Ellian over de vervolging van Wilders (25/1)

In het geval van de uitingen van Geert wilders kan een rechter volgens Ellian niet of nauwelijks tot een overtuigende beslissing komen (Elsevier, 23.1.09). “Althans een beslissing die door een groot aantal deelnemers kunnen worden gedragen. Omdat het hier uiteindelijk om de opinies van iemand gaat.” (…) “Geef de tekst van Wilders aan vijftig vooraanstaande juristen, en je krijgt tegengestelde beoordelingen. Ook zal door dit type delicten het gezag van de rechter op een onaanvaardbare wijze worden aangetast.”
Vervolging leiden tot rechtsongelijkheid, aldus Ellian. “Pim Fortuyn werd niet vervolgd voor soortgelijke aangiftes. De machtsuitoefening dreigt er zo zeer willekeurig uit te zien.”
Wie de beschikking van het Hof in Amsterdam leest, ontkomt volgens Ellian niet aan het oordeel dat het Hof de noodzakelijke grenzen van voorzichtigheid heeft overschreden. “Ze hebben zelf in hun enthousiasme ook de grenzen van ‘fair trial’ geschonden. Zonder een duidelijk afgebakend eerlijk proces is Wilders eigenlijk al veroordeeld. En dit was noch inzet noch taak van het Hof.
Kortom, ook de rechter is niet in staat de grenzen van opiniedelicten aan te duiden. Maar het besluit van het Openbare Ministerie gaf wel de grenzen van de vrije meningsuiting aan.”
Analyse. Ellian argumenteert voornamelijk waarom Wilders niet veroordeeld kan en dient worden. Maar is dat aan de orde? Het gaat om de vraag om Wilders vervolgd moet worden, nog los van de vraag of hij veroordeeld kan of moet worden.
Het Hof geeft drie overwegingen om principieel te vervolgen. Wilders’ uitingen zijn naar Nederlands recht strafbaar zijn, zowel door hun inhoud als door de wijze van presenteren. Een eventuele strafvervolging c.q. veroordeling toelaatbaar is volgens de normen van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en de daarop gebaseerde rechtspraak van het Europese Hof. En er is een algemeen belang aanwezig is om in het maatschappelijk debat een duidelijke grens te trekken.
De rechtsongelijkheid (Fortuyn werd niet vervolgd) is wel een argument dat betrekking heeft op de vervolging. Nog los van het analogieverbod in het strafrecht, had Ellian echter moeten beargumenteren waarom het argument van het Hof (er is een algemeen belang) in dit verband niet aan de orde is.
(N.B. Opvallend is dat in alle artikelen in Elsevier geen enkele link te vinden is naar dit arrest. Vreemd, want zelfs naar het commentaar in de Wallstreetjournal vindt men een link. De zaak waar alle commentaren om draaien, moet men zelf zoeken. Op deze site staat hij wel.)