Het hellende vlak van Wilders (Zwagerman & Nieuwenhuis) (30/1)

Het hellend vlak komen we ook in de discussie over de vervolging van Wilders tegen. Zo vreest Zwagerman dat als Wilders veroordeeld wordt iedereen elkaar in Nederland gaat aanklagen. “Als je de lijn van het gerechtshof gaat voortzetten, dan komen er een heleboel mensen in aanmerking om te worden gedagvaard en vervolgd.” Dat dit in de praktijk niet zal gebeuren, heeft volgens Zwagerman te maken met de fundamentele rechtsongelijkheid in ons land.
Hij krijgt met zoveel woorden bijval van prof. Nieuwenhuis (Leiden). Het is een gelukkig toeval dat Dante en Voltaire zich niet kunnen verantwoorden voor het hof wegens hún diskwalificerende opmerkingen over de profeet, maar anders werden ook zij vervolgd (VK, 29.01.09).
Analyse. Het hellend vlak houdt in dat een en ander van kwaad naar erger gaat. Na de vervolging van Wilders zijn de Voltaires (Nieuwenhuis) en eigenlijk iedereen in Nederland (Zwagerman) aan de beurt.
Bestaat er een reden toe om dit aan te nemen? Zwagerman en Nieuwenhuis hebben feitelijk nog niets bewezen. Ze wijzen enkel op een mogelijk scenario.
Bovendien oordeelde de rechtbank een paar maanden geleden heel anders over een spijkerharde en beledigende column (LJN: BD2957, Rechtbank Amsterdam, 02-06-2008). “De rechtbank acht deze tekst op zichzelf beschouwd beledigend voor joden. (…) Uit de jurisprudentie van het EHRM kan worden opgemaakt dat de bescherming die in dit kader aan de pers moet worden geboden, van bijzonder groot belang is. Hoewel ook de pers de goede naam en rechten van anderen in ogenschouw dient nemen, heeft zij de cruciale functie informatie en ideeën van openbaar belang uit te dragen. Journalisten moeten de ruimte worden gelaten te overdrijven en zelfs te provoceren. Artikel 10 EVRM beschermt tevens het recht op vrijheid van artistieke expressie. Niet alleen heeft de pers het recht informatie en ideeën van openbaar belang uit te dragen, het publiek heeft het recht deze te ontvangen. Het EHRM kent de pers daarin een grote vrijheid toe in het licht van artikel 10 EVRM, omdat ‘were it otherwise, the press would be unable to play its vital role’ of ‘public watchdog’.”
Bovendien, zo zei de rechtbank ging het om een satirische column en dan ligt de zaak toch ook weer anders. “In columns, meer nog dan in andere soorten teksten, mag van een zekere mate van overdrijving, scherpte en ridiculisering sprake zijn.”Dit arrest ‘blokkeert’ het argument van het hellend vlak.