Truijens vs. Cornelisse (8/1)

Denken in hokjes: hier een sprekend voorbeeld...

IJverige buikspreekpop” en “liever aanschurkend tegen de machtselite” zijn de kwalificaties die Volkskrantcolumniste Aleid Truijens in petto had voor journaliste Wilma Cornelisse (VK, 6.1.09).

Eerst wordt Cornelisse getypeerd: “Wilma Cornelisse, ‘journalist en publicist’. Ooit schreef zij voor de NRC. Al jaren is zij pleitbezorgster van radicale onderwijsvernieuwing. Zij schrijft zelden meer in de onafhankelijke pers. Tegenwoordig werkt zij voor blaadjes en websites van belanghebbenden, zoals Schoolmanagement Totaal, ‘hét startpunt voor de succesvolle schoolleider’, Kluwer’s Nieuwsbrief Onderwijspraktijk en Meso Magazine, een tijdschrift voor bestuurders in het voortgezet onderwijs. Ook verleende ze hand- en spandiensten aan bijwagens van de onderwijsvernieuwing als de Stichting Leerplanontwikkeling.” Met deze typering wordt haar motief verdacht gemaakt. De typering ‘onafhankelijke pers – blaadjes en websites van belanghebbenden’ moet duidelijk maken dat haar onafhankelijkheid ver te zoeken is. Dat wordt vervolgens versterkt met de verwijzing naar de ‘hand- en spandiensten aan bijwagens van de onderwijsvernieuwing’. Ook op het einde wordt Cornelisse nog een keer in diskrediet gebracht: “want de mondige leerling moet wel vinden wat Cornelisse en haar broodheren vinden”.

De gekwetste vernieuwers hebben een ijverige buikspreekpop aan Cornelisse. In haar stukjes klinkt grote verbolgenheid over de vernietigende kritiek van de commissie-Dijsselbloem op de mislukte vernieuwingen, het Nieuwe Leren en de ‘leemlaag’ van onderwijsmanagers.” Voor wie de boodschap uit de eerste alinea niet begrepen heeft: Wilma - buikspreekpop - Cornelisse is niet onafhankelijk.

Cornelisse is "nijdig" vanwege instemming met die kritiek in wat zij de ‘kwaliteitspers’ noemt. “Mijn onderwijscolumns, bijvoorbeeld, vindt ze ‘hysterisch’. In een van haar jongste bijdragen aan de prachtsite Schoolmanagement Totaal ontvouwt Cornelisse haar complottheorie. Het zit zo. Met de oplagen van de kranten gaat het niet best. Dus is het zaak dat de krant zijn lezers ‘naar de mond schrijft’ en hen aan zich bindt met ‘herkenbare emoties’. Ook de NRC werkt uit angst voor abonneeverlies ‘vanuit ditzelfde onderbuikgevoel’. De Volkskrant telt veel leraren onder zijn lezers, en is afhankelijk van onderwijsadvertenties. Daarom heeft deze krant mij ingehuurd ‘om conservatieve leraren te plezieren’. ‘Een kwalijke veronderstelling’, schrijft Cornelisse, ‘die alle berichten en analyses over onderwijs in dit dagblad tot onbetrouwbaar bestempelt’.” Strikt genomen argumenteert Truijens niet dat Cornelisse aan complottheorie ontvouwt. Wat Cornelisse feitelijk doet, is de motieven van de redacties van de Volkskrant en de NRC verdachten maken.

Daarom verspreiden elitaire leraren en journalisten de infame leugen dat de kwaliteit van het onderwijs is gedaald door onderwijsvernieuwingen.” In haar column noemt Cornelisse de bewering dat de kwaliteit van het onderwijs gedaald is, op niets gebaseerde onzin. De term leugen wordt nergens gebruikt. Kortom, een vertekening van het standpunt van Cornelisse. Voor de bewering “dat het Nieuwe Leren juist de kloof tussen boven- en onderklasse heeft vergroot, is uiteraard ook een leugen” geldt hetzelfde.”Zelf schurkt Cornelisse liever aan tegen de machtelite in het onderwijs, de schoolbestuurders. Zij vereenzelvigt zich zo diepgaand met haar opdrachtgevers dat zij zich niet kan voorstellen dat er mensen zijn die zomaar namens zichzelf in een krant schrijven.” Weer een persoonlijke aanval.

Verder lezend in het oeuvre van Cornelisse begreep ik dat het elitaire complot nóg groter is. Ook ex-gymnasiast minister Plasterk behoort ertoe, omdat hij wil dat kinderen weer behoorlijk taal- en rekenonderwijs krijgen.” Er was dus geen complot, maar los daarvan, deelt Cornelisse de vooronderstelling van Plasterk niet dat kinderen nu geen behoorlijk taal- en rekenonderwijs krijgen.

Truijens eindigt met de sneer “Wilma Cornelisse, onthoud die naam. Echt een vrije geest, volkomen nuchter en helder. Een verrijking van het medialandschap.” Het vreemde is dat Truijens zich uitermate stoort aan de persoonlijke aanval van Cornelisse, terwijl zij die hier en elders meer dan eens hanteert. Het is meten met twee maten: of je accepteert deze argumentatie (m.i. ten onrechte) als legitiem of niet. Truijens accepteert die argumentatie alleen als zij zelf dit soort argumenten gebruikt, maar niet als Cornelisse deze argumenten gebruikt.
Het flauwe van dit soort argumenten is bovendien dat je die altijd kunt gebruiken: “Aleid Truijens, onthoud die naam. Echt een vrije geest, volkomen nuchter en helder. Een verrijking van het medialandschap.”