Economen en de kloof tussen 'is' en 'ought' (24/1)

Er moeten terug naar ouderwetse waarden, houdt Marcel Pheijffer, hoogleraar Forensische Accountancy aan de Universiteit Leiden, ons voor. Dit houdt in: sparen voor mindere tijden en nazaten; aflossen van een hypotheek; beleggen met geld dat je ook kunt missen en dat je niet hoeft te lenen en beloningsafspraken maken die recht doen aan geleverde inspanningen en die recht doen aan de totale maatschappelijke context. Kortom, “genoegen nemen met minder groei”. Waarom? “De crisis leert dat het anders moet.”
Arnold Heertje, emeritus hoogleraar economie, mocht op de voorpagina van de Spits uitleggen waarom de kredietrcrisis “een godsgeschenk is” (De Pers, 5.1.09). “De crisis brengt een loutering teweeg. We kunnen nu reageren op de perverse prikkels, zoals het doorverkopen van hypotheken”, aldus Heertje, die in het artikel als topeconoom wordt gepresenteerd. “Gezondheid, leefbaarheid en duurzame energie, we moeten echt inzetten op zaken die echt belangrijk zijn. Denk aan elektrische auto’s, het waterprobleem oplossen, op andere manieren bouwen.” Volgens Heertje is 2009 een kansjaar waarin allerlei vliegen in een klap te vangen zijn. “Kleinschaligheid is de boodschap.”
Als het consumentenvertrouwen daalt, is dat geen ramp. “Dat betekent dat consumenten minder schulden hebben en meer gaan sparen. Materiële consumptie is alleen maar prima als daar een verbetering van de leefbaarheid tegenover staat: minder files, minder milieuvervuiling, meer open ruimte en meer natuur.”
Elders merkte de econoom op dat ook de materiële consumptie een welverdiende klap krijgt. “Helemaal niet erg als er maar meer leefbaarheid tegenover staat. Dat Nederlanders toch 100 miljoen de lucht inschieten als vuurwerk, omdat 31 december ineens 1 januari wordt, illustreert slechts dat door het onderwijs ons intellectuele niveau beneden de maat is geraakt.”
Zijn Rotterdamse collega, prof. Ingolf Dittman, meent op zijn beurt dat de overheid zijn handen moet afhouden van bonussen. Er is een paar excessen die alle aandacht opeisen. “Maar ik mis de the big picture. Draai het eens om: aandeelhouders gebruiken de hebzucht van topbestuurders ook om hen voor zich te laten werken”, aldus Dittman.
Analyse. De drie hoogleraren economie doen ieder op zich uitspraken die normatief van aard zijn: mensen moet sparen (Thissen); materiële welvaart mag alleen als de leefbaarheid erop vooruitgaat (Heertje) en de overheid moet van de bonussen afblijven (Dittman).
De vraag is dan waarop deze economen hun normatieve expertise baseren. De drie wijzen enkel op bepaalde feiten en dat is precies de reden waarom hun argumentaties volledig ontsporen. Die feiten kunnen namelijk nooit een volledige basis vormen om tot een normatieve conclusie te komen. De crisis leert ons niets over wat we moeten doen. Wat we moeten doen is niet afhankelijk van de crisis (feiten), maar van waardering van de gevolgen van de crisis (de normatieve evaluatie van die feiten). De ene econoom waardeert de feiten anders dan de andere. Daarom komen deze economen ook tot verschillende conclusies.
De economen maken zich dan ook schuldig aan de ‘is-ought’-drogreden. De kern van deze drogreden is dat men, populair gezegd, normen uit feiten afleidt. De economische expertise van Heertje, Thissen en Dittman levert echter geen meerwaarde op voor normatieve conclusies. Op het normatieve gebied hebben ze geen bijzondere expertise en ook in die zin hebben hun particuliere voorkeuren geen enkele wetenschappelijke meerwaarde. Zelfs op hun vakgebied worden vraagtekens gezet. Dat deed bijvoorbeeld Henk Folmer, hoogleraar algemene economie (Wageningen). Hij wijst er zelfs op dat economische wetenschap ernstig tekort schiet en dat de hedendaagse economische modellen niet werken, omdat de economen geen raad weten met vertrouwen. En deze kredietcrisis is een echte vertrouwenscrisis.