Tonkens vs. Truijens over klassenverkleining (22/1)

Klassenverkleining: wenselijk?

Columniste Evelien Tonkens hield een pleidooi voor kleine klassen, maar ze kon daarmee een andere columniste, Aleid Truijens, niet overtuigen. Uit een grootschalig onderzoek van McKinsey uit 2007 zou blijken factoren als klassengrootte en het hier fel bediscussieerde aantal lesuren totaal onbelangrijk zijn voor de leerprestaties. In scholen in landen die in de Pisa-rankings steevast hoog scoren (Hongkong en Korea) treft men grote klassen aan. Uit het onderzoek van McKinsey blijkt dat goede leerprestaties leiden afhankelijk is van de selectie van de allerbeste studenten voor het lerarenberoep; van een goede opleiding en van het stellen van hoge eisen. “Drie dingen die we in Nederland niet doen”, aldus Truijens.
Tonkens was op haar beurt niet overtuigd door de opmerkingen van Truijens. “In een artikel uit 2004 onderzoeken Annevelink e.a. effecten van het Nederlandse beleid van 1997. Omdat er van echte klassenverkleining dus nauwelijks sprake was, trekken ze conclusies over de effecten via een hypothetisch model. Een klas van 30 leerlingen met twee opgeleide docenten geldt in hun onderzoek als een klas van 15. Met één opgeleide en een onopgeleide docent geldt het als een klas van 30. Op basis van zulke vergelijkingen doen ze uitspraken over de effecten van klassenverkleining. Over echte verkleining gaat het dus nauwelijks.”
Het McKinsey-rapport, zo gaat Tonkens verder, “signaleert weinig positieve en soms negatieve effecten van klassenverkleining. Het gaat echter over situaties waarin klassenverkleining met gelijkblijvend budget werd doorgevoerd. Er wordt dus op andere zaken bezuinigd. Logisch dat dat geen succes is. Het zegt niets over kleinere klassen. Het zegt alleen iets over kleinere klassen plus onderwijsverslechtering.”
Analyse. Truijens beweert dat uit het McKinsey-rapport blijkt dat klassenverkleining geen effect heeft op leerprestasties. In het rapport wordt overigens wel een uitzondering gemaakt: “the available evidence suggest that, except at the very early grades, class size reduction does not have much impact on student outcome” (p. 14).
Maar ook Tonkens’ verwoording van de bevindingen in het McKinsey-rapport laat te wensen over. Het McKinsey-rapport signaleert niet “weinig positieve en soms negatieve effecten van klassenverkleining”. Er zijn 112 studies gedaan. Negen lieten een positief effect zijn, maar uit 103 studies bleek dat er geen verschil of zelfs slechtere resultaten behaald werden na klassenverkleining. De positieve effecten blijken dus slechts uit een handjevol studies, maar het gros van het onderzoek wijst in een andere richting. Tonkens wekt de indruk dat er - zij het weinig - positieve effecten zijn. Die verwoording is beslist onjuist.
Volgens Tonkens werd er in landen met klassenverkleining op andere zaken bezuinigd. “Logisch dat dat geen succes is. Het zegt niets over kleinere klassen.” Logisch? Het is geen kwestie van logica. Het feit dat er bezuinigd werd, kan een verklaring zijn dat klassenverkleining geen effect heeft. Maar een andere verklaring kan zijn dat klassenverkleining sowieso niet werkt. Dat zal dan uit verder en nader onderzoek moeten blijken. Het is niet vanzelfsprekend.
McKinsey zelf geeft als verklaring dat door klassenverkleining er meer docenten nodig zijn. En die hebben niet allemaal de gewenste kwaliteit. En de kwaliteit van de docenten was één van de drie allesbepalende factoren voor beter onderwijs.