Zwagerman 2 (10/2)

In zijn onlangs verschenen pamflet ‘Hitler in de polder & Vrij van God’ (Amsterdam 2009) merkt schrijver en essayist Joost Zwagerman op dat de Nederlandse culturele elite met twee maten meet. Blokker, Mak, Brandt Cortius en Heine hoor je geen commentaar geven als iemand de ‘ongelofelijke wreedheid van de Christelijke god’ aan de kaak stelt, maar steunen vervolgens niet de critici die op dezelfde wijze praten over Allah en Mohammed en dan bedreigd worden. Een atheïst kan vrolijk de spot met het geloof drijven, want dan draagt bij aan de pluriformiteit. Maar een ex-moslim die de spot met de Koran drijft, gooit alleen maar een lont in een kruitvat. Het zijn aandachtstrekkers, provocateurs en ze zijn bovendien enkel mediageil. En de bedreigingen, ja, die hebben Ayaan en Jami natuurlijk aan zichzelf te danken.
Analyse. Zwagerman wijst op het feit dat de Blokkers en Makken ex-moslims aanvallen, maar hun mond houden als het om kritiek op het christendom gaat. Dat getuigt volgens Zwagerman van een dubbele standaard en een morele geslepenheid.
Maar is dat verwijt terecht? Kun je uit het feit dat Blokker e.a. niets over een bepaalde problematiek (kritiek op christendom) zeggen én wel iets over een aanverwante problematiek (kritiek op de islam door ex-moslims) afleiden dat er dus sprake is van hypocrisie? Dat lijkt me alleen terecht als ze in beide gevallen iets gezegd hebben en daarbij tegenstrijdige uitspraken hanteren. Maar het zwijgen over de kritiek op het christendom impliceert op zich geen instemming.
Een voorbeeld. Stel ik dat Zwagerman hypocrisie zou verwijten omdat hij wel stelling neemt in het conflict tussen Israël en Hamas, maar niet in het conflict tussen (bijvoorbeeld) Spanje en de Baskische afscheidingsbeweging. Ten aanzien van die laatste strijd weet ik niet wat de positie van Zwagerman is. Ik kan uit zijn stilzwijgen ook niet afleiden dat hij voor of tegen de Eta is. Maar dat is wel wat Zwagerman doet bij de critici van de islam.
Een ander voorbeeld. Zwagerman zegt niets over de rechtste critici van de islam, over Verdonk, over Kamp. Naar zijn eigen maatstaven zou Zwagerman dus met twee maten meten. Maar naar mijn maatstaven niet. Zwagerman heeft het niet over rechts, maar over links.
Maar nog los van dit alles, blijft de vraag waar de uitspraken van de ‘lelieblanke’ culturele elite te vinden zijn dat kritiek op het christendom wel acceptabel is en dat kritiek op de islam door een afvallige onacceptabel is?
Overigens heeft Blokker zich in het verleden wel degelijk expliciet uitgelaten over de bedreigingen die afvallige moslims ten deel vallen, namelijk in de kwestie-Rushdie. Blokker vond toen dat die bedreigingen niet door de beugel konden. Telt niet, zegt Zwagerman eenvoudig. Want Rushdie is gelouterd schrijver. Maar op die manier maakt het dus niet uit wat Blokker zei of zegt.
Wat had Zwagerman dan wel moeten argumenteren? Dat de kritiek van de Blokkers & de Makken niet louter de personen Ayaan, Jami en Hera betrof, maar de categorie ex-moslims. En die stap is niet te vinden in het betoog van Zwagerman.