Stapert & Zwart over Wilders (4/2)

De vervolging van Wilders blijft het debat prikkelen. In Trouw deden advocaat Bart Stapert en Tom Zwart (hoogleraar mensenrechten, UU) een duit in het argumentatieve zakje. “De ontwikkelingen in het Amerikaanse en Europese recht tonen aan dat voor het strafrecht in dit soort zaken (vervolging van Wilders, RR.) geen plaats is. Het is in het belang van het publieke debat dat Wilders kan zeggen wat hij wil, hoe men ook over zijn uitspraken denkt. Hem tegenspreken verdient sterk de voorkeur boven hem de mond snoeren.”
Analyse. Kunnen de (feitelijke) ontwikkelingen in het recht aantonen dat er voor de vervolging van Wilders geen plaats is? Niet als we ‘geen plaats’ opvatten als een normatieve uitspraak. Gezien de zinnen die volgen op de hier aangehaalde zin, leid ik af dat we die uitspraak inderdaad als een normatieve uitspraak moeten opvatten en niet als een descriptieve, beschrijvende uitspraak. (Descriptief wil dan zeggen: vervolging ‘past’ niet bij het strafrecht, los van de vraag of dat nu wel of niet wenselijk is.)
De zinnen: “het is in het belang van het publieke debat dat Wilders kan zeggen wat hij wil, hoe men ook over zijn uitspraken denkt” en “hem tegenspreken verdient sterk de voorkeur boven hem de mond snoeren” zijn normatief. ‘De voorkeur verdienen’ drukt een normatieve preferentie uit. Indien dat laatste correct is, leiden Stapert en Zwart ten onrechte een normatieve conclusie uit een feitelijke ontwikkeling af.