Heertje en het volledig gebrek aan bewijs (6/2)

Prof. Heertje weet dat de directeur van Rochdale in Amsterdam al veel eerder ontmaskerd had moeten worden (RTLz). Dat de voorzitter van de Raad van Commissarissen, de heer J. van Cuilenburg, niets heeft gemerkt van het wangedrag van zijn directeur Huub Mollenkamp, lijkt hem sterk. “Denkbaar is dat Van Cuilenburg betrokken is bij de criminele activiteiten van zijn vriend. In dat geval strekt strafrechtelijk onderzoek zich ook tot hem uit.”
Maar als zou blijken dat Van Cuilenburg van niets wist, “komt de vraag op hoe iemand jarenlang toezicht kan houden, zonder te merken dat dubieuze transacties worden gedaan, sprake is van persoonlijke verrijking en bovenal de hoofdtaak van een woningcorporatie, sociale woningbouw, volledig uit het beeld is verdwenen.” Van Cuilenburg is immers hoogleraar Communicatiewetenschap (UvA) en Heertje verwacht van zo’n persoon enige sociale intelligentie. “Dat deze niet aanwezig is bevestigt mijn indruk dat de meeste ‘geleerden’ op dit terrein beunhazen zijn, waaraan men noch onderwijs, noch onderzoek kan overlaten.” Van Cuilenburg is dan ook niet geschikt als bestuurslid van het Commissariaat voor de Media. Van communicatiebeleid heeft hij blijkbaar geen kaas heeft gegeten, aldus Heertje.
Overigens heeft Rochdale, zo deelt Heertje nog even tussen neus en lippen mee, de formele karakteristieken van een criminele organisatie.
Analyse. Wederom rammelt Heertjes argumentatie van alle kanten. Hij poneert er in zijn column lustig op los, maar bewijst helemaal niets. “Het is denkbaar dat Van Cuilenberg betrokken is bij de criminele activiteiten”: deze bewering is immuun voor kritiek. Zo’n stelling valt onder de categorie: mogelijkerwijs…, maar wellicht ook niet, hoewel het kan zijn dat…
Verder weet Heertje dat Van Cuilenburg sociale intelligentie mist (persoonlijke aanval) en dat wordt dan in één adem verbonden met het ‘feit’ dat de meeste geleerden op dit terrein beunhazen zijn. Deze opmerking valt overigens helemaal buiten de context van het onderwerp van zijn column, maar dit terzijde.
Van Cuilenburg blijkt nu ook niet geschikt te zijn als bestuurslid van het Commissariaat voor de Media. Waar die bewering vandaan komt, is volstrekt onduidelijk. Heertje past daarbij een retorische truc toe door vervolgens te stellen dat Van Cuilenburg blijkbaar niets weet van communicatiebeleid. Nog afgezien van het feit dat zijn positie in het Commissariaat helemaal niet ter discussie staat, is het houden van toezicht iets anders dan onderzoek dan op het gebied van communicatiebeleid. Kortom, een onjuiste analogie.
Dan blijkt uit Heertjes betoog dat Rochdale de formele karakteristieken van een criminele organisatie heeft. Van ‘een foute voorzitter’ wordt het stapje naar een dubieuze toezichthouder gemaakt, die een paar zinnen later al zowat veroordeeld is en uiteindelijk wordt het handelen van voorzitter & toezichthouder gelijk gesteld met de hele organisatie, die dan weer de formele karakteristieken van een criminele organisatie te hebben. Maar Heertje doet er vervolgens nog een schepje bovenop: “er is ook elders van alles aan de hand, dat het daglicht niet kan verdragen”. Waar dat dan weer vandaan komt en waar dat betrekking op heeft, blijft giswerk.
Wat had Heertje dan wel aan echte feiten kunnen vermelden? Dat de commissarissen van Rochdale hun falend toezicht erkend hebben en dat ze inmiddels zijn afgetreden. Of dat de aankoop van Van Cuilenburgs huis via Rochdale door een externe accountant werd onderzocht en dat die concludeerde dat ‘van enige onjuistheid’ niets zou zijn gebleken. Kennelijk ook niet interessant om dat te vermelden.
Al met al poneert Heertje poneert alleen maar en bewijst hij helemaal niets. Feiten die er wel zijn, worden weer niet vermeld.
Uit jurisprudentie (LJN: BD2957) blijkt dat in columns sprake mag zijn van overdrijving, scherpte en ridiculisering. In die zin verdienen Heertjes schrijfsels inderdaad de kwalificatie ‘column’.