Dierproeven (7/2)

Er zijn verschillende universiteitswetenschappers die bang zijn om openlijk hun afwijzende standpunten te verkondigen over dierproeven. Als ze dat al doen, worden ze gewaarschuwd of zelfs bedreigd door de universiteit waar ze werken. Dat beweren Stijn Bruers en Andre Menache (DS, 5.2.06). De eerste is gepromoveerd in Leuven en de laatste is veterinair chirurg.
Ze constateren dat het debat over dierproeven meestal wordt voorgesteld als een debat tussen ‘wetenschap’ versus ‘emotie’.
Analyse. Als Bruers en Menache de feiten correct weergeven, dan wijzen ze op twee drogredenen. De eerste is het argument met de stok. Dat is geval als universiteiten waarschuwen en dreigen als een wetenschapper stelling neemt tegen dierproeven.
De tweede drogredenen, waar Bruers en Menache op wijzen, is de onjuiste tegenstelling: het debat over dierproeven is een debat tussen ‘wetenschap’ en ‘emotie’. (In zijn algemeenheid is die tegenstelling sowieso onjuist. Nieuwsgierigheid kan een motief zijn om onderzoek te doen.)