Plasterk vs Rutte (2/2)

VVD-leider Rutte wilde naar aanleiding van de zaak-Wilders de beperkingen voor de vrijheid van meningsuiting terugbrengen. PvdA-minister Plasterk vond dat Rutte helemaal niets had mogen zeggen over een zaak die onder de rechter is (Buitenhof, 27.1.09). Rutte is immers medewetgever.
Later kreeg Plasterk bijval van premier Balkenende, Alexander Pechtold (D66) en Femke Halsema (GroenLinks). Halsema stelde: ‘wanneer de rechter spreekt, zwijgt de politiek!’
Analyse. Feitelijk proberen Plasterk, Balkenende, Pechtold en Halsema de VVD-leider het zwijgen op te leggen. Niet door intimidatie of door te dreigen met geweld, maar op grond van een uitleg van een staatsrechterlijke principe. Politici dienen terughoudend te zijn over zaken nog moet voorkomen bij de rechter.
Het punt is dat dit principe onjuist is. Rechtsonderzoeker Hendrik Gommer (UvT) stelt: “dat politici zich niet zouden mogen uitlaten over zaken die onder de rechter zijn, ís helemaal geen fundament van ons staatsbestel. Eerder een modegril van de laatste twintig jaar.” De rollen van de wetgevende, uitvoerende en rechtsprekende macht lopen in meer of mindere mate door elkaar heen. De machten controleren ook elkáár.
‘De regering heeft bij ons ook veel wetgevende bevoegdheden, bijvoorbeeld een Algemene Maatregel van Bestuur, of de ministeriële regeling. Zelfs ambtenaren, uitvoerders bij uitstek, bereiden in de praktijk vaak wetsvoorstellen voor. Dan de rechtspraak: in de praktijk vormen al die uitspraken in individuele zaken precedenten en hebben zo rechtsvormende werking. Zéker de uitspraken van de Hoge Raad. In gevallen als euthanasie, abortus en stakingsrecht nam de Tweede Kamer rechterlijke uitspraken over. Dus wie maakt nou de wet?”
Daarom is het volgens Gommer geen punt als parlementariërs zich bemoeien met rechterlijke uitspraken. “Als het hele land erover praat, kunnen zij niet stil blijven. Rechters kunnen daar ook heel goed mee omgaan, wees mijn onderzoek uit. Ze worden door van alles en nog wat beïnvloed, en dat is juist gezond. Zolang ze maar belangeloos en vrij kunnen oordelen en niet voor hun financiële positie en status hoeft te vrezen.” Maar de uiteindelijke beslissing in een individuele zaak blijft een onaantastbare bevoegdheid van een rechter en een rechter alleen, aldus Gommer.