Etty versus Rutte (7/3)

Elsbeth Etty richtte in het NRC haar pijlen op Rutte, die vindt dat de vrijheid van meningsuiting in ons land te veel aan banden wordt gelegd. Art. 137c Wetboek van Strafrecht, het verbod van haat zaaien en discriminatie, en de daarop volgende artikelen, moeten van Rutte daarom op de schop. Vervolgens nam Etty de lijsttrekker van de VVD op de schop: “Rutte verwijst hiervoor maar weer eens naar de Verenigde Staten, alsof daar geen beperkingen (voor de vrijheid van meningsuiting, RR.) zouden gelden. Dat klopt niet: in de VS geldt het criterium dat uitingen zijn verboden als deze een ‘clear and present danger’ vormen. Of van een dergelijk gevaar sprake is, staat óók in de VS ter beoordeling aan de rechterlijke macht. De ironie wil dat in de zaak-Wilders het gerechtshof in Amsterdam nu juist het Amerikaanse gevaarscriterium hanteert. Volgens het hof zijn de klagers in deze zaak ontvankelijk, omdat individuele burgers er een concreet belang bij hebben „dat een gevaarlijke verstoring van het maatschappelijk leven en het publieke debat dient te worden afgewend”.”
Rutte liet het daar niet bij zitten: “Zo schreef Elsbeth Etty dat “een gevaarlijke verstoring van het maatschappelijk leven en het publieke debat dient te worden afgewend”.” (NRC, 21.2.09)
Etty klom op haar beurt weer achter de pc: “Mark Rutte en Atzo Nicolaï schreven zaterdag in de bijlage Opinie & Debat aan mij de mening toe dat een strafvervolging van Wilders wenselijk is omdat „een gevaarlijke verstoring van het maatschappelijk leven en het publieke debat dient te worden afgewend”. Dit is echter niet mijn mening, maar een citaat uit het arrest van het Gerechtshof Amsterdam.” (NRC, 24.2.09).
Analyse. Etty wees op een contradictie in het betoog van Rutte en illustreerde dit met een duidelijk herkenbaar citaat uit het arrest. Rutte en Nicolaï vertekenden het standpunt van Etty.