Zwagerman 3 (15/2)

Bleich vond het dus maar niets, dat pamflet van Zwagerman (VK, 6.2.09). In 'Hitler in de polder & Vrij van God' hekelt Zwagermans de neiging van de linkse intellectuelen om politieke tegenstanders meteen met Adolf Hitler te vergelijken. Daar kon Bleich zich nog wel in vinden. Smakeloze voorbeelden genoeg. Publicist Hugo Brandt Corstius koppelde ooit minister van Financiën Onno Ruding aan de architect van de 'Endlösung', Adolf Eichmann. Bolkestein werd afgeschilderd als de Nederlandse rechtse extremist Le Pen; Scheffer bevond zich in het gezelschap van de Oostenrijker Haider; en Fortuyn en Mussolini waren twee handen op één buik: allebei idioot, verwerpelijk en grievend. “Het is een goedkope manier om standpunten niet serieus te hoeven nemen en zonodig op eigen merites te bekritiseren. Hetzelfde geldt in het geval van Geert Wilders, wiens uitspraken over de islam het gedachtegoed van het rechtse extremisme soms vervaarlijk naderen, maar die in de verste verte geen Hitler is. Maar is deze manier om tegenstanders in een kwaad daglicht te stellen typerend voor links of voor een ‘lelieblanke elite’? Ik dacht het niet. Geert Wilders is wel lelieblank, maar hoort niet bij de door Zwagerman geattaqueerde linkse elite.”
Bleich wees er fijntjes op dat uitgerekend Wilders de Koran met Mein Kampf vergeleek. De Koran is een ‘fascistische boek’ dat Wilders liefst zou verbieden. “Het was de overtuigingskracht van Zwagermans betoog ten goede gekomen als hij deze faux pas van Wilders in zijn redenering had betrokken.”
Bovendien rammelde Zwagermans betoog aan alle kanten. “Het zijn namelijk niet Mak of Abrahams of andere volgens Zwagerman verblinde linkse intellectuelen die Hirsi Ali haar Nederlanderschap probeerden af te nemen en haar de helaas noodzakelijke beveiliging ontzeggen.” Dat waren Rita Verdonk en achtereenvolgende ministers van Justitie.
Kortom, exit Zwagerman.
Analyse. Heeft Bleich een punt? Nee. Of het afschilderen van tegenstander als Hitlers niet typerend voor links, doet er namelijk helemaal niet toe. Punt (en feit) is dàt het in linkse kringen gebeurt. Dat Wilders de Koran wil verbieden, is eveneens volstrekt irrelevant voor het punt van Zwagerman: het gaat niet aan om andersdenkenden weg te zetten als kleine Hitlers of fascisten. Of ook rechts zich daaraan schuldig maakt, is namelijk niet het onderwerp van het betoog. Zwagerman stelt enkel een weinig frisse praktijk van linkse intellectuelen aan de kaak.
Bleich had alleen een punt heeft als Zwagerman beweerd zou hebben, dat uitsluitend in linkse intellectuele kringen het etiket ‘Hitler’ geplakt wordt.