Ellian maakt er weer een potje van (2/3)

Prof. Afshin Ellian is erg te spreken over het pamflet van de schrijver Joost Zwagerman. De laatste reconstrueerde in zijn pamflet ‘Hitler in de polder en Vrij van God’ de discussie rond de islam in Nederland (Elsevier, 25.2.09). “Een scherp en polemisch pamflet”, vond Ellian. Hij citeerde de eerste alinea uit Zwagermans boek: “Als je sommigen mag geloven, zijn er de afgelopen vijftien jaar al heel wat nazi's de landspolitiek binnen gemarcheerd. Goebbels, Göring, Eichmann en Hitler zelf; postuum spreken ze een hartig woordje mee, met mensen als Frits Bolkestein, Pim Fortuyn, Ayaan Hirsi Ali en Geert Wilders als vermeende buikspreekpoppen.”
Wat vervolgens niet uit Ellians verdere bespreking blijkt, is dat niet alleen rechtse politici (als Bolkestein, Hirsi Ali en Wilders) zo worden neergezet, maar ook linkse politici. Zwagerman verwees naar Jeroen Dijsselbloem (PvdA), Paul Scheffer (links) en Wouter Bos (PvdA).

Het was Geert Mak die Submission en daarmee de makers ervan, Ayaan Hirsi Ali en Theo van Gogh, met de film van Gobbels (Der Ewige Jude) vergeleek. Nooit heeft hij publiekelijk afstand genomen van deze verwerpelijke kwalificatie.”
Een verwerpelijke kwalificatie, aldus Ellian. De vraag is dan hoe dit standpunt te rijmen is met zijn eigen reactie op de advertentie van Harry de Winter. Ellian schreef letterlijk: “Dit is een mooi voorbeeld van de demagogie waarin sommige Duitsers in de jaren dertig meester waren.” Een verwerpelijke kwalificatie, behalve als die uit de mond van Ellian komt. De Leidse hoogleraar meet met twee maten.

Die verbijstering sprak Mak ook uit in zijn tv-serie over Silvio Berlusconi. Zijn historische bron is een YouTube-filmpje van extreemlinkse Italiaanse groepen. Daarin is een grote menigte te zien, tijdens een toespraak van Berlusconi. Inderdaad, een paar mensen uit dat publiek gedroegen zich als nazi’s.
Dit rekent Mak Berlusconi aan. Dat Berlusconi nooit en te nimmer die personen heeft kunnen zien, interesseert Mak niet. Mak schrijft
geen geschiedenis maar propaganda, waarbij Berlusconi een herhaling van het fascisme en massa belichaamt.”
Wie de Italiaanse politiek volgt, is niet verbaasd over de populariteit van het fascisme in de kringen van Berlusconi (PdL). De partijgenoot Giuseppe Ciarrapico zei onomwonden: “Sono fascista . Ma in senso culturale e non politico. È una questione di memoria. Di cuore. Di storia personale. Di ideali” (Corriere della Sera, 11.3.08). Overigens voegde hij er meteen aan toe: “Non sono antisemita” (ik ben geen antisemiet). Een echt handige uitspraak is dat niet, maar je komt er mee weg. In de algemene verkiezingen van 2008 stelde Ciarrapico zich op verzoek van Berlusconi (en ondanks het protest van de Aleanza Nazionale) kandidaat voor de Senaat van de Republiek voor de PdL. Hij werd gekozen, ondanks (en misschien wel dankzij) zijn uitspraken.
Ignazio La Russa, de Italiaanse minister van Defensie (PdL), heeft “respect voor de vaderlandsliefde” van de soldaten die in de Tweede Wereldoorlog aan de zijde van de Duce vochten. En Gianni Alemanno (PdL), de burgemeester van Rome, zei: “Fascisme is niet het absolute kwaad".
Zoveel afstand heeft Berlusconi dus ook weer niet.

Mak schrijft geen geschiedenis maar propaganda”, aldus Ellian. En hij verwijst met een hyperlink naar de kritiek van Melching (waarover ik vorig jaar al iets schreef). Melching bekritiseerde Mak echter helemaal niet vanwege een of ander propagandistisch karakter. Mak en zijn redactie maakte volgens de historicus een (fiks) aantal fouten: het ging om historische onjuistheden. Het verwijt van propaganda was niet aan de orde. Ellian suggereert dat met zijn link nadrukkelijk.

Deze oude elite wil niet met pensioen gaan. Ze zijn eigenlijk ook niet meer van belang voor het publieke debat. Als dit waar is, dan is dit erg schrikbarend. De oude elite handelt dus niet op grond van een weloverwogen analyse.”
Uit de premissen: (1). De oude elite wil geen plaats maken; (2). De oude elite is niet (meer) van belang voor het publieke debat; en (3). Als premisse (2) waar is, dan is dat schrikbarend, leidt Ellian de conclusie af dat de oude elite dus niet op grond van een weloverwogen analyse handelt. De logica van deze redenering is volledig zoek.