De dikke duim van Arnold Heertje (15/1)

Terpstra zei volgens Heertje bij zijn aantreden dat het HBO (sic) het toppunt van expertise, hoog niveau van onderwijs en van creativiteit was. “Ik heb hem toen aangeraden de werkvloer van het HBO op te zoeken, een weg die hij als voorzitter van het CNV zo voortreffelijk bewandelde. Hij wees dat toen af, omdat in zijn ogen alles voortreffelijk verliep. Blijkbaar hebben de harde feiten hem nu op andere gedachten gebracht.” Aldus Heertje in zijn column (Rtl.z 14.1.09). Hij reageert hiermee op een uitlating van Terpstra die vindt dat de kwaliteit in het hbo omhoog moet.
Heertje en Terpstra hebben het al eerder over dit onderwerp gehad. Terpstra beweerde in de Volkskrant (26.4.07) hetr volgende:
“Want wat gaat Plasterk doen aan het tekort aan hoger opgeleiden? En gaat hij stevig investeren in verborgen talent dat zich via het hoger onderwijs een weg omhoog knokt op de maatschappelijke ladder? Nu het goed gaat met Nederlandse economie, trekt de werkgelegenheid snel aan. Zo snel, dat verschillende vacatures voor hoger opgeleiden niet meer vervuld kunnen worden. Hierdoor zoeken bedrijven hun heil in het buitenland en verdwijnen banen permanent uit Nederland. Ook in het onderwijs en de gezondheidszorg komt de kwaliteit onder druk te staan.”
“Met investeringen in een select gezelschap topstudenten kunnen we niet volstaan. De gemiddelde ondernemer heeft vooral behoefte aan beroepsbeoefenaren die een hoog kennisniveau verbinden aan praktische toepassingen. Slimme jonge mensen die goed begrijpen met welke omstandigheden het bedrijf te maken heeft en hoe het bedrijf (internationaal) concurrerend kan zijn. Ook de complexe problematiek waar de jeugdzorg mee wordt geconfronteerd en de aanpak van probleemwijken vragen om innovatieve en praktisch toepasbare inzichten.”
“De toename van het aantal hoger opgeleiden is vooral de taak van hogescholen. Universiteiten hebben weinig groeimogelijkheden, want 90 procent van alle vwo-scholieren gaat daar al studeren. Hierbij moeten we ons realiseren dat de sociaal-economische achtergrond van hbo'ers anders is dan die van de universitaire studenten; 42 procent van de hbo'ers komt uit een gezin met een laag inkomen en 23 procent uit een gezin met een hoog inkomen. Op de universiteiten is dat precies andersom.”
“Van hogescholen wordt verwacht dat zij op drie fronten resultaten boeken. Ten eerste moeten er veel meer studenten worden opgeleid dan ooit tevoren. Maar vrijwel alle jongeren die zonder problemen hun weg vinden in het hoger onderwijs, volgen al een opleiding. Hogescholen moeten dus zoeken naar verborgen talent. Vaak gaat het om jonge mensen met ouders die zelf niet hebben gestudeerd en die niet welgesteld zijn. Deze, vaak allochtone jongeren behoren binnen hun familie vaak tot de eerste generatie die gaat studeren. Voor hen is extra begeleiding tijdens hun studieloopbaan belangrijk.”
“Ten tweede de kwaliteit. Innovatie is belangrijk voor de concurrentiekracht van bedrijven en voor de kwaliteit en de doelmatigheid van de dienstverlening van not-for-profit-organisaties. De hedendaagse hoger opgeleide professional heeft een onderzoekende en vernieuwende instelling. Hij kan zelfstandig nieuwe kennis verwerven en nieuwe inzichten in de praktijk toepassen. Dat kunnen hogescholen hem alleen bijbrengen als zij voldoende ruimte krijgen voor praktijkgericht onderzoek. De bewering dat onderzoek is voorbehouden aan universiteiten en dat hogescholen zich moeten beperken tot het overdragen van bestaande kennis, getuigt van weinig inzicht in de praktijk.”
“Ten slotte moeten we ons realiseren dat er niet alleen meer hoger opgeleiden met een bachelorgraad moeten worden opgeleid, maar ook meer masterstudenten. Omdat de hogescholen nog maar weinig masteropleidingen kunnen aanbieden, neemt het kennistekort in ons land toe. Onlangs verkondigde Plasterk dat hij de aansluiting tussen hbo-bacheloropleidingen en wetenschappelijke masteropleidingen wil verbeteren. Hij gaat daarmee voorbij aan het feit dat zo'n overstap voor de meeste afgestudeerde hbo'ers niet logisch is. Het is in veel gevallen een verspilling van talent, tijd en geld. Het ligt meer voor hand hbo-bachelors de kans te bieden zich verder te professionaliseren in hun beroep. De markt schreeuwt om beroepskrachten van het hoogste niveau. Plasterk kan daar niet aan voorbijgaan en moet meer hbo-masters financieren.”
Heertje reageerde in Volkskrant (9.5.07): “Het idee dat hoogopgeleiden vooral moeten komen van het hbo, berust op drijfzand. Zijn mening dat afgestudeerden van de scholen voor hoger beroepsonderwijs een vernieuwende en onderzoekende instelling hebben en geheel zelfstandig nieuwe kennis verwerven, illustreert dat hij ver verwijderd blijft van de werkvloer van dit onderwijs. De eigenschappen die hij afgestudeerden van het hbo toedicht, zijn slechts voorbehouden aan de toplaag van universitair geschoolden. Hbo-studenten die potentieel over deze aanleg beschikken, doen er verstandig aan zich tot de universiteiten te wenden. Zij treffen daar gekwalificeerde docenten en beoefenaren van wetenschap aan die een constructieve, begeleidende rol spelen. Hbo-docenten beschikken niet over de nodige creatieve en innovatieve kwaliteiten, die juist de vrucht zijn van hoogwaardige wetenschappelijke activiteit. Zij leveren niet de kwaliteit die Terpstra voorspiegelt.”
“Het hoger beroepsonderwijs ontleent betekenis aan het toepassen van verworven kennis en inzichten op praktische vraagstukken die voor hun oplossing niet of nauwelijks een beroep doen op abstraherend vermogen. Niet voor niets wordt de instroom van hogescholen gevormd door leerlingen met een mbo- of havo-diploma. Het is al een hele opgave deze leerlingen een fase verder te brengen.”
Analyse. Heertje vertekent het standpunt van Terpstra. Die laatste ziet een taak liggen voor het hbo, maar die taak wordt op dit moment niet gerealiseerd. Terpstra heeft het niet over de eigenschappen die een hbo-student heeft, maar die hij zou moeten hebben als hij een hoger opgeleide professional is. “Dat kunnen hogescholen hem alleen bijbrengen als zij voldoende ruimte krijgen voor praktijkgericht onderzoek” en daarom pleit hij voor meer ruimte en geld voor onderzoek. Dit impliceert dat de taak nu (april 2007) niet door het hbo naar behoren wordt verricht. Bovendien wijst Terpstra op het feit dat bedrijven afgestudeerden uit het buitenland halen.
Kortom, Heertje las wat hij wilde lezen, maar niet wat er stond.