Analyse. De man die riep “then stop clapping your hands” maakt op een humoristische wijze gebruik van de ambivalentiedrogreden.

Van Baalen vs. Nijland (1/12)

“In Nicaragua en Honduras schaden linkse presidenten de democratie. Waar blijft het protest uit Europa”, vraagt de liberale europarlementaiër Hans van Baalen zich in Trouw af. “De Europese Unie kiest, onder leiding van de nieuwe EU-voorzitter Spanje, consequent de verkeerde kant in Latijns-Amerika. In dat werelddeel staan de stabiliteit, burgerrechten en democratie op het spel, door toedoen van een links-populistische alliantie van de Venezolaanse president Hugo Chavez die bondgenoten vond in landen als Cuba, Bolivia, Honduras en Nicaragua, en die er niet voor terugschrikt om nauwe banden te onderhouden met landen als Iran, Noord-Korea en Birma.”
Van Baalen: “Het Europees Parlement en de lidstaten moeten voorkomen dat de Spaanse opstelling door de EU wordt overgenomen. Nicaragua en Honduras zijn hierbij de voornaamste testcases.”
In Nicaragua heeft de linkse sandinistenleider Daniel Ortega illegaal een nieuwe termijn als president afgedwongen, hoewel de grondwet hem dat verbood. In Honduras werd onlangs de zittende president Zelaya, een adept van Hugo Chavez, op basis van de grondwet afgezet. De interim-regering Micheletti regeert er nu. Europa heeft die regering niet erkend, en wijst de geplande presidentsverkiezingen af. Maar Zelaya probeerde, net als zijn Nicaraguaanse voorbeeld Ortega, een door de grondwet verboden nieuwe termijn als president af te dwingen.
Kortom, volgens Van Baalen steunt de EU foute regimes.

Maar Van Baalens kritiek is behoorlijk eenzijdig, meent Latijns-Amerikadeskundige Erik Nijland van hulporganisatie Hivos. (Trouw, 28.11.09). Over Ortega en Zelaya zijn inderdaad kritische noten te kraken. Maar er zijn volgens Nijland veel meer kritische noten te kraken.
In Honduras legitimeerde VVD'er Van Baalen het regime van couppleger Micheletti, door hem een bezoek te brengen. Bovendien zwijgt Van Baalen de ondemocratische omstandigheden waaronder de presidentsverkiezingen in Honduras worden georganiseerd. Daarom heeft de Organisatie van Amerikaanse Staten de verkiezingen als illegaal bestempeld en daarom negeert de EU deze verkiezingen.
In Colombia heeft de zittende, liberaal-conservatieve president Uribe via een grondwetswijziging en zonder volksraadpleging gewoon wel een herverkiezing heeft geregeld. Van Baalen zwijgt hierover.
In tal van andere Zuid-Amerikaanse land waait een democratische, progressieve wind, aldus Nijland. “Daar zijn presidenten gekozen als Lula (Brazilië), Kirchner (Argentinië), Tabaré (Uruguay), Bachelet ( Chili), Morales (Bolivia), Correa (Ecuador) en Lugo (Paraguay). Zij proberen via investeringen in de sociale sector een tegenwicht te bieden aan het desastreuze neoliberale beleid dat al jaren het continent teistert. Ook daar heeft Van Baalen het niet over.”
“In Nicaragua herbergen de Liberale vrienden van Van Baalen net zulke schurken in de gelederen als de door hem zo verafschuwde Sandinistische partij van president Ortega. De grootste crimineel is de veroordeelde ex-president en liberaal Arnoldo Alemán, die bijna 100 miljoen dollar uit de schatkist roofde, tot 20 jaar gevangenisstraf werd veroordeeld en persona non grata is in onder andere de VS. Alemán mocht mede door toedoen van Van Baalen aanschuiven bij een liberale borrel in Managua.”
Analyse. Van Baalen beweert twee dingen: zowel Ortego als Zelaya zijn foute leiders en die leiders worden ten onrechte gesteund door de EU, hoewel er verandering komt ten aanzien van Ortego.
Laten we de bedenkingen van Nijland één voor één bespreken.
De andere landen in Zuid-Amerika: strikt argumentatief maakt het dan niet uit wat er in de rest van Zuid-Amerika gebeurt. Van Baalen had het over Honduras en Nicaragua.
De liberale Colombiaanse president: Uribe heeft net als Ortega in strijd met de grondwet zichzelf een tweede termijn als president gegund. (Volgens Trouw gebeurde dat, anders dan Nijland stelt, wel na een volksraadpleging (9.6.09).) Als Europa Uribe steunt, heeft Nijland een punt. Maar Nijland gaat ten onrechte niet in op de vraag òf Europa Uribe steunt. Zonder die premisse is het betoog van Nijland niet sterk. De bewijslast ligt bij hem.
Dan het regime in Honduras. Volgens Van Baalen is de nieuwe interim-regering legaal, maar volgens Nijland zijn de omstandigheden waaronder de nieuwe verkiezingen worden gehouden, ondemocratisch. Van Baalen zegt echter ook dat de EU waarnemers naar Honduras moet sturen om vast te stellen of de verkiezingen zondag eerlijk verlopen. Daarmee geeft Van Baalen te kennen dat ook hij er niet zonder meer van uitgaat dat de verkiezingen zonder problemen verlopen.
Dat ook de ex-president van Nicaragua, Alemán, niet deugt, doet niets af aan Van Baalens kritiek op de huidige president, Ortega.

Toch is er wel het een en ander aan te merken op het betoog van Van Baalen, nog afgezien van het feit dat Spanje is pas in januari 2010 voorzitter van de EU. Zo werd Van Baalen niet door Ortega uit Nicaragua gezet (NRC). Volgens het NRC was de uitrspraak ‘shitland’ niet van Ortega, maar van de onderminister van Buitenlandse Zaken, Manuel Coronel.
Ook maakt Van Baalen zich schuldig aan een contradictie. Hij bestempelt de regering-Micheletti als legaal, maar deze interim-regering is door een staatgreep aan de macht gekomen. Zelaya werd terecht uit zijn ambt gezet omdat hij via een grondwetswijziging een nieuwe termijn als president wilde. Zelaya ontkent dat overigens (Independent, 1.12.09).

Gamma-ongeletterdheid (30/11)

Hokjesdenken (EUR, Rome)

Vandaag eens iets anders: gamma-ongeletterdheid. Deze keer uit de koker van wetenschapsredacteur Simon Rozendaal (Elsevier). Over de piramide van Maslow kletste hij daar onlangs het volgende bij elkaar: “Ik ben zoals u wellicht weet een chemicus, een natuurwetenschapper dus. Maar ik heb tijdens mijn studie in het kader van wat toen Studium Generale heette een inleidend college sociologie gevolgd.”
“Dat vond ik tachtig procent onzin. Er zat één stukje kennis bij, dat me raakte en me sindsdien is bijgebleven. De piramide van Maslov. Die schrijft voor dat wij mensen een aantal basisbehoeften hebben. Voedsel, seks, veiligheid, liefde, geborgenheid, gezondheid, enzovoorts. Heb je de eerste treden van de piramide beklommen dan wil je nog meer vrouwen, nog meer auto’s, nog meer pakken, nog meer grachtenhuizen, enzovoorts, enzovoorts.”
“Gelukkig is er, zo heb ik ontdekt, een mogelijkheid om de piramide van Maslov af te dalen. Heel soms, als je geliefden ernstig ziek zijn, als je ouders sterven, dan weet je weer waar het om gaat. Gezondheid, liefde, vrijheid. En dan ben je weer zo blij als je eigenlijk zou moeten zijn. Maar het zijn momenten. Meer zit er niet in.”

Waren die colleges op maandagochtend om kwart voor negen? Rozendaal vertoont hier een reeks ‘blauwe maandag’-momenten, want veel heeft hij er niet van begrepen. Sterker nog, hij verkondigt over de piramide regelrechte onzin. Nadat (1) de eerste fundamentele levensbehoeften, de fysiologische behoeften, zijn bevredigd, wil je niet nog meer “vrouwen, auto’s en pakken”, maar staat (2) de behoefte aan veiligheid en zekerheid centraal. Als daaraan voldaan is, neemt (3) de behoefte aan sociaal contact toe. Daarna (4) de behoefte aan waardering en erkenning. Als aan die behoefte is voldaan, komt (5) de behoefte aan zelfontplooiing in het zicht.
Volgens Rozendaal is met dit “stukje kennis” te verklaren dat mensen nooit gelukkig zullen worden. Want dit stukje kennis “schrijft voor” dat mensen basisbehoeften hebben. Nu schrijft deze theorie niet voor, maar beschrijft ze enkel. (Wel interessant is de kritiek van H.C.J. Duijker, voormalig hoogleraar psychologie. In 1976 heeft hij een buitengewoon intelligente kritiek op deze theorie gegeven. In het artikel ‘de ideologie der zelfontplooiing’ gaat hij onder meer ingaat op het ideologische karakter van deze theorie. Dat artikel verscheen in 1979 in de bundel ‘De problematische psychologie’ bij uitgeverij Boom.)
Maar goed, Rozendaal is zelfs niet eens in staat om de naam van de wetenschapper correct weer te geven: het is ‘Maslow’ en niet ‘Maslov’.
Al met al een indicatie van gamma-ongeletterdheid.
.
Drogredenen van Rozendaal zijn hier, hier, hier en hier te vinden.

Over alfa's & beta's (29/11)

De Vlaamse wiskundige en filosoof Jean Paul van Bendegem, hoogleraar wetenschapsfilosofie (VUB) werd in Trouw (20.11.09) geïnterviewd door Peter Henk Steenhuis in verband met het verschijnen van een essay ‘Hamlet en entropie’. Een klein fragment uit een mooi gesprek met deze intelligente denker.

“Als het gaat om mensen op te voeden, durf ik stellen dat de mens-, cultuur- en maatschappijwetenschappen voorop moeten staan en niet de 'exacte' wetenschappen."
“Een belangrijk kenmerk van de ‘humane’ wetenschappen is dat zij ervan uitgaan dat er altijd meerdere theorieën naast elkaar bestaan, die met elkaar in discussie gaan. Zonder het belang van logica en wiskunde te verwaarlozen, laat staan te negeren, moet er ook in de opvoeding ruimte worden gemaakt voor het leren argumenteren, het leren discussiëren, het leren omgaan met verschillende, elkaar tegensprekende meningen, het leren bereiken van een compromis of een andere eindtoestand tot en met het leren van manieren van presenteren, zeg maar retoriek.”
“Mijn studenten in het eerste jaar op de universiteit zijn nauwelijks in staat om een argumentatie te analyseren. Dat verwijt ik ze niet, ik stel vast dat ze het simpelweg nooit hebben geleerd. Ze nemen meteen een positie in, één van de twee heeft gelijk en de ander begrijpt er niets van. Vraag dan wat de argumenten zijn en het wordt heel vaak stil.”
“Het ideaal van een hogere opvoeding in de Middeleeuwen werd vaak uitgedrukt door middel van het zogeheten trivium en quadrivium. Het eerste pakket omvatte logica (of dialectica), grammatica en retoriek, en het tweede pakket rekenkunde, meetkunde, muziek en astronomie. Wat er mij in de loop van onze westerse geschiedenis lijkt gebeurd te zijn, is dat het volle gewicht is komen te liggen op het quadrivium, terwijl het trivium voor een groot deel uit het zicht verdwenen is.”
“Dat betreur ik. De aandacht voor het argumenteren en discussiëren, de aandacht voor de waarde van een argument, de talrijke wijzen en manieren waarop een discussie gevoerd kan worden, zijn essentiële ingrediënten in een samenleving die pretendeert door overleg tot beslissingen te komen die worden gedragen door een meerderheid - met andere woorden, waarin een meerderheid zich kan herkennen. Zo krijgen we mondige burgers, burgers met een sociaal alert bewustzijn, die zich niet tot een van de twee culturen laten veroordelen, en zich niet in een kloof laten duwen.”

In 1959 verscheen het essay ‘The Two Cultures’ van C.P. Snow. In dat essay stond de scheiding tussen alfa- en betawetenschappen centraal. “Waarom ben je een cultuurbarbaar als je Shakespeare niet kent, maar is het perfect aanvaardbaar om niets te weten over de wetten van de fysica?” Van Bendegem beschrijft hoe deze scheiding er een halve eeuw later uitziet. Volgens hem is er niet veel veranderd. “De relaties tussen de wetenschappers onderling, alfa, beta of gamma, het maakt niet uit, zijn nog steeds belabberd, maar ook de relatie met de zogenaamde ‘leek’ is helemaal vertroebeld en aan een grondige herziening toe.”
Absolute aanrader over de kloof!

Jean Paul Van Bendegem, Hamlet en Entropie. De twee culturen, een halve eeuw later. Een pamflettair essay. VUBpress, Brussel. 15 euro.
.
Morgen zal ik ingaan op gamma-ongeletterdheid. Van Bendegem figureerde eerder op deze webstek: zie hier. Een interview op de radio met Van Bendegem vindt u hier.

Bleeker en de strijd tegen de vaccins 2 (28/11)

“Er zijn maar weinig experts (artsen/specialisten) die hun nek durven uit te steken en uit het reguliere plaatje kunnen/willen stappen waarin ze al die jaren hebben vertoefd”, aldus Anneke Bleeker op haar site ‘Verontrustemoeders’.
Analyse. Bleeker combineert hier een directe en een indirecte persoonlijke aanval, waarmee ze deskundige voorstanders bij voorbaat diskwalificeert. De directe persoonlijke aanval bestaat erin dat deskundigen niet in staat zijn om buiten de hen vertrouwde kaders te denken. De indirecte persoonlijke aanval bestaat erin dat deskundigen hun nek niet durven uit te steken. Hun motief wordt dan verdacht gemaakt.

Rozendaal over mesjogge Bleeker (27/11)

“Mesjogge.” Zo (dis)kwalificeerde Simon Rozendaal redacteur van Elsevier onze nationale vaccinatiebestrijdster Anneke Bleeker. Kenmerkend voor alle Anneke Bleekers is dat zij deskundigen wantrouwen. “Deskundigen worden gewantrouwd” aldus Rozendaal (Elsevier). “Dat zie je ook bij Anneke Bleeker: ze zegt enerzijds dat alle deskundigen belangen hebben (bij de farmaceutische industrie natuurlijk) maar ook dat iedereen die zich een paar weken in de materie verdiept zelf eveneens deskundig kan zijn.”
Vervolgens blijkt dat samen te hangen met links. Rozendaal redeneerde er vrolijk op los: “Wijlen Joop Doorman (hoogleraar filosofie in Delft, ex- voorzitter van de VPRO en een paar weken geleden overleden) zei eens tegen mij dat de PvdA moeite had met twee disciplines die haaks stonden op het gelijkheidsdenken: kunst en wetenschap. Een schilder kan dingen maken die anderen niet kunnen maken en een geleerde kan dingen bedenken die anderen niet kunnen bedenken. Kortom, alle mensen zijn ongelijk. Sommige mensen hebben nu eenmaal meer kwaliteiten dan anderen.”
Dit legt Rozendaal uit als een argwaan tegen deskundigen. “Het lijkt wel of die eerst linkse argwaan zich nu over de hele onderkant van de samenleving heeft verspreid. Het gewone volk wantrouwt autoriteiten en deskundigen.”
Analyse. Bleeker wantrouwt deskundigen niet, maar ze beroept zich erop. Ze verwijst op haar site onder meer naar een documentaire van de ZDF, die ze omschrijft als een voorbeeld van objectieve onafhankelijke journalistiek. In die uitzending komen niet alleen sceptici als prof. Kochen en prof. Ludwig aan het woord, maar ook voorstanders als dr. Stöcker. Ook verwijst Bleeker op haar site naar dr. Holtorf, die zijn kinderen niet vaccineert. Rozendaals aantijging dat Bleeker deskundigen wantrouwt, is volstrekt onterecht.

Vervolgens citeert Rozendaal de Delftse filosoof Doorman. Deze onlangs overleden hoogleraar wees op het feit dat de PvdA moeite had met een discipline als wetenschap, die immers haaks staat op het gelijksheidsdenken. Rozendaal ‘verbastert’ dit tot een linkse argwaan tegen deskundigen, die zich nu lijkt te verspreiden over de hele onderkant van de samenleving. ‘Lijkt’? Dus niet echt? Of toch wel?
Maar los van dit vaag taalgebruik, koppelt Rozendaal twee zaken aan elkaar die in dit verband niets met elkaar van doen hebben. Doorman wijst op de gelijkheidsideologie en dat staat los van een of ander wantrouwen tegen deskundigen.
Kortom, in zijn analyse van de mesjogge Bleeker maakt Rozendaal zich schuldig aan onlogisch redeneren en schuift hij haar standpunten in de schoenen die ze niet verkondigt. Het verbaast me dan ook dat uitgerekend Rozendaal in de Volkskrant (23.11.09) wordt opgevoerd als 'deskundige' over Bleeker en haar strijd.

Bill O'Reilly over de 9/11-rechtzaak (26/11)

Scott Fenstermaker, één van de advocaten van Ali Abd al Aziz (een 9/11-terrorist), werd geïnterviewd door Bill O’Reilly (Fox, 24.11.09). De laatste is de licht ontvlambare interviewer van het Amerikaanse televisiekanaal Fox. (Zie hier het interview.)
O’Reilly stelde onder meer de vraag “Is there any justification on this earth to murder thousands of innocent people?” Fenstermaker antwoordde dat het aan de jury is om te bepalen of dat het geval is.
O’Reilly: “Are you sitting here as a human being telling me the people on 9/11 weren't murdered?”
Fenstermaker vond het zijn taak als advocaat om er voor te zorgen dat zijn cliënt een eerlijk proces krijgt. Fout antwoord dus...
O'Reilly: “Don't you think people watching you, and millions are right now, counselor, and I don't mean this with any disrespect, think that you're a weasel?”
Fenstermaker: “They might. That's fine.”
O'Reilly: “Cause I do. And you seem like a nice guy, but I'm saying this guy sitting in front of me doesn't think these people were murdered on 9/11 when we saw what happened; if he won't say they were murdered or not, he's a weasel.” Vervolgens voegde O'Reilly nog toe het het Amerikaanse publiek Fenstermaker haatte.
Het interview werd zo een bonte mix van suggestieve vragen, een persoonlijke aanval en een appel op emoties.

Bleeker en de strijd tegen vaccins 1 (25/11)

Anneke Bleeker, de grote virusbestrijdster, krijgt langzaamaan de status van bekende Nederlander. Eerst heeft ze eigenhandig de intentingscampagne voor jonge meisjes tegen baarmoederhalskanker om zeep geholpen en tegenwoordig heeft ze haar pijlen op het griepvaccin gericht.
In NOVA mocht ze tekst en uitleg geven, in de Volkskrant werd er onlangs driekwart pagina aan haar besteed en in Pauw & Witteman werd ze eerst uitgenodigd en vervolgens weer afgezegd, omdat Klink anders niet wilde komen. Ook heeft Bleeker een site: verontrustemoeders.nl. Publiciteit genoeg.
Op deze site vertelde een vrouw het volgende: “Volgens de arts die mijn moeder de gewone griepprik gaf krijgt de ene groep een placebo en de andere groep het Mexicaanse griepvaccin.” Luc Lansing mailde daarop Anneke Bleeker: “Volgens de arts die mijn moeder de gewone griepprik gaf krijgt juist de ene groep het Mexicaanse griepvaccin en de andere groep een placebo. Precies andersom dus.”
Binnen vijf minuten kreeg hij een reactie van Anneke: “Sorry, wil je dit toelichten? Als iets niet klopt halen wij het weg.” (NRC, 24.11.2009)
(wordt vervolgd)

Klimatologen & trucjes (24/11)

Het was smullen voor klimaatsceptici: een computerhacker kraakte de server van een gerenommeerde afdeling klimaatverandering (CRU) van de universiteit van East Anglia en zette een enorme hoeveelheid privé e-mails van wetenschappers op het internet (New York Times, 20.11.09). Zo blijkt dat sommige wetenschappers een 'trucje' te gebruiken om informatie over temperaturen te manipuleren om zo temperatuursdalingen 'te verbergen'.
Dat ‘trucje’ werd gebruikt door Jonas van de East Anglia. Zijn collega Mann, die als hoogleraar aan Pennsylvania State University is verbonden, vond de woordkeus van zijn collega ongelukkig, maar wees erop dat wetenschappers dat woord vaak gebruiken om te verwijzen naar een manier om een probleem op te lossen. Het is “not something secret.”
In de mails treft men flink wat ad-hominemargumenten aan. “Science doesn’t work because we’re all nice,” zegt Gavin A. Schmidt, een klimatoloog van NASA. Ook zijn e-mails zijn te lezen. Maar hij relativeert de commotie: “Newton may have been an ass, but the theory of gravity still works.”
Dr. Michaels, een sceptische klimatoloog en gebeten hond in de mails, zag in de mails in eerste instantie niet meer dan “just the way scientists talk.” Maar later kwam hij hier op terug: “This shows these are people willing to bend rules and go after other people’s reputations in very serious ways.”
Wordt vervolgd.

Kluveld, Traïdia (23/11)

Karim Traïdia, de Franse socioloog en regisseur van onder meer ‘de Poolse bruid’, reageerde in een radioprogramma op het besluit van de regisseur Emmerich om in de film 2012 niet de Ka’aba, de grote steen in Mekka, te laten instorten. De regisseur van 2012 was bang voor een religieus fatwa.

Traïdia*: “Kijk, als je doel is om iemand te beledigen, is het iets heel anders, maar als je op een artistieke, of op een narratieve manier iets wilt vertellen, vanuit jouw eigen visie, volgens mij mag dat wel.”
Interviewer: “Hoe bedoelt u dat, als je doel is mensen te beledigen en te kwetsen is het anders? Kunt u dat even uitleggen?”
T.: “Ja, ik bedoel, als je iets maakt om echt... met als doel mensen te kwetsen en te beledigen, ja, dan is het anders.”
I.: “Dan is een fatwa wel gerechtvaardigd?”
T.: “Ja, dan denk ik ‘eigen schuld, dikke bult’. Dat is wat je zocht. Dat heb je gekregen.”
I.: “Dus u zegt nu op de radio, als de intentie van een columnist, filmmaker, whatever, is om mensen te beledigen, misschien wel met een knipoog, dan is een religieuze fatwa, een doodvonnis gerechtvaardigd. ‘Eigen schuld dikke bult’.”
T.: “Ja, het is gerechtvaardigd, maar ik ben er niet mee eens. Maar ik denk dat als de mensen zien dat het doel is om echt alleen maar te beledigen, dus zonder onderbouwing, zonder niks, dan denk ik van ‘nou, dat zocht jij, dat heb je gekregen”. Ik ben er niet mee eens, maar als je dat zoekt, dan krijg je het.”
Volgens Kluveld vindt Traïdia een doodvonnis in dat geval wel degelijk gerechtvaardigd.

Analyse. Is de vooronderstelling van Kluveld – Traïdia vindt een doodvonnis gerechtvaardigd – correct? Dat lijkt me niet. Traïdia meent enerzijds dat zo’n fatwa wel gerechtvaardigd is, maar anderzijds is hij het er niet mee eens.
Traïdia maakt zich dan òf (a). schuldig aan een contradictie òf (b). hij bedoelt met ‘gerechtvaardigd’ iets anders dan het hebben van goede redenen. Dat laatste is het geval als hij vooronderstelt dat er in dit geval sprake is van de nodeloos kwetsende anterieure verwijtbaarheid. Vergelijk dit met de situatie waarin een persoon willens en wetens een café binnenloopt waar wordt gevochten en vervolgens een kaakslag krijgt. In ons recht kun je zo iemand een verwijt maken: hij wist wat er kon gebeuren, maar hij nam het risico op de koop toe. Dat noemen we ‘anterieure verwijtheid’. Maar daarmee is nog niet per gezegd dat het uitdelen van de kaakslag per definitie gerechtvaardigd is.

Rekenkundige drogredenen (22/11)

Wetenschapsjournalist Hans van Maanen laat in zijn boek ‘Goochelen met cijfers’ zien hoe er met cijfers wordt gerotzooid. Aan de hand van talloze, vaak hilarische voorbeelden, laat hij zien welke trucs er zoal worden toegepast. Een absolute aanrader!
In 2007 ontving Van Maanen de NWO Eurekaprijs voor ‘het beste oeuvre op het terrein van de wetenschapscommunicatie’


Hans van Maanen, Goochelen met getallen. Cijfers en statistiek in krant en wetenschap. Boom, Amsterdam. 2009.

Inbrekers: gericht schieten, tussen de ogen (21/11)

Wat moet een burger doen als hij een dief in zijn huis aantreft? “Schieten daar waar nodig, gericht, en tussen de ogen”, vindt Leeuwardense VVD-bestuurder Ferry Dijkstra Voerman (Elsevier). Zijn partij nam afstand van deze uitlating, want hij schoot wel wat erg ver door. Vond Dijkstra Voerman zelf overigens ook: “Dit kwam recht uit mijn hart. Maar het was geen goede reactie. Ik ben terecht door het bestuur op de vingers getikt.”
Vervolgens gaf Dijkstra Voerman wel een curieuze draai aan zijn misstap. Volgens hem komt het te vaak voor, dat burgers die zich verdedigen, voor de strafrechter verantwoording moeten afleggen, terwijl de politie de burgers niet beschermt. “Op elke hoek van de straat staat een agent met lasergun. De kerntaak van de politie is bescherming bieden aan burgers. Als de politie dat niet doet, wat moet je dan nog.”
Analyse. Dijkstra Voermans hanteert hier een argumentum ad misericordiam, een beroep op medelijden. De oppassende burger, die zijn huis en haven verdedigt, moet - omdat de politie nalatig is - voor de rechter verschijnen en criminelen wordt helemaal niets in de weg gelegd als deze er lustig op los stelen.

Wilders en extreem-rechts 5 (20/11)

Ook Wilders zelf liet zich uit over een rapport (over de PVV) dat nog niet verschenen is. “Als er iets is dat de democratie ondermijnt, dan is het wel deze linkse elite, onder wie dit soort nep-onderzoekers, en de islamisering”, aldus Wilders (Elsevier). “Ik ben echt ziedend. Ze zijn knettergek geworden. Wat een idiotie. Wij zijn democraten in hart en nieren. We zijn democratisch gekozen en gebruiken alleen democratische middelen.”
Het rapport zou volgens hem zijn bedoeld om de PVV de mond te snoeren.
Analyse. Een indirecte persoonlijke aanval: Wilders maakt het motief van (onder meer) de auteurs van het rapport verdacht.

Stellinga versus Kalma (19/11)

Een quotum van 30% voor vrouwen in topfuncties vindt Stellinga dus maar niets. “Het slaat ook als een tang op een varkens” (P&W, 2.10). Het quota-wetsvoorstel van Kamerlid Kalma deugt dan ook niet. “Het aantal vrouwen dat voltijd werkt is 25%. Maar Kalma wil meer vrouwen in de top dan het aantal vrouwen dat voltijd werkt.” Wie een topfunctie wilt, moet toch op z’n minst volledig werken, vindt Stellinga.
Analyse. Stellinga maakt zich schuldig aan een categoriefout. Zij stelt de categorie ‘het percentage vrouwen dat voltijd werkt’ en de categorie ‘het percentage vrouwen dat een topfunctie moet krijgen volgens het quota-wetsvoorstel’ op één lijn. Maar de eerste categorie bevat de populatie van werkende vrouwen en die categorie, met drie miljoen vrouwen, is veel en veel groter dan de categorie vrouwen die een topfunctie zou moeten krijgen. Zelfs al zou slechts 1 procent van die vrouwen een topfunctie willen vervullen, dan praten we altijd over 30.000 potentiële vrouwelijke werknemers. Dat is nog altijd ruim meer dan het aantal vacatures voor topfuncties.

Stellinga versus Etty (18/11)

Feministen hebben het beste voor met vrouwen; werkende moeders hebben het zwaarder dan werkende vaders; vrouwen verdienen ten onrechte minder dan mannen; vrouwen willen even graag carrière maken als mannen; en er bestaat een glazen plafond voor werkende vrouwen. Allemaal onzin, meent Marike Stellinga. “Laat me niet lachen.” In haar boek De mythe van het glazen plafond wil Stellinga "aantonen dat bovenstaande punten fabeltjes zijn, dat ze op slechte en valse argumenten zijn gebaseerd, en soms dat ze simpelweg leugens zijn."
Etty was niet erg gecharmeerd van de kritiek van Stellinga die ze spuwde in “een uitzending van Pauw en Witteman over het Quota-Manifest, waar zij de rol mocht spelen van gansje in een geënsceneerd kippenhok.”
Wat deugde er niet aan Stellinga’s betoog? Zowat alles, meende Etty (NRC). “Ze neemt het op voor de mannen die hun plekjes aan de top willen behouden én voor hun tevreden huisvrouwtjes. Haar redenering luidt dat Nederlandse vrouwen in vrijheid kiezen voor een plaats aan de onderkant en daar ‘domweg gelukkig’ zijn. Ik ben voor het recht op luiheid, maar de verwezenlijking van dat recht voor iedereen lijkt me een utopie. En het argument dat vrouwen geen carrière willen, doet me sterk denken aan de bewering van blanke werkgevers in Zuid-Afrika die ooit vertelden hoe blij en tevree hun domme zwartjes waren.”
Quota kunnen een effectief hulpmiddel zijn om een gewenste ontwikkeling te forceren en een einde te maken aan apartheid, aldus hoogleraar en NRC-columniste Etty.
Analyse. Etty zet Stellinga weg als ‘gansje’, maar gaat inhoudelijk niet in op het betoog van Stellinga. De laatste komt in haar boek met een aantal overwegingen waar uit zou blijken dat vrouwen niet ambitieus genoeg zijn en waarom een wettelijke quotum-regeling niet wenselijk is, maar daar gaat Etty niet op in. Etty linkt Stellinga’s betoog enkel aan bewering van een blanke werkgever uit Zuid-Afrika over ‘domme zwartjes’. En daarnaast poneert Etty dat quota wel effectief zijn. Daarmee is het argumentatief arsenaal tegen Stellinga uitgeput.
(Morgen meer over de argumentatiefout van Stellinga.)

Holman voor Wilders en tegen Spong (17/11)

“Wilders ondemocratisch? Echt onzin”, brieste Holman tegen Spong (in P&W, 2.11.09). “Wilders heeft het niet over de islamieten, maar hij heeft het over de godsdienst.” Wilders’ kritiek is religiekritiek. “Dat heeft met die waanzin die u hier te berde brengt, niets te maken.”
Zware woorden van Holman, maar zijn bewering, dat Wilders uitsluitend kritiek heeft op de de Islam, is volstrekt onjuist. Dat Wilders het wel degelijk (ook) heeft over (alle) islamieten, blijkt onder meer uit een interview in de Volkskrant (18.11.06). Hij kreeg de volgende vraag voorgelegd: “Wat is het eerste dat u verandert als u het morgen voor het zeggen krijgt in Nederland?” Het antwoord luidde als volgt: “De grenzen gaan nog diezelfde dag dicht voor alle niet-westerse allochtonen. De demografische samenstelling van de bevolking is het grootste probleem van Nederland. Ik heb het over wat er naar Nederland komt en wat zich hier voortplant. Als je naar de cijfers kijkt en de ontwikkeling daarin? Moslims zullen van de grote steden naar het platteland trekken. We moeten de tsunami van de islamisering stoppen. Die raakt ons in ons hart, in onze identiteit, in onze cultuur.”

Wilders en extreem-rechts 4 (16/11)

“Wetenschappers van de lariekoek”, zo kwalificeerde Theodor Holman de wetenschappers die Wilders als extreem-rechts hadden betiteld (Pauw & Witteman, 2.11.09). Hij voegde er meteen aan toe dat hij het rapport nog niet had gelezen. (Kan aardig kloppen, want het rapport is nog niet verschenen).
Analyse. Het rapport, dat Holman nog niet gelezen, schrijft hij toe aan wetenschappers van de lariekoek. Ook Holman vindt het niet nodig om eerst een rapport te lezen en dan pas commentaar te geven.
Tja…

Wilders en extreem-rechts 3 (15/11)

”Het meest verontrustend is de formulering van de onderzoekers”, weet journalist Carel Brendel over een rapport van onderzoekers over rechtsextremisme te melden (Volkskrant). “Ze bombarderen een democratische oppositiepartij tot een gevaar voor de staatsveiligheid. Ze doen dit op verzoek van het ministerie van Binnenlandse Zaken. Dit zijn de methoden waarmee autoritaire regimes de oppositie monddood maken. Legitiem verzet tegen overheidsbeleid wordt vertaald in systeemhaat tegen de overheid. Wie zich verzet tegen de regering, ondermijnt de democratie. Of verstoort de sociale cohesie, die overigens al jaren grondig is verstoord door het multiculturalisme.”
Analyse. Er doet zich één probleempje voor. Het rapport waarover Brendel zo uitvoerig schrijft, is nog niet verschenen. Brendel gaat af op een geruchtje in de Volkskrant. Eén van de drie opstellers van het rapport ontkent overigens die conclusie. Dat maakt ook voor Brendel kennelijk niet uit.
Een kwestie van het verzinnen van een standpunt.

Kluun wordt verdedigd! (14/11)

ThijsF verwees in een reactie op een column van Max Pam naar mijn stukje over Kluun. Dat viel bij een andere reageerder niet in goede aarde. “@Thijs F. Ik ben bang dat noch u, noch de door u geciteerde Ron Ritzen, Kluun echt hebt begrepen. Kluun loopt n.l. helemaal niet achter de ideeën van Pim van Lommel aan! Hij loopt achter niemands ideeën aan, maar komt met eigen suggesties. Daar moet je tegen kunnen, anders kun je hem beter niet lezen, en zeker niet citeren!”
Noch ThijsF., noch ik beweren dat Kluun achter de ideeën van Van Lommel aanloopt. Wat ik wel schreef, is dat Kluun niet begrijpt wat wetenschap is en dat blijkt onder meer uit het feit dat hij aan de ideeën van Van Lommel het predicaat ‘wetenschappelijk’ verbindt.
De reageerder koppelt er meteen een klassieke drogreden aan vast: Kluun komt met eigen suggesties en daar moet je tegen kunnen, anders kun je hem beter niet lezen. Deze strategie kunnen we met even veel (of weinig) recht loslaten op de reactie van de reageerder zelf: je moet helder kunnen argumenteren en daar moet je tegen kunnen, anders kun je maar beter niets over logica lezen.

Wilders en extreem-rechts 2 (13/11)

“Wilders werd in een gecoördineerde actie van wetenschappers van de ministers Guusje ter Horst en Eberhard van der Laan als gevaar voor het voortbestaan van het Nederlandse volk gepresenteerd. (…) De wetenschappers van Ter Horst zien Wilders als staatsgevaarlijke man”, aldus Ellian in Elsevier.
Het rapport waar dit allemaal uit zou blijken, is nog niet verschenen en één van de drie opstellers van het rapport ontkende die conclusie. Dat maakt ook voor Ellian kennelijk niet uit.
Een kwestie van het verzinnen van een standpunt.

Rozendaal en inconsistent argumenteren (12/11)

Vlak na de val van de Muur leek de hele wereld (inclusief Sarkozy) ergens in Berlijn rond te hangen, merkt Rozendaal op (Elsevier). Hijzelf zat voor de tv en zag een groep vluchtelingen uit Oost Europa voor een Limburgse slagerij. Ze zagen rauwe ham, gekookte ham, berliner, gebraden gehakt, corned beef, enzovoorts, en dat in zes varianten per vleessoort. Ze werden gek.
In de Scientific American van een tijdje geleden, zo meldt Rozendaal, stond een artikel over de ingewikkeldheid van keuzes. “Wij mensen vinden het naar om uit één artikel te kiezen en we vinden het ongeveer even naar om uit twintig artikelen te kiezen. Een stuk of drie is ideaal. Dat maakt de verbijstering van de ex-communisten in de Limburgse slagerij een stuk begrijpelijker. L’embarras du choix heet dat geloof ik. Wij kunnen kiezen en doen dat ook. We kiezen in de supermarkt tussen twintig versies van hetzelfde product en doen dat op basis van criteria die we nauwelijks kennen. Het product ziet er zo leuk Amerikaans uit, of zo leuk Frans, of we houden een beetje meer van rood dan van groen, of we vonden die reclame eergisteren zo leuk, hoe dan ook, we zijn gewend aan kiezen. Dat kon je niet onder het communisme.” Verder koppelt Rozendaal dit verval ook nog aan de piramide van Maslov, maar dat doet nu niet terzake.
Een dikke week eerder liet Rozendaal zijn licht schijnen over de sociale wetenschappen naar aanleiding van de kwalificatie ‘extreem-rechts’ van Wilders door een drietal wetenschappers. “In Nederland gebruiken wij het woord wetenschap voor zowel alfa, bèta als gamma. In de Angelsaksische landen is dat anders: daar heet science alleen maar natuurwetenschap. De humaniora – de geesteswetenschappen, recht, taalkunde enzovoorts – doen daar hun best om zo wetenschappelijk mogelijk te werk te gaan, maar het zijn geen echte wetenschappen.” Het gaat slechts om meningen. “Voor hun mening een andere.”
Hoe probeerde Rozendaal zich hier nu, een week later dus, uit te redden? Zo dus: “Ik ben zoals u wellicht weet een chemicus, een natuurwetenschapper dus. Maar ik heb tijdens mijn studie in het kader van wat toen Studium Generale heette een inleidend college sociologie gevolgd. Dat vond ik tachtig procent onzin. Er zat één stukje kennis bij, dat me raakte en me sindsdien is bijgebleven.” Wat een week eerder ‘mening’ heet, blijkt nu ineens toch ‘kennis’ te zijn.
Voor dit soort redeneringen hebben we – naar mijn mening - een etiketje: inconsistent redeneren.

Wilders & extreem-rechts 1 (11/11)

Het is wetenschappelijk bewezen dat Wilders extreem-rechts is, aldus Matthijs van Nieuwkerk in een vraaggesprek met Bram Moszkowicz (DWDD, 10.11.2009).
Het rapport waar dat uit zou blijken, is nog niet verschenen en één van de drie opstellers van het rapport ontkende die conclusie. Dat maakte voor Van Nieuwkerk kennelijk niet uit.
Een kwestie van het verzinnen van een standpunt.

Jan Jaap van der Wal denkt niet (na), maar bestaat wel (10/11)

“Het heeft me altijd gefascineerd. De Tooske-achtige jongens en meisjes, die dan wel zes jaar lang gymnasium of toch op z'n minst vwo hebben gedaan en dan gaan ze op TMF clipjes aan elkaar praten of onwijs gave reportages maken in boerendisco's. Stoppen met denken, zullen we maar zeggen.”
Het citaat is afkomstig van Jan Jaap van der Wal: gymnasiast en cabaretier en sinds kort presentator van een heuse ‘populair-wetenschappelijke talkshow’: De Bovenkamer.
Na 6 seconden presenteren ging Van der Wal al de (logische) fout in: 'Ik denk, dus ik besta. Dus andersom is het ook zo: als ik niet nadenk, besta ik niet meer', zei JJ.
Zijn eerste gast was de filosoof Bas Haring en die beheerste zijn logica wel. “Dat is een denkfout”, merkte hij op. “Maar het is mijn gedachte”, probeerde Van der Wal. So what? Is er dan geen sprake van een denkfout?
Haring mocht de denkfout niet toelichten. Daarom doe ik het. Van der Wals redenering is als volgt:

1. Ik denk dus ik besta (verg.: het regent, dus de straten zijn nat)
2. Ik denk niet na. (verg.: het regent niet)
3. Ik besta dus niet (verg.: de straten zijn niet nat).

En dat laatste is géén logische conclusie (logisch in de zin dat de conclusie onder elke denkbare omstandigheid klopt). Met de analoge redenering, die dezelfde logische structuur heeft, is dat makkelijk te zien: de straten kunnen nat zijn, omdat ze net zijn natgespoten door een reinigingsauto.

Heeft Van der Wal misschien in het verleden TMF-clipjes aan elkaar gepraat?

Recensie: Kluun - God is Gek (2/11)

Kluun, God is gek. De dictatuur van het atheïsme. Uitgeverij Ten Have 2009. 2,50 euro.

“Waar komt de zendingsdrang van hedendaagse atheïsten toch vandaan”, wilt de schrijver Kluun weten. In het kader van de Maand van de spiritualiteit mocht hij daarover een boekje schrijven. In een notendop: God blijkt toch niet zo gek te zijn en het atheïsme heeft dictatoriale trekjes.

De schrijver, Kluun, debuteerde in 2003 met de uitstekend verkopende roman ‘Komt een vrouw bij de dokter’ en hij schreef daarna nog twee romans. Met name het verlies van zijn vrouw, die in 2001 aan kanker overleed, gaf de toenmalige marketeer een andere wending aan zijn leven. In de laatste dagen die hij met zijn vrouw doorbracht, de wittedoodsweken, blijkt dat zowel hij als zijn vrouw de religieuze ervaring ontdekten.
Terug naar de atheïsten. Ze hebben niet alleen een zendingsdrang, maar ook “een behoefte om van christenen een eendimensionaal en karikaturaal beeld te schetsen” en om creationisten af te schilderen als dogmatici die Darwin niet hebben begrepen (p. 47). Ook hebben ze “een dwangmatige behoefte tot beredeneren en bewijzen” waar het de spiritualiteit betreft. Een kwestie van oogkleppen, want die neiging ontbreekt als het gaat om zaken als aantrekkingskracht, schoonheid en liefde.
“Er zit iets ongeloofwaardigs in de overtuiging waarmee sommige atheïsten alles wat niet wetenschappelijk bewezen is, wegwuiven als prietpraat”, aldus Kluun. Het is nog erger: “met de stelligheid beweren dat er echt niets tussen hemel en aarde is, getuigt intellectueel gezien van (…) domheid”. Maar intellectuelen zijn niet dom, weet Kluun en hij ontmaskert ze genadeloos. Hij kan namelijk “niet geloven dat intellectuele atheïsten diep van binnen niet een deurtje open houden voor de mogelijkheid dat er wel degelijk meer is dan ze kunnen bedenken”. Een “zelfverklaard atheïstisch opiniemaker” zou voor de camera of in een column nooit durven te verklaren dat hij iets had meegemaakt dat zo vreemd en onverklaarbaar was. Dat zou haaks op zijn imago staan (p. 51). Kluun weet wel beter. De gemiddelde Nederlander ook: “63% van de Nederlanders bidt wel eens”.
Deze verwijten aan het adres van de atheïsten gelden uiteraard niet voor de schrijver van dit pamflet. Op een schaal van geloof-ongeloof van 1 (ik geloof niet, ik weet) tot 7 (de gedecideerde atheïst) zit Kluun naar eigen zeggen ongeveer in het midden (ik weet het niet zeker, maar ik ben geneigd om in een transcendente macht te geloven) (p. 52). Vlak na de dood van zijn vrouw, zat hij op 1, maar nu staat hij zichzelf een bescheiden twijfel toe.
Zijn argumenten hierover zijn helder. Hij “vindt het te toevallig dat de belangrijkste boodschappen in de heilige geschriften, of ze nu uit China, India of het Midden-Oosten komen, meer overeenkomsten dan verschillen vertonen” (p. 52). Ook kan hij zich “niet voorstellen dat tientallen eeuwen oude spirituele wijsheden (…) uit de lucht gegrepen zijn.” Hij is “ervan overtuigd dat er een kern zit in de filosofie” van denkers die stellen dat het ego een illusie is.
Het is voor Kluun een raadsel waarom Nederlandse intellectuelen in de bioloog Dawkins, de auteur van 'God als misvatting', “de definitieve bevestiging lijken te zien dat het atheïsme het ware geloof is” (p. 27).
Toch wijst hij wetenschap niet van de hand. “Misschien dat de zielen een tijdje na de dood vastzitten aan de overledenen, en dan opgaan in een geheel dat de energie in het universum vormt” (p. 53). De wetenschap lijkt het gelijk van Kluun te bevestigen: “NASA heeft bepaald dat het heelal bestaat uit 5% bekende materie, 25% onbekende materie en 70% nog onbekende, zogenaamde donkere energie…” Glad ijs, voegt Kluun eraan toe. En er is zelf een wetenschappelijke visie op bijna-dood-ervaringen, namelijk die van cardioloog Van Lommel (p. 42). Ook vroeg hij wetenschappers en filosofen naar hun opvatting over God. Bij geen van hen vond hij stellige uitspraken over het niet bestaan van God.
En, zo bezweert Kluun, er zijn verschijnselen die zo onverklaarbaar zijn, dat men er tot op de dag van vandaag geen rationele, psychologische of natuurkundige verklaring voor gevonden heeft (p. 49). Zoals gezegd, de atheïsten onder de opiniemakers weten dat ook wel, maar houden angstvallig hun mond.

Wat te denken van dit geschrift? Ik vrees dat Kluun echt op alle denkbare fronten tekortschiet. Zijn kritiek is (1) niet origineel; (2) zijn argumentatie is doorspekt met talloze drogredenen; (3) zijn opvatting over wat wetenschap inhoudt, is onjuist en (4) zijn retoriek is wel heel erg doorzichtig.

Laat ik met het eerste punt beginnen: zijn kritiek is niet origineel. Naar aanleiding van het streven om een atheïstische boodschap op bussen te krijgen, schreef Ger Groot, hoogleraar filosofie & literatuur én overtuigd ongelovige, dat het atheïsme een ware missioneringscampagne op de rails probeert te krijgen. “Zelfs het Humanistisch Verbond begint zijn radioboodschappen inmiddels met klokkengebeier, gevolgd door een boodschap die zijn weerga niet kent in mystieke zweverigheid: ‘Humanisten geloven in de kracht van mensen’. De overtuigde ongelovige in mij zou van minder het schaamrood op de kaken krijgen.” Hij verfoeit het streven van atheïsten, die zich geroepen voelen tot zo’n pinksterachtige getuigenispolitiek. (NRC, 9 februari 2009).

Veel storender is Kluuns gebrekkige argumentatie (mijn tweede kritiekpunt). Hij hanteert de persoonlijke aanval: diep in hun hart weten atheïsten volgens Kluun natuurlijk ook wel dat er meer is tussen hemel en aarde, maar ze kunnen dat niet toegeven vanwege hun imago. En wie echt beweert dat er niets tussen hemel en aarde bestaat, is gewoon dom. Naast hun gebrek aan integriteit en domheid is nog meer aan te merken op de atheïsten, namelijk hun dwangmatige behoefte om te bewijzen en beredeneren als het om spiritualiteit gaat.
Die opmerking is vreemd, want ook Kluun schermt met bewijzen en argumenten. Het zijn alleen uiterst gebrekkige argumenten. Zo ontduikt hij voortdurend de bewijslast met ‘ik ben ervan overtuigd dat….’, ‘ik kan me niet voorstellen dat …’ en ‘ik kan niet geloven dat…’. Met evenveel gemak kan een atheïst stellen dat hij ervan overtuigd is…. en dat zich niet kan voorstellen dat… (maar dat getuigt in zijn ogen van domheid). Het is volgens Kluun te toevallig dat religieuze boodschappen van verschillende ‘bloedgroepen’ op elkaar lijken, maar dat is geen valide argument om te concluderen dat er dus ‘een kern van waarheid’ inzit.
Ook op zijn keuze van experts is een en ander af te dingen. Kluun haalt een willekeurig aantal filosofen aan en concludeert dan dat geen van de grote filosofen stellige uitspraken doet over het niet bestaan van God. Maar filosofen als Russell en Schopenhauer - enkele doorgewinterde atheïsten én grote filosofen - ontbreken in zijn lijstje. Had hij deze bevraagd, dan had zijn boekje er toch echt anders uit moeten zien.
Ook het tritsje hedendaagse wetenschappers, dat Kluun opvoert, oogt merkwaardig. Een natuurkundige, een plasmafysicus en een biofysicus blijken ineens vanwege hun natuurwetenschappelijke scholing expert te zijn op het gebied van het wel of niet bestaan van God. Voor de buitenlandse wetenschappers, die Kluun aanhaalt, geldt hetzelfde: drie vooraanstaande beta’s en een historicus, die zijn pijl alleen op Dawkins richt, hebben niet per definitie een expertise op vraagstukken als ‘is er leven na de dood?’.
Kortom, Kluun maakt zich schuldig aan een autoriteitsdrogreden.
Paul Cliteur en Herman Philipse, twee hedendaagse Nederlandse filosofen, zijn de grote afwezigen in dit boek. Beide filosofen hebben uitgesproken opvattingen over het bestaan van God en hebben daarover ook een aantal buitengewoon interessante artikelen en/of boeken geschreven, nog los van de vraag of je het met hun opvattingen eens bent. Ze zouden gezien hun expertise uitstekend passen in de opzet van het boekje. In elk geval veel beter dan de willekeurig aangehaalde wetenschappers. Die wetenschappers en de aangehaalde filosofen passen toevallig allemaal prima in het betoogje van Kluun, maar met een evenwichtige argumentatie heeft dit alles niets te maken.
Dat 63% van de Nederlandse bevolking af en toe wel eens bidt, is weliswaar een aardig weetje, maar ook niet meer dan dat. Ik weet niet welke consequenties Kluun hieraan verbindt, maar al bidt 99,99% van alle Nederlanders af en toe, dan nog zegt dit niets over het hiernamaals of het bestaan van God. Het is in dit geval niet meer dan een populariteitsdrogreden: als 63% bidt….
Dat er verschijnselen zijn die zo onverklaarbaar zijn, dat men er tot op de dag van vandaag geen rationele, psychologische of natuurkundige verklaring voor gevonden heeft, levert strikt argumentatief gezien evenmin iets op. De constatering dat op dit moment iets niet kan worden verklaard, impliceert namelijk niet dat het nooit en te nimmer kan worden verklaard en dus per definitie onverklaarbaar is.
Kluun dekt zich bovendien behoorlijk in tegen kritiek door zich te bedienen van vaag taalgebruik als ‘sommige atheïsten vinden... ’, ‘misschien is het zo dat…’. Maar wie heeft Kluun nu precies op het oog? In zijn bescheiden literatuurlijstje wordt slechts één heuse atheïst opgevoerd: Dawkins.
En ook met dat ‘misschien’ kun je uiteindelijk alle kanten op.

Ik vrees, en dat is mijn derde kritiekpunt, dat Kluun niet begrijpt wat wetenschap is. In moderne wetenschappen onderzoekt men de waarschijnlijkheid van verklaringen. Als een wetenschapper geen principiële uitspraak wil doen, dan heeft dat (ook) te maken met het feit dat alle empirische kennis in principe voorlopig is. Ongeacht welk onderwerp zal een wetenschapper dus nooit een stellige uitspraak doen.
De vraag naar het bestaan van God is niet (louter) een kwestie van wetenschap, maar waarom bevraagt Kluun dan wetenschappers over deze kwestie.
Kluun schermt bovendien wel erg makkelijk met het predikaat ‘wetenschappelijk’, bijvoorbeeld ten aanzien van Van Lommels artikel over de bijna-dood-ervaringen. Herman de Regt en Hans Doorenmalen, twee filosofen die aan de Universiteit van Tilburg zijn verbonden, fileerden onlangs de wetenschappelijke pretenties van het onderzoek van Van Lommel en lieten er weinig van heel. Pseudowetenschappelijk was hun harde, maar terechte oordeel. Maar Kluun kent op dit terrein kennelijk geen enkele reserve.
De dogmatici hebben dus “een dwangmatige behoefte tot beredeneren en bewijzen” waar het de spiritualiteit betreft. “Een kwestie van oogkleppen, want die neiging ontbreekt als het gaat om zaken als aantrekkingskracht, schoonheid en liefde”, meent Kluun. Weer onjuist. Er is wel degelijk sociaalwetenschappelijk, biologisch en historisch onderzoek gedaan naar aantrekkingskracht van uiterlijk. Voor schoonheid geldt overigens hetzelfde verhaal.
De bioloog Richard Dawkins wordt door atheïsten onthaald als de grote held (Kluun: communeleider) van het atheïsme. Klopt dat beeld? Ondanks de indrukwekkende verkoopcijfers, was een aantal recensies zeer kritisch. Zo had én heeft Herman Philipse, een overtuigd atheïst, veel kritiek op het betoog van (de atheïst) Dawkins. Die laatste maakt in de ogen van Philipse voortdurend argumentatiefouten. Overigens weet hij te melden dat er sowieso veel kritiek op Dawkins is.
Interessant is dat juist Philipse zijn bewondering voor de gelovige filosoof Richard Swinburne niet onder stoelen of banken steekt, ook al is hij het niet eens met diens analyse.

Rest me nog het vierde kritiekpunt: Kluuns doorzichtige retoriek. Hij plaatst zichzelf op de schaal van ‘geloof-ongeloof’ ergens op het midden met een lichte voorkeur voor het sprituele. Zo’n middenpositie verleent de auteur of de spreker een aura van redelijkheid. Enerzijds wijst hij op fanatieke atheïsten die maar niet los kunnen komen van hun dogmatische opvattingen; anderzijds wijst hij op de vage en zweverige spiritualisten, die zelfs bij hem onpasselijkheid oproepen (p. 45). Kluun zelf zit dan als een wijze sis comfortabel in het midden. Nog voor hij ook maar één argument heeft gegeven, heeft hij zo - schijnbaar - het pleit al gewonnen. Maar wel erg doorzichtig.
Bij het NASA-verhaal hanteert Kluun een andere retorische truc. Eerst geeft hij het NASA-onderzoek weer en vervolgens geeft hij daar een eigen draai aan. Daarna voegt hij er meteen aan toe dat hij zich op glad ijs bevindt (hoewel hij er volgens mij dan al lang is doorgezakt). Ondertussen is het punt wel snel gemaakt zonder dat men hem daar op vast kan pinnen. Het was immers glad ijs, zo heeft Kluun op voorhand al ruimhartig toegegeven.
Ook komt de Linkse Kerk voorbij. Kluun praat wel graag over de media, maar hij interviewde slechts ‘Pauw & Witteman’, Pam, Holman en Van Nieuwkerk. Met deze personen denkt Kluun kennelijk de linkse media in voldoende mate te hebben beschreven. Toegegeven, het bekt lekker, maar het verband links-atheïsme ontgaat me.

Kortom, dit boekje is geen gelukkige keuze.